Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.5.3.1:12.5.3.1 Meerdere zekerheidsrechten op de vordering uit doorverkoop
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.5.3.1
12.5.3.1 Meerdere zekerheidsrechten op de vordering uit doorverkoop
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90748:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Lopucki & Warren 2012, p. 529.
Gilmore 1965, p. 797; Review Committee for Article 9 of the Uniform Commercial Code, ‘Preliminary Report No. 2 of the Review Committee on Article 9 of the Uniform Commercial Code – Proposals for Changes in Article 9 of the Uniform Commercial Code and Related Changes in other Articles with Reasons Therefore’, The Business Lawyer 1970/3, p. 1067-1138; Haydock e.a., The Business Lawyer 1974/3, p. 1002-1003.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De purchase-money security interest van de leverancier op de door hem geleverde zaak komt van rechtswege te rusten op de vordering uit doorverkoop (§9-315 UCC). De leverancier behoudt zijn zekerheidsrecht met superprioriteit op grond van §9-324 UCC. Een geldkredietverstrekker die een zekerheidsrecht op dezelfde zaak heeft gevestigd en voltooid, verkrijgt een tweede zekerheidsrecht ongeacht het tijdstip van voltooiing.
Hierop geldt één belangrijke uitzondering. Rust de purchase-money security interest op inventory en wordt deze zaak op krediet doorverkocht, dan komt de purchase-money security interest te rusten op de vordering uit doorverkoop zonder superprioriteit. Dit volgt uit §9-324 (b) UCC waarin niet is bepaald dat het purchase-money security interest zich met superprioriteit voortzet op de vorderingen (accounts). De rangorde tussen meerdere zekerheidsrechten op deze vordering uit doorverkoop wordt bepaald op grond van de prioriteitsregel (first-in-time, first-in-right). Het zekerheidsrecht van de leverancier op deze vordering neemt rang naar het tijdstip van voltooiing. Dit kan nadelige consequenties hebben voor de leverancier als een geldkredietverstrekker eerder in tijd een zekerheidsrecht (bij voorbaat) op vorderingen heeft gevestigd en voltooid. De leverancier verkrijgt een tweede zekerheidsrecht op de vordering uit de doorverkoop van zijn geleverde zaken.
Deze uitzondering is een expliciete keuze geweest van de ontwerpers van Article 9 UCC. Door de superprioriteit van de purchase-money security interest niet voort te zetten op de vordering uit doorverkoop van inventory beogen zij om de verstrekking van financiering op basis van vorderingen (accounts) als onderpand te faciliteren.1 Deze accounts financers kunnen vertrouwen op de UCC-registers. Heeft deze financier als eerste een zekerheidsrecht (bij voorbaat) op de huidige en toekomstige vorderingen van de koper voltooid, dan verkrijgt hij een eerste zekerheidsrecht. Hij hoeft niet te vrezen dat de leverancier een hoger gerangschikt zekerheidsrecht op de vorderingen verkrijgt op grond van substitutie. Zou dit wel mogelijk zijn, dan moet deze financier steeds onderzoeken of de vordering is ontstaan uit een doorverkoop van een zaak waarop een purchase-money security interest rust. In dat geval verkrijgt de financier namelijk geen eerste zekerheidsrecht op de vordering ondanks een eerste voltooiing.2
Ondanks dat met de regeling is beoogd om accounts financerste faciliteren, is de wettelijke regeling niet beperkt tot deze groep schuldeisers. Elk eerder voltooid zekerheidsrecht op een vordering uit doorverkoop gaat in rang voor de purchase-money security interest.
Naast het faciliteren van de kredietverstrekking door accounts financers, is dit resultaat in lijn met de verwachting van partijen volgens de ontwerpers. In de Officiële Toelichting wordt opgemerkt:
“Many parties financing inventory are quite content to protect their first-priority security interest in the inventory itself.They realize that when the inventory is sold,someone else will be financing the resulting receivables (accounts or chattel paper),and the priority for inventory will not run forward to the receivables constituting the proceeds.”3
Uit deze keuze lijkt te volgen dat de financiering op basis van vorderingen zeer belangrijk wordt geacht en wellicht zelfs belangrijker dan de financiering van inventory door de leverancier.4