V-N 1995/2681, 18
Investeringsrekening. Administratieve rechtspraak belastingzaken Telefonische opdracht tot bouwbedrijfscomplex voor WIR-weekend; aanbod getuigenbewijs
HR 10-07-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1669, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 juli 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Jansen, C.H.M.
- Zaaknummer
30 407
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
AA1669
- JCDI
JCDI:ADS23096:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1669, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑07‑1995
- Wetingang
Essentie
Investeringsrekening. Administratieve rechtspraak belastingzaken Telefonische opdracht tot bouwbedrijfscomplex voor WIR-weekend; aanbod getuigenbewijs
Samenvatting
Gelijk het middel met juistheid betoogt heeft het hof te dezen ten onrechte beslissend geoordeeld dat gesteld noch gebleken is dat B vóór 29 februari 1988 de beweerde opdracht tot vorenbedoelde bouw, waarvan door X BV is gesteld dat deze op 26 februari 1988 telefonisch door A BV aan B is gegeven, schriftelijk heeft aanvaard dan wel met de uitvoering daarvan is begonnen, zulks op grond dat uit de toepasselijke algemene voorwaarden zou blijken dat een opdracht de aannemer pas bindt, nadat deze schriftelijk heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.