FED 1995/473
1. Activering kosten exploratieboring naar olie of gas niet verplicht nu het Hof heeft vastgesteld dat ultimo het boekjaar redelijkerwijs nog niet vaststond dat het met de exploratieput aangeboorde veld een economisch winbare hoeveelheid olie bevatte. 2. Indien later blijkt dat de met de exploratieboring aangeboorde reserves economisch winbaar zijn, behoeven de kosten van de boring niet alsnog te worden geactiveerd, aangezien ook voor deze kosten ten tijde dat zij worden gemaakt niet kan worden voorzien of zij in de toekomst tot opbrengsten zullen leiden.
HR 12-04-1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA1554
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 april 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Moor, de; Putt-Lauwers, van der; Verburg
- Zaaknummer
29 866
- LJN
AA1554
- JCDI
JCDI:ADS273436:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1554, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑04‑1995
ECLI:NL:PHR:1995:AA1554, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑04‑1995
- Wetingang
Art. 9 Wet IB 1964
Essentie
1. Activering kosten exploratieboring naar olie of gas niet verplicht nu het Hof heeft vastgesteld dat ultimo het boekjaar redelijkerwijs nog niet vaststond dat het met de exploratieput aangeboorde veld een economisch winbare hoeveelheid olie bevatte. 2. Indien later blijkt dat de met de exploratieboring aangeboorde reserves economisch winbaar zijn, behoeven de kosten van de boring niet alsnog te worden geactiveerd, aangezien ook voor deze kosten ten tijde dat zij worden gemaakt niet kan worden voorzien of zij in de toekomst tot opbrengsten zullen leiden.
Uitspraak
Het geschil heeft betrekking op de aanslag vennootschapsbelasting over 1982. De mondelinge ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.