Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/11:11
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/11
11
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS995462:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012/945 voegt hieraan toe dat de retentor wel altijd schuldeiser is, maar niet altijd schuldenaar. Reehuis grijpt hiermee terug op de ‘goederenrechtelijke’ retentierechten, waarbij er geen sprake is van een debiteur-crediteur verhouding tussen de eigenaar en de houder. Vgl. Asser/Van Mierlo 3-VI 2016/497. Zie verder par. 2.2.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een paar opmerkingen over de begrippen schuldeiser en schuldenaar. In de regeling van het retentierecht van art. 3:290 e.v. BW wordt de retentor aangeduid als schuldeiser; in de algemene regeling van opschortingsrechten van art. 6:52 BW wordt de opschortende partij aangeduid als schuldenaar.1 Bij het inroepen van een retentierecht heeft men steeds te maken met de opschorting van de verplichting tot afgifte. Ter zake van deze verplichting is de retentor schuldenaar; hij is gehouden op een goed moment de zaak weer af te geven.2 De retentor is tegelijkertijd schuldeiser ter zake van een vordering op zijn wederpartij. De partij die het retentierecht heeft, duid ik aan als schuldeiser (of retentor).