Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/9.1
9.1 Inleiding
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS590677:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Voorbeelden van andere rechtsverhoudingen waaruit vorderingen kunnen ontstaan, zijn erfpacht: de eigenaar heeft een vordering tot betaling van de canon jegens de erfpachter (art. 5:85 lid 2 BW); gemeenschap: de deelgenoot heeft vorderingen jegens de andere deelgenoten tot bijdrage in de uitgaven die voortvloeien uit handelingen die bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht (art. 3:172 BW); en vereniging: de vereniging heeft vorderingen tot betaling van contributie jegens haar leden (art. 2:34a BW). Behalve koop blijven de bijzondere overeenkomsten buiten beschouwing.
Het betreft bevoegdheden tot de rechtsverhouding uit overeenkomst (vgl. de bevoegdheden tot een goed). In zekere zin kan worden gesproken van de beschikkingsbevoegdheid over een rechtsverhouding uit overeenkomst. De bespreking betreft aileen de wettelijke bevoegdheden, niet (ook) de contractuele beperking en uitbreiding van deze bevoegdheden.
Zie over een door de stille cedent of stille cessionaris in te stellen eis in reconventie hiervóór nr. 175 e.v.
503. In de hoofdstukken 3 t/m 9 komen de bevoegdheden en de rechten van de stille cedent en de stille cessionaris aan bod. In de hoofdstukken 3 t/m 8 zijn diverse bevoegdheden en rechten ten aanzien van de stil gecedeerde vorderingen besproken. In dit hoofdstuk staan de bevoegdheden ten aanzien van de aan de vordering onderliggende rechtsverhouding centraal, alsmede de bevoegdheid tot opschorting en de bevoegdheid tot verrekening. Ook wordt op het einde in kader van art. 6:88 BW ingegaan op de samenloop van uit te oefenen bevoegdheden.
De bespreking beperkt zich tot de bevoegdheden uit rechtsverhoudingen uit overeenkomst. Andere rechtsverhoudingen blijven buiten beschouwing.1 De bevoegdheden ten aanzien van een rechtsverhouding uit overeenkomst bestaan uit de bevoegdheid tot overdracht van de rechtsverhouding uit overeenkomst ( contractsovememing), tot wijziging van de rechtsverhouding (contractswijziging) en tot beëindiging van de rechtsverhouding (ontbinding, opzegging en vemietiging).2 De bevoegdheid tot opschorting en de bevoegdheid tot verrekening veronderstellen, net als de bevoegdheid tot het instellen van een eis in reconventie,3 het bestaan van een vordering én een schuld.4
De bevoegdheden houden op verschillende manieren verband met de vordering. Het bestaan van de vordering is een voorwaarde voor de bevoegdheid tot ontbinding, verrekening en opschorting. Voor de bevoegdheid tot ontbinding moet een vordering bestaan ten aanzien waarvan de schuldenaar toerekenbaar tekortschiet of waarvan nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is; voor verrekening is een opeisbare vordering een voorwaarde; en voor opschorting een vordering die niet wordt nagekomen. Voor vemietiging, contractswijziging en contractsovememing is het bestaan van een vordering geen vereiste. De uitoefening van de bevoegdheid tot ontbinding, opzegging, vemietiging, wijziging, contractsovememing en verrekening heeft rechtsgevolgen voor de vordering. Door ontbinding, vernietiging en verrekening gaat de vordering teniet. Door opzegging gaat de vordering teniet of wordt deze opeisbaar. Wijziging van de overeenkomst heeft in beginsel een wijziging van de vordering tot gevolg en door contractsovememing gaat de vordering in beginsel over. De opschorting van de nakoming van een eigen verbintenis heeft geen rechtsgevolgen voor de vordering.