AB 2022/16
Geen beginselplicht tot handhaving bij bestuurlijke boete.
ABRvS 30-06-2021, ECLI:NL:RVS:2021:1407, m.nt. T. Barkhuysen en M.L. van Emmerik
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
30 juni 2021
- Magistraten
Mrs. J.A.W. Scholten-Hinloopen, B.P. Vermeulen, E.J. Daalder
- Zaaknummer
202003002/1/A3
- Noot
T. Barkhuysen en M.L. van Emmerik
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS627111:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:1407, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 30‑06‑2021
- Wetingang
Essentie
Geen beginselplicht tot handhaving bij bestuurlijke boete.
Samenvatting
Appellant bestrijdt het oordeel van de rechtbank dat de AP heeft mogen besluiten om van het opleggen van een bestuurlijke boete aan het NIFP af te zien. Hij betoogt, onder verwijzing naar de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 20 augustus 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BN4700, en de conclusie van de staatsraad advocaat-generaal mr. P.J. Wattel van 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:738, dat de beginselplicht tot handhaving die in de rechtspraak met betrekking tot herstelsancties wordt aangenomen, ook ten aanzien van de bestuurlijke boete geldt, omdat met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.