Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/2:2
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/2
2
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS995352:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het retentierecht is in zijn grondvorm eenvoudig. Zolang de schuldeiser niet is betaald, hoeft hij de zaak niet af te geven. De derdenwerking compliceert het beeld al een beetje. Met een kleine wijziging van het genoemde auto-reparatie-geval, inhoudend dat niet de eigenaar zelf, maar diens huurder de auto naar de garage brengt, wordt het een driepartijencasus. Gesteld dat de huurder de reparatie niet betaalt, kan dan de garage ook met een beroep op het retentierecht de afgifte opschorten jegens de eigenaar/ verhuurder? En wanneer de eigenaar de auto overdraagt terwijl deze bij de (onbetaalde) garage stond, hoeft de garage hem dan ook niet af te geven aan de verkrijger? In de loop van de 20e eeuw is de discussie over de wenselijkheid van opschorting van afgifte jegens oudere en jongere derden uitgekristalliseerd. In overeenstemming daarmee is in het (nieuw) BW de knoop doorgehakt ten gunste van derdenwerking van de opschortingsbevoegdheid: zowel de eigenaar/verhuurder, als de verkrijger kunnen het retentierecht tegengeworpen krijgen, als aan de wettelijke vereisten voor derdenwerking van de opschorting is voldaan.
Maar de wetgever heeft niet volstaan met een algemene regeling van het retentierecht en derdenwerking van de opschortingsbevoegdheid. In art. 3:292 jo. 3:291 BW is de retentor ook een verhaalsrecht met derdenwerking toegekend. In twee opzichten is het verhaalsrecht van de retentor bijzonder. Het wijkt af van twee hoofdregels van verhaalsrecht, te weten dat een schuldeiser verhaal heeft op alle goederen van zijn schuldenaar (art. 3:276 BW), en dat schuldeisers een gelijk recht hebben om naar evenredigheid van ieders vordering te worden voldaan uit de netto-executieopbrengst (art. 3:277 lid 1 BW). De retentor heeft ten eerste niet alleen verhaal op alle goederen van zijn schuldenaar, maar ook op goederen van derden (in afwijking van art. 3:276 BW) en ten tweede mag hij zich ook met voorrang boven derden verhalen op de goederen van zijn schuldenaar (in afwijking van art. 3:277 lid 1 BW). Als de huurder/schuldenaar in gebreke blijft met het betalen van reparaties, mag de retentor zich verhalen op de auto, ook al is deze geen eigendom van de huurder maar van de verhuurder. Zo kan een derde worden geconfronteerd met verhaal op zijn zaken, zonder dat hij schuldenaar is van de verhaalsgerechtigde.