FED 1998/163
Holdingjurisprudentie, aanwezigheid samenwerkende groep onvoldoende gemotiveerd
HR 04-02-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2410, m.nt. R.P. van den Dool
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 februari 1998
- Magistraten
Stoffer; Zuurmond; Fleers; Pos; Beukenhorst
- Zaaknummer
32690
- Noot
R.P. van den Dool
- LJN
AA2410
- JCDI
JCDI:ADS227480:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:AA2410, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑02‑1998
- Wetingang
Art. 24 Wet IB 1964 (holding- en kasgeldjurisprudentie)
Essentie
Holdingjurisprudentie, aanwezigheid samenwerkende groep onvoldoende gemotiveerd
Samenvatting
Belanghebbende bezit 1/6-deel van de certificaten van aandelen die door een stichting worden beheerd. De stichting bezit 55% van de aandelen in C BV. Belanghebbende brengt zijn certificaten in in E BV, waarin hij 100 procent van de aandelen bezit. De vraag is of ter zake van de opbrengst inkomsten uit vermogen aanwezig zijn. Sprake van samenwerkende groep?
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag inkomstenbelasting 1989
VASTSTAAT:
2.1 Belanghebbende was in het onderhavige jaar directeur van de besloten vennootschap C BV (hierna: de BV), gevestigd te R, welke vennootschap via een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.