FED 1994/392
Inbreng op 22 december 1986 door een Delaware Cy., gevestigd in de Verenigde Staten, van alle aandelen van een drietal op dezelfde dag met storting in contanten opgerichte Nederlandse BV's. De HR oordeelt dat sprake is van indirecte, door art. XXV, vierde lid van het Verdrag met de Verenigde Staten (tekst 1948) verboden, discriminatie en kent volledige vrijstelling van kapitaalsbelasting toe.
HR 27-04-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC5657, m.nt. J.S. Rijkels
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 april 1994
- Magistraten
Stoffer; Wildeboer; Urlings; Zuurmond; Herrmann; Moltmaker
- Zaaknummer
28 674
- Noot
J.S. Rijkels
- LJN
ZC5657
- JCDI
JCDI:ADS213593:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Belastingen van rechtsverkeer / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC5657, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑04‑1994
- Wetingang
Essentie
Inbreng op 22 december 1986 door een Delaware Cy., gevestigd in de Verenigde Staten, van alle aandelen van een drietal op dezelfde dag met storting in contanten opgerichte Nederlandse BV's. De HR oordeelt dat sprake is van indirecte, door art. XXV, vierde lid van het Verdrag met de Verenigde Staten (tekst 1948) verboden, discriminatie en kent volledige vrijstelling van kapitaalsbelasting toe.
Uitspraak
Het geschil betrof een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting
Vaststaat:
1. Belanghebbende is opgericht op 22 december 1986 door A Company, een vennootschap, opgericht naar het recht van de staat Delaware, een der staten van de Verenigde Staten van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.