Rb. Noord-Holland, 12-07-2023, nr. C/15/331384 / FA RK 22-4031
ECLI:NL:RBNHO:2023:6582
- Instantie
Rechtbank Noord-Holland
- Datum
12-07-2023
- Zaaknummer
C/15/331384 / FA RK 22-4031
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBNHO:2023:6582, Uitspraak, Rechtbank Noord-Holland, 12‑07‑2023; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:RBNHO:2022:8135, Uitspraak, Rechtbank Noord-Holland, 31‑08‑2022; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
- Vindplaatsen
JGz 2023/74 met annotatie van Mr. dr. R.B.M. Keurentjes
GZR-Updates.nl 2022-0251
Uitspraak 12‑07‑2023
Inhoudsindicatie
Hernieuwde beslissing over verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel na cassatie. De Hoge Raad heeft de eerdere beschikking van de rechtbank tot voortzetting van de crisismaatregel vernietigd, omdat de medische verklaring was opgesteld met behulp van beeldbellen. De Hoge Raad hanteert als maatstaf dat het medisch onderzoek ten behoeve van het opstellen van een medische verklaring moet worden verricht in de fysieke aanwezigheid van de betrokkene, tenzij uit de omstandigheden van het concrete geval blijkt dat het voor de psychiater redelijkerwijs niet mogelijk was om een onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene te verrichten. Van die uitzonderingssituatie is in dit geval geen sprake geweest. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om voortzetting van de crisismaatregel alsnog af.
Partij(en)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/331384 / FA RK 22-4031
beschikking van de meervoudige kamer van 12 juli 2023,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] ,
wonende te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. J.W.E. Groot, gevestigd te Wognum.
1. Procedure
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 augustus 2022, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van [plaats] op 28 augustus 2022 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
1.2.
De rechtbank heeft bij beschikking van 31 augustus 2022 met zaak- en rekestnummer C/15/331384 / FA RK 22-4031 ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend die geldig is tot en met 21 september 2022. Tegen deze beschikking heeft betrokkene cassatie ingesteld.
1.3.
Bij beschikking van 21 april 2023 met nummer 22/04502 heeft de Hoge Raad de beschikking van deze rechtbank vernietigd en het geding teruggewezen naar deze rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
1.4.
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
- -
het verzoekschrift van de officier van justitie met bijlagen van 29 augustus 2022;
- -
de beschikking van deze rechtbank van 31 augustus 2022, waarbij een voortzetting van de machtiging crisismaatregel is verleend voor de duur van drie weken;
- -
een afschrift van de beschikking van de Hoge Raad van 21 april 2023;de conclusie van de procureur-generaal van 3 februari 2023.
1.5.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 juni 2023 in het gerechtsgebouw van deze rechtbank. De meervoudige kamer heeft onderhavige zaak gelijktijdig behandeld met het verzoek van betrokkene tot schadevergoeding met zaak- en rekestnummer C/15/339418 / FA RK 232021.Ter zitting heeft de meervoudige kamer de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [onafhankelijk psychiater en tevens geneesheer-directeur] , onafhankelijk psychiater en tevens geneesheer-directeur van GGZ Noord-Holland-Noord;
- [jurist] , jurist bij GGZ Noord-Holland-Noord;
- [officier van justitie] , officier van justitie.
2. Beoordeling
2.1.
De rechtbank dient als gevolg van de beschikking van de Hoge Raad op het cassatieberoep opnieuw te beslissen op het verzoek tot voortzetting van de machtiging crisismaatregel van 29 augustus 2022, terwijl de geldigheidsduur van deze machtiging bij een toewijzing daarvan reeds zou zijn verlopen. Op basis van de uitspraak van de Hoge Raad van 24 juni 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ2292) moet immers worden aangenomen dat aan degene die een rechtsmiddel instelt tegen een tijdelijke maatregel als gevolg waarvan hem zijn vrijheid is ontnomen, zijn procesbelang niet behoort te worden ontzegd op de enkele grond dat de periode waarvoor die maatregel gold inmiddels is verstreken. De rechtbank dient in deze procedure dan ook te beoordelen of op het tijdstip dat de (inmiddels vernietigde) beschikking werd gegeven, te weten op 31 augustus 2022, voldoende grond bestond voor het verlenen van de verzochte voortzetting van de crisismaatregel. Dit wordt ook wel een ‘ex tunc’-beoordeling genoemd.
2.2.
De Hoge Raad heeft in zijn beschikking van 21 april 2023 onder meer het volgende overwogen:
“3.2 De psychiater dient het in de Wvggz voor de diverse vormen van verplichte zorg
voorgeschreven medische onderzoek in beginsel aldus te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van de betrokkene om aan een onderzoek mee te werken, maar ook andere omstandigheden kunnen meebrengen dat onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene niet of slechts beperkt mogelijk is. In die gevallen zal, met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel. […]
3.4
De verklaring van de arts ter zitting houdt in dat de keuze van de psychiater om betrokkene via beeldbellen te onderzoeken berust op de algemene omstandigheid dat op zondagen slechts één psychiater in de regio Noord-Holland-Noord beschikbaar is. Uit hetgeen hiervoor in 3.2 is overwogen volgt echter dat een onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene uitgangspunt dient te zijn en dat van dit uitgangspunt slechts kan worden afgeweken indien een onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene in de omstandigheden van het concrete geval redelijkerwijs niet mogelijk is. De omstandigheid dat ten aanzien van de betrokkene sprake is van een crisissituatie die — in de eerste plaats in het belang van de betrokkene zelf — zo spoedig mogelijk moet worden beëindigd, kan hierbij een rol spelen, maar is op zichzelf niet voldoende.
3.5
Uitgaand van de verklaring van de arts ter zitting vond het onderzoek plaats op een moment waarop in de regio slechts één psychiater beschikbaar was. De verklaring houdt echter niet in dat het op dat moment voor deze psychiater redelijkerwijs niet mogelijk was betrokkene in diens fysieke aanwezigheid te onderzoeken. […]”
2.3.
De rechtbank overweegt dat uit deze beschikking van de Hoge Raad volgt dat het uitgangspunt voor het verrichten van medisch onderzoek ten behoeve van het opstellen van een medische verklaring is dat een betrokkene door een onafhankelijke psychiater wordt onderzocht in diens fysieke aanwezigheid. Dat is slechts anders indien uit de omstandigheden van het concrete geval blijkt dat het voor de psychiater redelijkerwijs niet mogelijk was om een onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene te verrichten.
2.4.
Blijkens de beschikking van de Hoge Raad van 25 september 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1509) vloeit deze jurisprudentielijn voort uit de rechtspraak van het EHRM. De Hoge Raad overweegt in deze beschikking dat het EHRM in een reeks uitspraken heeft geoordeeld dat de psychiater de betrokkene met het oog op de door hem af te geven medische verklaring – behoudens in noodsituaties – persoonlijk dient te onderzoeken, dat wil zeggen dat hij de betrokkene in een direct contact spreekt en observeert. Voorts houdt deze rechtspraak in dat, indien een persoonlijk onderzoek niet mogelijk is, de psychiater in zijn verklaring dient te verantwoorden waarom hij de betrokkene niet of slechts in beperkte mate heeft kunnen onderzoeken en op welke gronden hij, mede aan de hand van verkregen informatie van derden, niettemin tot de conclusie komt dat ten aanzien van de betrokkene is voldaan aan de wettelijke vereisten voor gedwongen opneming. Een en ander strookt met de rechtspraak van het EHRM, waarin is overwogen dat de precieze vorm en procedure kunnen afhangen van de omstandigheden, en dat in voorkomend geval mag worden volstaan met een onderzoek aan de hand van het dossier ten aanzien van de betrokkene, bijvoorbeeld indien deze weigert mee te werken aan een medisch onderzoek.
2.5.
Ter zitting heeft de onafhankelijke psychiater (tevens geneesheer-directeur) die op 28 augustus 2022 de medische verklaring over betrokkene heeft opgesteld, desgevraagd verklaard dat tot voor kort het beeldbellen de gebruikelijke manier was om een medisch onderzoek in het kader van een crisismaatregel te verrichten. Tijdens de coronapandemie zijn de mogelijkheden voor beeldbellen onderzocht en is daarmee veel ervaring opgedaan. Gezien de positieve ervaringen die ermee zijn opgedaan, de schaarste aan psychiaters en de reisafstanden in de regio Noord-Holland-Noord, heeft de psychiater in dit geval op 28 augustus 2022 het onderzoek verricht met behulp van een beeldbelverbinding, waarbij de betrokkene gezelschap had van een arts en een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige. De psychiater heeft toegelicht dat hij de afweging om over te gaan tot een zogeheten beeldbelbeoordeling mede maakte vanwege de reisafstand van ongeveer drie kwartier tussen zijn woning en het politiebureau in [plaats] , waar betrokkene op het moment van de beoordeling verbleef. Een beoordeling op locatie zou betekenen dat betrokkene in totaal ongeveer drie uur langer in zijn politiecel zou moeten verblijven dan het geval is geweest met de verrichte beeldbelbeoordeling, ook omdat de psychiater de medische verklaring niet op locatie kan opstellen vanwege veiligheidsaspecten van het online politiesysteem. De psychiater had tijdens de beoordeling goed zicht op betrokkene en hij verwacht niet dat een onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene tot een andere uitkomst had geleid.
Inmiddels heeft de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVP) geconcludeerd dat het beeldbellen een verantwoorde manier is om medische beoordelingen te verrichten. Als uitvloeisel van die conclusie heeft de NVP in maart 2023 het ‘Afwegingskader fysiek of hybride beoordelen in het kader van de Wet verplichte ggz’ vastgesteld. Gelet op de opgedane ervaringen met beeldbelbeoordelingen en het afwegingskader van de NVP, meent de psychiater dat hij op 28 augustus 2022 een volwaardig en gedegen medisch onderzoek heeft verricht.
In reactie op de beschikking van de Hoge Raad van 23 april 2023 heeft de psychiater erkend dat er op zondag 28 augustus 2022 geen omstandigheden waren waardoor het voor hem redelijkerwijs onmogelijk was om de betrokkene te onderzoeken in diens fysieke aanwezigheid.
2.6.
Gezien de maatstaf van de Hoge Raad en de erkenning door de psychiater dat er geen omstandigheden waren waardoor het voor hem redelijkerwijs onmogelijk was om de betrokkene te onderzoeken in diens fysieke aanwezigheid, heeft de officier van justitie ter zitting verzocht om het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel alsnog af te wijzen.
2.7.
Hoewel de rechtbank begrip kan opbrengen voor de praktische overwegingen en de afwegingen van de psychiater, komt de rechtbank op dezelfde gronden als de officier van justitie tot het oordeel dat de medische verklaring in dit geval is opgesteld op een wijze die niet voldoet aan de eisen die daaraan door de Hoge Raad worden gesteld. De rechtbank zal het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel daarom nu alsnog afwijzen.
.
3. Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, mr. W.P. van der Haak en mr. M.C.A. Onderwater, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A.C. Sinnige als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023. | ||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. | ||
Uitspraak 31‑08‑2022
Inhoudsindicatie
Voortzetting crisismaatregel. De advocaat van betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen het feit dat medisch onderzoek is geschied met behulp van beeldbelverbinding. De rechtbank verwerpt dat bezwaar. De beoordeling vond plaats in een crisissituatie en er was op het moment van de beoordeling slechts één psychiater beschikbaar voor een geografisch groot gebied. Door beeldbellen kon de medische beoordeling over de noodzaak van een Wvggz-maatregel sneller plaatsvinden. Dat is ook in het belang van de betrokkene. Tijdens het onderzoek waren bij betrokkene wel een arts en een spv-er in de politiecel aanwezig, waarmee is voldaan aan de zorgvuldigheidseisen. De rechtbank concludeert dat een medisch onderzoek in de fysieke aanwezigheid van betrokkene geen ander medisch beeld had opgeleverd. Het in de medische verklaring geconstateerde ernstig nadeel is ook op de dag van de zitting nog aanwezig.
Partij(en)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/331384 / FA RK 22-4031
beschikking van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2022,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende in [verblijfplaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. J.W.E. Groot, gevestigd te Bovenkarspel.
1. Procedure
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 augustus 2022, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van Hoorn op 28 augustus 2022 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- -
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
- -
de medische verklaring van 28 augustus 2022;
- -
een uittreksel uit de Justitiële documentatie van betrokkene van 29 augustus 2022;
- -
een Informatierapport Wvggz van de politie over betrokkene met registraties over de periode 29 mei 2022 tot en met 29 augustus 2022.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2022, in voornoemde accommodatie. Daarbij is betrokkene door de rechter gehoord in de Extra Beveiligde Kamer (EBK).
1.3.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, [de arts] ;
- de verpleegkundige, [de verpleegkundige] .
1.4.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.
2. Beoordeling
2.1.
De rechtbank stelt vast dat de bij het verzoek gevoegde medische verklaring is gebaseerd op een onderzoek van betrokkene door een onafhankelijke psychiater, waarbij het medisch onderzoek heeft plaatsgevonden met behulp van een beeldbelverbinding.
2.2.
De advocaat van betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat de medische verklaring is opgesteld zonder dat betrokkene fysiek is onderzocht door een psychiater. De advocaat van betrokkene stelt dat er omstandigheden kunnen bestaan waarin afgeweken kan worden van de hoofdregel dat een betrokkene fysiek moet worden onderzocht door een psychiater bij het opstellen van een medische verklaring, maar dat een dergelijke omstandigheid in dit geval niet aan de orde was. Nu de medische verklaring niet voldoet aan de wettelijke vereisten kan deze niet worden meegenomen bij de beoordeling van het verzoek van de officier van justitie. Dit betekent dat het verzoek van de officier van justitie onvoldoende is onderbouwd en daarom moet worden afgewezen. De advocaat van betrokkene heeft ter onderbouwing van dit standpunt verwezen naar de arresten van de Hoge Raad van 25 september 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1509) en van 11 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:2015) en naar lagere rechtspraak.
2.3.
De rechtbank overweegt dat uit de door de advocaat van betrokkene aangehaalde jurisprudentie, die zijn gelding nog niet heeft verloren, volgt dat de psychiater het in de Wvggz voor de diverse vormen van verplichte zorg voorgeschreven medische onderzoek in beginsel aldus dient te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Voorts houdt deze rechtspraak in dat, indien een persoonlijk onderzoek redelijkerwijs niet mogelijk is, de psychiater in zijn medische verklaring zal moeten verantwoorden waarom onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk of niet verantwoord is, voor welk alternatief hij heeft gekozen, en op welke gronden hij tot de slotsom is gekomen dat aan de vereisten voor verlening van verplichte zorg is voldaan. In die gevallen zal, met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel. De rechtbank zal vervolgens moeten beoordelen of de verzochte machtiging op grond van de medische verklaring kan worden verleend. Daarbij kan een rol spelen dat ten aanzien van de betrokkene sprake is van een crisissituatie, die – in de eerste plaats in het belang van de betrokkene zelf – zo spoedig mogelijk moet worden beëindigd.
2.4.
De rechtbank stelt vast dat in dit geval in de medische verklaring, die is opgesteld op zondagochtend 28 augustus 2022 om 05:35 uur, onder het kopje ‘6. Overige mededelingen’ is vermeld:‘Het betreft een tweede crisismaatregel voor een man die nu weer in de zelfde toestand verkeert als bij de eerste opname. Betrokkene is met een goed werkende beeldbelverbinding onderzocht. Ik acht het horen van betrokkene zinloos door zijn ontremming, incoherente spraak en dreiging.’
Onder het kopje ‘2. Psychiatrisch onderzoek’ is in rubriek 2b. onder meer het volgende vermeld:
‘Betrokkene is door de politie meegenomen omdat hij op straat verward gedrag vertoonde […]. In de politiecel was hij erg verward en is de SEPH/crisisdienst ingeschakeld. Betrokkene is door mij gezien middels een goed werkende beeldbelverbinding. Betrokkene vertoont manische en psychotische verschijnselen in de zin van psycho-motore en verbale ontremming, incoherente spraak, grootheidswanen en hij is dwingend in het gesprek. Opvallend is het grimassen van betrokkene: hij steekt zijn tong uit, lacht dan vreemd. Een wederkerig gesprek is niet mogelijk omdat betrokkene vooral incoherent praat en gaat dreigen. Betrokkene is vorig jaar met een vergelijkbaar toestandsbeeld opgenomen met een CM en zorgmachtiging. […]’
Onder het kopje ‘3. Onmiddellijk dreigend ernstig nadeel’ is in rubriek 3d vermeld:
‘De dreigementen en ontremming zijn door mijzelf waargenomen. De rest vernomen van de politie.’
2.5.
Ter zitting heeft de arts verklaard dat medische beoordelingen in het kader van de Wvggz heel vaak door de onafhankelijke psychiater worden verricht met behulp van beeldbellen. De achtergrond daarvan is een logistieke reden: op zondagen is in de regio Noord-Holland-Noord één psychiater verantwoordelijk voor de hele noordkant en hij heeft dan meerdere dienstkoppels onder zijn hoede. Gelet op de omvang van de regio en de reisafstanden lukt het vaak niet om in crisissituaties een fysiek medisch onderzoek te verrichten. De vaste procedure in de regio Noord-Holland-Noord is dat tijdens het medisch onderzoek door de psychiater wel een arts en een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige bij betrokkene fysiek aanwezig zijn. De arts heeft ter zitting in het computersysteem de bevestiging gevonden dat die procedure ook in dit geval is gevolgd. Het onderzoek is verricht toen betrokkene in een politiecel verbleef in aanwezigheid van een arts-in-opleiding-tot-specialist en een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige.
2.6.
De rechtbank is van oordeel dat de onafhankelijke psychiater in dit geval heeft mogen volstaan met medisch onderzoek met behulp van een beeldbelverbinding en dus buiten de fysieke aanwezigheid van betrokkene. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek heeft plaatsgevonden in een crisissituatie, nu uit de medische verklaring en het Informatierapport Wvggz van de politie blijkt dat betrokkene ten tijde van het onderzoek gefixeerd in een politiecel verbleef omdat hij agressief en dreigend was. Ook betrekt de rechtbank bij dit oordeel dat het onderzoek op zondagochtend om 05:35 uur heeft plaatsgevonden, terwijl er op dat moment maar één psychiater beschikbaar was om crisisbeoordelingen te verrichten in een geografisch groot gebied. Het verrichten van medisch onderzoek met behulp van beeldbellen kan relatief snel plaatsvinden omdat de reistijd wordt bespaard. Dat is in crisissituaties ook in het belang van de betrokkene, omdat er sneller door een onafhankelijke psychiater kan worden beoordeeld of het uitvaardigen van een maatregel op grond van de Wvggz aangewezen is. Door de aanwezigheid van een arts-in-opleiding-tot-specialist en een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige bij betrokkene tijdens het medisch onderzoek is naar het oordeel van de rechtbank aan de zorgvuldigheidseisen voldaan.
2.7.
De rechtbank is verder van oordeel dat het medisch onderzoek door de onafhankelijke psychiater met behulp van een beeldbelverbinding in dit geval toereikend is geweest. Uit de verklaring blijkt dat de psychiater de dreigementen en ontremming zelf heeft waargenomen en dat betrokkene manische en psychotische verschijnselen vertoont. De psychiater heeft geconstateerd dat een wederkerig gesprek met betrokkene niet mogelijk is, omdat betrokkene vooral incoherent praat en gaat dreigen. Uit de vermelding in de medische verklaring dat de psychiater het horen van betrokkene zinloos acht door zijn ontremming, incoherente spraak en dreiging, leidt de rechtbank af dat een medisch onderzoek in de fysieke aanwezigheid van betrokkene geen ander medisch beeld had opgeleverd.
2.8.
Nu de medische verklaring tot stand is gekomen op een wijze die de rechtbank in overeenstemming acht met de wet en de jurisprudentie, kan deze dienen als basis voor de verzochte machtiging en zal de rechtbank het verzoek verder beoordelen.
2.9.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
- -
ernstig lichamelijk letsel;
- -
ernstige psychische schade;
- -
dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van een ander oproept;
- -
de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Dit gevaar is naar het oordeel van de rechtbank op de dag van de zitting ook nog steeds aanwezig, ook al was betrokkene tijdens het gesprek met de rechter in de EBK redelijk aanspreekbaar. De rechtbank wijst in dit verband op de verklaringen van de ter zitting aanwezige arts en verpleegkundige. Daaruit blijkt dat betrokkene sinds zijn opname meerdere verpleegkundigen heeft bedreigd, vrouwen seksueel grensoverschrijdende opmerkingen heeft toegevoegd, mannen heeft gedreigd ze de keel door te snijden en dat betrokkene zichzelf ging bevredigen toen een vrouwelijke psychiater met hem in gesprek ging. Ook blijkt daaruit dat betrokkene soms vreemd gromt, zichzelf met een mes op zijn hoofd heeft proberen te slaan en dat hij, ook in de EBK, herhaaldelijk met zijn hoofd tegen de muren heeft aangelopen/gerend in een poging zichzelf te verwonden.
2.10.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten: maniform psychotisch toestandsbeeld, mogelijk door drugsgebruik ontstaan. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.11.
De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- -
het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- -
het beperken van bewegingsvrijheid;
- -
het insluiten van betrokkene;
- -
het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- -
onderzoek aan kleding of lichaam;
- -
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- -
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- -
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- -
opnemen in een accommodatie.
2.12.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van de machtiging met de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg wordt voldaan.
2.13.
Betrokkene verzet zich tegen voornoemde vormen van verplichte zorg.
2.14.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
3. Beslissing
De rechtbank:
- verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.11 zijn genoemd;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 september 2022.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Bos als griffier en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2022. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 september 2022. | ||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. | ||