FED 1995/116
HR, 25-01-1995, nr. 29 984
HR 25-01-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3025
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 januari 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Moor, de; Jansen, C.H.M.
- Zaaknummer
29 984
- LJN
AA3025
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3025, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑01‑1995
- Wetingang
Zorgvuldigheidsbeginsel; art. 6 EVRM
Uitspraak
Belanghebbende, X, was zelfstandig belastingadviseur. In september 1986 is bij X een FIOD-onderzoek ingesteld, waarbij 3 kopieën van declaraties van X werden aangetroffen, met het verzoek het verschuldigde te voldoen op een Zwitserse bankrekening. Op die rekening is f 148 206 ontvangen. Ten tijde van het onderzoek was het bedrag niet in de boekhouding verwerkt en stond de bankrekening op naam van X. Het FIOD-onderzoek had plaats, na een door de rechtbank verleend verlof tot huiszoeking. In verband met het gevraagde verlof is door de FIOD een keuze gemaakt uit de tegenover haar onder andere door O afgelegde en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.