NJB 2025/486
Drie prejudiciële vragen aan de Hoge Raad inzake art. 197a en 197b Sr. Generalis-specialisverhouding? Art. 197b Sr verhoudt zich tot art. 197a lid 2 Sr niet als een bijzondere strafbepaling tot een algemene strafbepaling in de zin van art. 55 lid 2 Sr. CAG: anders (en daarom worden in de CAG ook de tweede en derde prejudiciële vraag beantwoord).
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:228
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, C. Caminada, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
24/03441 PJV
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Arbeidsrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:228, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1379, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
- Wetingang
Essentie
Drie prejudiciële vragen aan de Hoge Raad inzake art. 197a en 197b Sr. Generalis-specialisverhouding? Art. 197b Sr verhoudt zich tot art. 197a lid 2 Sr niet als een bijzondere strafbepaling tot een algemene strafbepaling in de zin van art. 55 lid 2 Sr. CAG: anders (en daarom worden in de CAG ook de tweede en derde prejudiciële vraag beantwoord).
Uitspraak
Inleiding
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad door de rechtbank Oost-Brabant bij beslissing van 20 augustus 2024:
- 1.
Is sprake van (een vorm van) een specialiteitsverhouding tussen art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.