FED 1996/620
Bij notariële akte van 29 oktober 1989 heeft moeder een onroerende zaak aan haar zoon verkocht en in economische eigendom overgedragen. Een gedeelte van de koopsom werd kwijtgescholden. De verplichting tot betaling van de restantkoopsom werd omgezet in een geldlening. Op 20 september 1990 werd de juridische eigendom overgedragen en werd het restant van de lening kwijtgescholden. De inspecteur paste geen verrekening ingevolge art. 25, vijfde lid, Successiewet 1956 toe.
HR 06-12-1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA3165, m.nt. C.J.M. Martens
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 december 1995
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Herrmann; Jansen, C.H.M.; Fleers; Moltmaker
- Zaaknummer
29 664
- Noot
C.J.M. Martens
- LJN
AA3165
- JCDI
JCDI:ADS225834:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3165, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑12‑1995
ECLI:NL:PHR:1995:AA3165, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑12‑1995
- Wetingang
Art. 24 Successiewet
Essentie
Bij notariële akte van 29 oktober 1989 heeft moeder een onroerende zaak aan haar zoon verkocht en in economische eigendom overgedragen. Een gedeelte van de koopsom werd kwijtgescholden. De verplichting tot betaling van de restantkoopsom werd omgezet in een geldlening. Op 20 september 1990 werd de juridische eigendom overgedragen en werd het restant van de lening kwijtgescholden. De inspecteur paste geen verrekening ingevolge art. 25, vijfde lid, Successiewet 1956 toe.
Uitspraak
Het geschil betreft de aanslag in het recht van schenking.
Uitspraak op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de inspecteur der registratie en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.