Inhoudsopgave
NJB 2017/262:Heeft ons strafrecht de ‘verminderde’ toerekeningsvatbaarheid wel nodig?
NJB 2017/262
Heeft ons strafrecht de ‘verminderde’ toerekeningsvatbaarheid wel nodig?
Documentgegevens:
Johannes Bijlsma & Gerben Meynen, datum 31-01-2017
- Datum
31-01-2017
- Auteur
Johannes Bijlsma & Gerben Meynen1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS1112:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Wetingang
artikel 37 Wetboek van Strafrecht; artikel 350 Wetboek van Strafvordering;
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds het verschijnen van de Richtlijn psychiatrisch onderzoek en rapportage in strafzaken in 2012 is er onder gedragsdeskundigen discussie over het aantal graden van toerekeningsvatbaarheid. Traditioneel werd in Nederland een vijfpuntsschaal gehanteerd: toerekeningsvatbaar, licht verminderd, verminderd, sterk verminderd toerekeningsvatbaar, en ontoerekeningsvatbaar. De richtlijn verving deze indeling door een driepuntsschaal met slechts één middencategorie: verminderde toerekeningsvatbaarheid. Onlangs werd door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, na consultatie en debat, het aantal graden van toerekeningsvatbaarheid definitief vastgesteld op drie. Maar wat is, nog afgezien van de drie- dan wel vijfpuntsschaal, überhaupt de juridische zin van het gebruik van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.