Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.5.1.2:12.5.1.2 Het recht van reclame en het voorrecht
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.5.1.2
12.5.1.2 Het recht van reclame en het voorrecht
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90925:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is de koper in gebreke met de betaling van de koopprijs aan de leverancier, dan kan de leverancier besluiten om de zaken te reclameren. De leverancier herkrijgt de zaken bij een geslaagd beroep op het recht van reclame, ook als deze zijn doorverkocht aan een afnemer. De afnemer loopt dus het risico om de zaken te verliezen. In beginsel is deze periode van onzekerheid voor de afnemer slechts tien dagen. Dit is namelijk de termijn voor uitoefening van het recht van reclame (§2-702 UCC). Deze termijn geldt echter niet als de koper een geschreven misrepresentation of solvency heeft gestuurd aan de leverancier.1 De afnemer loopt dan voor onbepaalde tijd het risico zijn eigendom te verliezen door uitoefening van het recht van reclame.
Dit leidt uitzondering als de afnemer als good faith purchaser (§2-403 UCC) óf als buyer in the ordinary course (§1-201 sub 9 UCC) de uitoefening van het reclamerecht kan afweren (§2-702 lid 3 UCC). In beide gevallen dient de afnemer de zaken te goeder trouw en om baat te hebben gekocht. De afnemer is te goeder trouw indien hij geen wetenschap heeft van het feit dat zijn aankoop het reclamerecht van de leverancier kan frustreren.2 Ook dient hij de feitelijke macht over de zaak te hebben verkregen. Het verschil tussen beide derdenbeschermingsregelingen is dat de koper als good faith purchaser niet hoeft te hebben verkregen van een verkoper die handelt in de normale uitoefening van zijn bedrijf. De drempel voor derdenbescherming is dus lager dan voor de buyer in the ordinary course.
De leverancier kan daarnaast terugvallen op het algemene voorrecht tijdens het faillissement van de koper. De leverancier heeft voorrang bij de uitkering van de failliete boedel op grond van §503 (b)(9) jo. 507 (a)(2) B.C. Deze voorrang bestaat ongeacht of de zaak al is doorverkocht. Het voorrecht neemt wel rang na de uitkering aan schuldeisers met een voltooid zekerheidsrecht.3