NJB 2021/2543:Het niet ‘voldoende zorg dragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier’, art. 425 Sr. Bestanddeel ‘onder de hoede staand’: in casu heeft het hof overwogen dat het de verantwoordelijkheid van de verdachte was om ervoor te zorgen dat de honden, waaronder hond 2, bij het weggaan uit de woning niet zouden kunnen ontsnappen. ’s Hofs oordeel dat de hond onder de hoede van de verdachte stond is niet zonder meer begrijpelijk. Uit de vaststellingen van het hof – die slechts inhouden dat de verdachte niet de eigenaar van de hond was en dat hij zich als bezoeker bevond in de woning van de familie van betrokkene waar de hond verbleef – volgt immers niet dat de zeggenschap of zorg over de hond op een zodanige manier aan de verdachte was toevertrouwd dat de hond onder zijn hoede stond als bedoeld in art. 425, aanhef en onder 2º, Sr. Bestanddeel ‘gevaarlijk dier’: het oordeel van het hof dat hond 1 een gevaarlijk dier is als bedoeld in art. 425, aanhef en onder 2º, Sr, is ontoereikend gemotiveerd, omdat uit de bewijsvoering niet blijkt dat deze hond ten tijde van de bewezenverklaarde feiten als gevaarlijk in de zin van art. 425, aanhef en onder 2º, Sr moest worden aangemerkt. Dat bij bepaalde hondenrassen – waaronder ‘Amerikaanse’ Staffordshire terriers – meer voorzichtigheid in acht moet worden genomen, volstaat daarvoor niet, nog daargelaten dat het hof heeft bewezenverklaard dat de hond een ‘Engelse’ Staffordshire terrier is.