FED 1995/125
HR, 01-02-1995, nr. 29 863
HR 01-02-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3037
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 februari 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Jansen, C.H.M.; Putt-Lauwers, van der
- Zaaknummer
29 863
- LJN
AA3037
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3037, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑02‑1995
- Wetingang
Art. 6 Wet IB 1964
Uitspraak
Belanghebbende, X, sluit met A AG een agentuurovereenkomst, waarbij X het exclusieve recht verkrijgt bemiddeling te verlenen bij de totstandkoming van overeenkomsten ten aanzien van de door A AG vervaardigde produkten en in feite ook ten aanzien van produkten vervaardigd door haar dochtermaatschappijen.
In geschil is of de inspecteur terecht stelt dat X geen onderneming drijft omdat X geringe investeringen heeft gedaan, geen voorraad- of debiteurenrisico loopt en slechts één opdrachtgever heeft.
Het Hof 's-Gravenhage stelt X in het gelijk.
Op het beroep in cassatie van de staatssecretaris overweegt de Hoge Raad:
Het hof heeft overwogen dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.