Inhoudsopgave
WFR 2017/53:De Italiaanse Telecomzaak
WFR 2017/53
De Italiaanse Telecomzaak
De Hoge Raad en de fiscale wetgever: in gesprek, verbinding verbroken of assistentie van een telefoniste nodig?
Documentgegevens:
Prof. dr. R.P.C.W.M. Brandsma en J.I. van Leeuwen LL.M, datum 07-03-2017
- Datum
07-03-2017
- Auteur
Prof. dr. R.P.C.W.M. Brandsma en J.I. van Leeuwen LL.M1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS814552:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
- Wetingang
art. 10a Wet Vpb 1969
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ruim een jaar na diens uitspraak in de zogenoemde Mauritiuszaak, heeft de Hoge Raad op 8 juli 2016 opnieuw een richtingbepalend arrest gewezen over art. 10a Wet VPB 1969. In het zogenoemde Telecomarrest zijn de bakens uitgezet ten aanzien van (onder meer) de (on)zakelijkheid van het inzetten van een Nederlandse belastingplichtige ter uitvoering van bepaalde (groeps)transacties alsmede ter bepaling van de feitelijke (groeps)crediteur. Enerzijds heeft de Hoge Raad met dit arrest veel onduidelijkheid omtrent de interpretatie van de tegenbewijsregelingen van art. 10a lid 3 Wet VPB 1969 weggenomen, anderzijds geeft de beslissing van de Hoge Raad ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.