NJ 1934, p. 1157
Art. 1947 B. W. in de request-procedure.
HR 12-02-1934, ECLI:NL:HR:1934:294
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 februari 1934
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, Taverne, Schepel, Kirberger, Donner
- Zaaknummer
[121934/NJ_1934,_p._1157]
- Conclusie
Tak
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Vermogensrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1934:294, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑02‑1934
- Wetingang
(BW art. 1932-1951, 1947; Rv art. 345.)
Essentie
Art. 1947 B. W. in de request-procedure.
Samenvatting
De in Boek IV B. W. opgenomen voorschriften omtrent het bewijs zijn niet geschreven met betrekking tot beschikkingen op verzoekschrift. (Zie H. R. 15 Juni 1931 N. J. 1931, 1242 met Noot 2 E. M. M. en 18 Dec. 1930 N. J. 1931, 661 met Noot 1 P. S., Red.;
Dit geldt derhalve ook voor art. 1947 B. W., waartegen niet afdoet, dat in het tweede lid van dit artikel de onbekwaamheid uitdrukkelijk is opgeheven onder meer voor een geval, waarin naar het vooroverwogene het eerste lid geen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.