FED 1983/416:Het geheel van rechtshandelingen bestaande uit overdracht van onroerend goed door ouders aan hun kinderen gezamenlijk, gevolgd door toescheiding door de kinderen van het onroerend goed aan 2 hunner, onder de verplichting de schuldig gebleven koopsom te voldoen, waarna de ouders de koopsom aan de 2 kinderen kwijtschelden, moet worden aangemerkt als een samenstel van rechtshandelingen, waarop de vrijstelling van art. 24, onder I, laatste alinea, Successiewet 1956 van toepassing is.