NJ 1963/306
Valse aangifte van een strafbaar feit.
HR 12-03-1963, ECLI:NL:HR:1963:78, m.nt. Mr. A.L.M. van Berckel
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 maart 1963
- Magistraten
Mrs. Feber, Westerouen van Meeteren, Kazemier [Rapp.], Loeff, Eijssen
- Zaaknummer
[12031963/NJ_1963-306]
- Conclusie
Mr. s'Jacob
- Noot
Mr. A.L.M. van Berckel
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS139664:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1963:78, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑03‑1963
- Wetingang
(Sr art. 188.)
Essentie
Valse aangifte van een strafbaar feit.
Samenvatting
Blijkens de toelichting ligt aan het middel kennelijk ten grondslag de stelling, dat voor toepassing van art. 188 Sr. vereist zou zijn dat een aangifte uitdrukkelijk alle bestanddelen van een strafbaar feit inhoudt en daarbij voorts melding wordt gemaakt van het ontbreken van omstandigheden, welke de strafbaarheid van het feit zouden uitsluiten. Deze stelling kan echter niet worden aanvaard, doch voor toepassing van voornoemd artikel van het W. v. Sr. is voldoende, dat in de aangifte opzettelijk in strijd met de waarheid feiten worden medegedeeld in zodanige bewoordingen, dat degene, aan wien ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.