FED 1983/416
Het geheel van rechtshandelingen bestaande uit overdracht van onroerend goed door ouders aan hun kinderen gezamenlijk, gevolgd door toescheiding door de kinderen van het onroerend goed aan 2 hunner, onder de verplichting de schuldig gebleven koopsom te voldoen, waarna de ouders de koopsom aan de 2 kinderen kwijtschelden, moet worden aangemerkt als een samenstel van rechtshandelingen, waarop de vrijstelling van art. 24, onder I, laatste alinea, Successiewet 1956 van toepassing is.
HR 02-06-1982, ECLI:NL:HR:1982:AW9531, m.nt. J.H.J.M. Hamans
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 juni 1982
- Magistraten
Dijk, Van; Vucht, Van; Vorm, Van Der; Stoffer; Bloembergen
- Zaaknummer
21 108
- Noot
J.H.J.M. Hamans
- LJN
AW9531
- JCDI
JCDI:ADS242987:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Schenk- en erfbelasting / Schenkbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1982:AW9531, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑06‑1982
- Wetingang
Art. 24 SW 1956
Essentie
Het geheel van rechtshandelingen bestaande uit overdracht van onroerend goed door ouders aan hun kinderen gezamenlijk, gevolgd door toescheiding door de kinderen van het onroerend goed aan 2 hunner, onder de verplichting de schuldig gebleven koopsom te voldoen, waarna de ouders de koopsom aan de 2 kinderen kwijtschelden, moet worden aangemerkt als een samenstel van rechtshandelingen, waarop de vrijstelling van art. 24, onder I, laatste alinea, Successiewet 1956 van toepassing is.
Uitspraak
Vaststaat:
dat de ouders van belangh.'n verkochten en leverden aan hun zes kinderen gezamenlijk de boerenbehuizing cum annexis a-weg 1 te Z, onder voorbehoud van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.