HR, 20-04-2018, nr. 16/03305
ECLI:NL:HR:2018:638
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20-04-2018
- Zaaknummer
16/03305
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2018:638, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑04‑2018; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2016:2000
- Vindplaatsen
NLF 2018/0985
FutD 2018-1097
Viditax (FutD) 2018042002
Uitspraak 20‑04‑2018
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 16/03303.
Partij(en)
20 april 2018
Nr. 16/03305
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 mei 2016, nr. 14/00626, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/3977) betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij één middel aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2. Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 16/03303 uitgesproken arrest van de Hoge Raad.
3. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2018.