GS Erfrecht, art. 4:190 BW, aant. 4:4 Keuze tussen zuivere aanvaarding of beneficiaire aanvaarding
GS Erfrecht, art. 4:190 BW, aant. 4
4 Keuze tussen zuivere aanvaarding of beneficiaire aanvaarding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
mr. dr. R.E. Brinkman en J. van Anken, voorheen bewerkt door prof. dr. B.E. Reinhartz, actueel t/m 01-06-2024
Actueel t/m
01-06-2024
Tijdvak
01-01-2003 tot: -
Auteur
mr. dr. R.E. Brinkman en J. van Anken, voorheen bewerkt door prof. dr. B.E. Reinhartz
De erfgenaam, die een keuze wil maken tussen zuivere aanvaarding of beneficiaire aanvaarding, moet afwegen of hij aansprakelijk wil zijn voor (zijn aandeel in) de schulden van de nalatenschap, ook met zijn eigen vermogen. Weet hij zeker dat de nalatenschap een batig saldo heeft, dan lijkt de keuze voor zuivere aanvaarding voor de hand te liggen.
Kiest hij daarentegen voor beneficiaire aanvaarding, dan heeft dat in beginsel tot gevolg dat hij niet met zijn eigen vermogen hoeft bij te dragen in eventueel resterende schulden van de nalatenschap (art. 4:184 lid 2 BW). Blijft er nog iets over ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
GS Erfrecht, art. 4:190 BW, aant. 4
4 Keuze tussen zuivere aanvaarding of beneficiaire aanvaarding
mr. dr. R.E. Brinkman en J. van Anken, voorheen bewerkt door prof. dr. B.E. Reinhartz, actueel t/m 01-06-2024
01-06-2024
01-01-2003 tot: -
mr. dr. R.E. Brinkman en J. van Anken, voorheen bewerkt door prof. dr. B.E. Reinhartz
GS Erfrecht, art. 4:190 BW, aant. 4
Onbekend (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
aanvaarding nalatenschap
nalatenschap
zuivere aanvaarding
erfrecht
verwerping nalatenschap
Burgerlijk Wetboek Boek 4 artikel 190
De erfgenaam, die een keuze wil maken tussen zuivere aanvaarding of beneficiaire aanvaarding, moet afwegen of hij aansprakelijk wil zijn voor (zijn aandeel in) de schulden van de nalatenschap, ook met zijn eigen vermogen. Weet hij zeker dat de nalatenschap een batig saldo heeft, dan lijkt de keuze voor zuivere aanvaarding voor de hand te liggen.
Kiest hij daarentegen voor beneficiaire aanvaarding, dan heeft dat in beginsel tot gevolg dat hij niet met zijn eigen vermogen hoeft bij te dragen in eventueel resterende schulden van de nalatenschap (art. 4:184 lid 2 BW). Blijft er nog iets over ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.