NJ 1933, p. 287
Arbeiders in dienst van de Staatsmijnen. Voor de toepasselijkheid van de wetsbepalingen op de arbeidsovereenkomst geen uitdrukkelijke verklaring vereischt.
HR 08-12-1932, ECLI:NL:HR:1932:253
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 december 1932
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Visser, Kosters, van den Dries, van Gelein Vitringa.
- Zaaknummer
[08121932/NJ_1933,_p._287]
- Conclusie
Mr. Besier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1932:253, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑12‑1932
- Wetingang
(BW art. 16372.)
Essentie
Arbeiders in dienst van de Staatsmijnen. Voor de toepasselijkheid van de wetsbepalingen op de arbeidsovereenkomst geen uitdrukkelijke verklaring vereischt.
Samenvatting
Het voorschrift van art. 1637 z B. W., dat de wetsbepalingen op de arbeidsovereenkomst ten aanzien van personen in dienst van den Staat niet van toepassing zijn, tenzij zij onder meer door of namens partijen vóór of bij den aanvang der dienstbetrekking toepasselijk zijn verklaard, komt hierop neer, dat,, willen die voorschriften toepasselijk zijn, partijen hieromtrent uiterlijk bij den aanvang der dienstbetrekking hun wil moeten hebben te kennen gegeven.
Nu eenig voorschrift omtrent het uitdrukkelijke van die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.