FED 1995/562
HR, 10-07-1995, nr. 30 407
HR 10-07-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1669
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 juli 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Jansen, C.H.M.
- Zaaknummer
30 407
- LJN
AA1669
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1669, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑07‑1995
- Wetingang
Uitspraak
Belanghebbende, X BV, vormt in 1988 en 1989 een fiscale eenheid ex art. 15 Wet Vpb. 1969 met A BV. X BV stelt dat A BV vóór 29 februari 1988 telefonisch een overeenkomst van aanneming van werk met B heeft gesloten. Dit is op 18 mei 1990 door B schriftelijk bevestigd.
In geschil is of X BV vóór 29 februari 1988 verplichtingen ex art. 61a is aangegaan, hetgeen de inspecteur bestrijdt.
Het Hof Arnhem stelt de inspecteur in het gelijk.
Op het beroep in cassatie van X BV overweegt de Hoge Raad:
Het hof heeft geoordeeld dat vóór ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.