Het verzoekschrift is per fax en per post ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 22 november 2011, derhalve binnen de in art. 351 lid 5 Fw genoemde cassatietermijn van acht dagen.
HR, 13-04-2012, nr. 11/05157
ECLI:NL:HR:2012:BV9768
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
13-04-2012
- Zaaknummer
11/05157
- Conclusie
Mr. L. Timmerman
- LJN
BV9768
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2012:BV9768, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 13‑04‑2012; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BV9768
ECLI:NL:PHR:2012:BV9768, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑02‑2012
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BV9768
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑11‑2011
- Vindplaatsen
Uitspraak 13‑04‑2012
13 april 2012
Eerste Kamer
11/05157
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.W. de Water.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis met het insolventienummer 08/354 R van de rechtbank 's-Gravenhage van 26 augustus 2011,
b. het arrest in de zaak 200.093.255/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 november 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 april 2012.
Conclusie 22‑02‑2012
Mr. L. Timmerman
Partij(en)
Conclusie inzake:
[Verzoeker]
verzoeker tot cassatie
1.
Op 23 mei 2008 is ten aanzien van [verzoeker] de schuldsaneringsregeling uitgesproken. Bij vonnis van 26 augustus 2011 heeft de rechtbank 's‑Gravenhage [verzoeker] de schone lei ontzegd, omdat hij toerekenbaar zou zijn tekortgeschoten in de uit de schuldsanering voortvloeiende sollicitatieverplichtingen. Het hof heeft bij arrest van 15 november 2011 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het hof heeft daartoe overwogen dat schone lei verlening niet op zijn plaats is omdat [verzoeker] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen., in het bijzonder zijn sollicitatieverplichting. Daarbij neemt het hof aan dat [verzoeker] psychische problemen heeft, maar oordeelt het dat niet aannemelijk is geworden dat [verzoeker] volledig arbeidsongeschikt is. [Verzoeker] is van dit arrest tijdig in cassatie gekomen.1.
2.
In cassatie worden twee onderdelen tegen 's hofs arrest aangevoerd. Onderdeel 1 klaagt dat 's hofs oordeel onvoldoende gemotiveerd is, nu het hof zonder motivering is voorbijgegaan aan het feit dat [verzoeker] een betalingspercentage zou hebben laten zien van meer dan 60% en dat er binnen afzienbare tijd nog een teruggave van de Belastingdienst zal plaatsvinden. N.m.m. behoeft het geen toelichting dat het (enkele) feit dat een schuldenaar gedurende de schuldsaneringstermijn een deel van zijn schulden weet af te betalen, niet wegneemt dat de schuldenaar zich — in de woorden van het hof — ‘tot het uiterste’ dient in te spannen om zoveel mogelijk inkomsten voor de boedel te genereren. Pas op het moment dat hetzij de schuldsaneringstermijn verstrijkt, hetzij de rechter de schuldsaneringsregeling beëindigt (in het meest gunstige geval: om reden dat de schuldenaar al zijn schulden heeft afgelost), houdt deze verplichting op. De klacht snijdt in zoverre dan ook geen hout. Ik merk overigens op dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 november 2011 blijkt dat de aflossing niet zozeer te danken is aan een inspanning aan de zijde van [verzoeker], maar een belastingteruggave betreft.
3.
Daarnaast klaagt het onderdeel dat het hof in rov. 3 heeft miskend dat [verzoeker], voor zover dat binnen zijn vermogen lag, wel degelijk heeft gesolliciteerd. Ten bewijze daarvan zou hij ter zitting een lijst met bedrijven en sollicitatiebewijzen hebben overgelegd. Het hof heeft — in cassatie niet bestreden — geoordeeld dat de sollicitatieplicht inhoudt ‘dat de saniet actief en aantoonbaar op zoek gaat naar een voltijds betaalde baan dan wel, in het geval van [verzoeker], naar een betaalde baan voor het gedeelte dat hij niet arbeidsongeschikt is verklaard. De sollicitatieactiviteiten bestaan ten minste uit gemiddeld viermaal per maand een schriftelijke sollicitatie (exclusief open sollicitatie) en inschrijving bij het CWI en bij drie à vier uitzendbureaus.’ 's Hofs oordeel dat op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat [verzoeker] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van deze verplichtingen, in het bijzonder in zijn sollicitatieverplichting, is — in het licht van de overgelegde stukken; als ik het goed zie (het onderdeel geeft niet nauwkeurig aan om welke lijst en welke bewijzen het gaat), gaat het om de fax van 26 oktober 2011, met in bijlage een verklaring van [verzoeker] en één sollicitatiebewijs — onjuist noch onbegrijpelijk.
4.
Onderdeel 2 klaagt dat 's hofs oordeel in rov. 3 onvoldoende gemotiveerd is, nu het een aantal ter zitting aangedragen feiten onvoldoende heeft onderzocht, dan wel hieruit onjuiste conclusies heeft getrokken. De klacht faalt. Voor zover de omstandigheden al ter zake doen, is het hof daarop ingegaan. Ik merk op dat het feit dat communicatie voor [verzoeker] moeilijk is en hij niet of nauwelijks Nederlands praat, het wellicht moeilijk(er) maakt om een betaalde baan te vinden, maar op zich niet af doet aan de sollicitatieplicht. Zoals het hof terecht heeft overwogen gaat het niet om een resultaats-, maar om een inspanningsverbintenis. Wat de psychische klachten betreft, heeft het hof geoordeeld dat uit de verklaring van de behandelende psychiater niet volgt (en overigens ook niet kan volgen) dat [verzoeker] in het geheel niet in staat is om enige arbeid te verrichten. Dat oordeel wordt niet (deugdelijk) bestreden. Voorts heeft het hof geoordeeld dat [verzoeker] op grond van de toelatingszitting bij de rechtbank, het huisbezoek, de openbaren verslagen en de brieven van de bewindvoerder alsmede het verhoor bij de rechtbank, moet hebben geweten dat hij ondanks zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid moest solliciteren. 's Hofs oordeel dat [verzoeker] zich niet tot het uiterste heeft ingespannen en dat hem terzake een verwijt valt te maken, is in het licht van de klachten dan ook niet onbegrijpelijk.
5.
Ik concludeer tot verwerping.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 22‑02‑2012
Beroepschrift 22‑11‑2011
Geeft eerbiedig te kennen,
[requirant], geboren [geboortedatum] 1960, wonende te ([postcode]) [gemeente] aan [adres], te dezer zake domicilie kiezende te (2225 AT) Katwijk aan Zee, aan de Burgersdijkstraat 7, ten kantore van Vroegindeweij & De Water Advocaten, waarvan De Heer Mr. P.J.W. de Water, advocaat door requirant te dezer zake bepaaldelijk tot zijn gemachtigde wordt gesteld en in verband daarmee dit cassatieschrift hier ondertekent en indient.
1. Achtergronden
1.1
Requirant is geboren op [geboortedatum] 1960 [geboorteplaats] (Marokko), in het bezit van de Nederlandse Nationaliteit. Hij komt hierbij in cassatie tegen de uitspraak (arrest) van het Gerechtshof te 's‑Gravenhage, d.d. 15 november 2011, Zaak nummer: 200.093.255/01 Insolventie nummer rechtbank: 08/354 R Een kopie van de uitspraak (arrest), waarvan cassatie, gaat hierbij (productie 01).
1.2
In deze uitspraak heeft het Gerechtshof te 's‑Gravenhage het beroepschrift van requirant afgewezen en het bestreden vonnis van de Rechtbank te 's‑Gravenhage d.d. 26 augustus 2011 bekrachtigt.
1.3
In het navolgende zullen eerst de procedurele achtergronden worden geschetst. Daarna zullen de twee cassatiemiddelen van requirant worden geformuleerd en toegelicht.
2. Cassatiemiddelen
Cassatiemiddel I:
2.1
Dit cassatiemiddel richt zich tegen rechtsoverweging 3. van de bestreden uitspraak, (arrest) waarin het Gerechtshof te 's‑Gravenhage ten onrechte oordeelt:
2.2
‘Het hof stelt voorop dat van personen ten aanzien van wie een schuldsanering is uitgesproken mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om te voldoen aan de daaraan verbonden verplichtingen. Op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het hof van oordeel dat [requirant] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van deze verplichtingen, in het bijzonder zijn sollicitatieverplichting.’.
Toelichting:
Requirant betoogt dat het Gerechtshof te 's‑Gravenhage, (verder ook te noemen ‘het Hof’), heeft miskend dat [requirant] wel degelijk heeft gesolliciteerd voor zover dat binnen zijn vermogen lag. [requirant] heeft ter zitting een lijst met bedrijven overgelegd waar hij gesolliciteerd heeft en heeft daarbij sollicitatie bewijzen overgelegd. [requirant] heeft daarnaast inmiddels ruim € 18.000,00 aan de boedel afgedragen hetgeen een betalingspercentage laat zien van meer dan 60%. Daarnaast zal er binnen afzienbare tijd nog een teruggave van de Belastingdienst plaats vinden van ruim € 2.000,00. Het Gerechtshof laat na verdere feiten en omstandigheden naar voren te brengen waaruit zal blijken dat, ondanks deze door requirant gedane inspanningen, verdere feiten en omstandigheden naar voren te brengen waaruit zal blijken dat requirant toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen.
Een betalingspercentage van meer dan 60% ten behoeve van de schuldenlast is in schuldsaneringsregelingen uitzonderlijk te noemen. Requirant stelt vast dat het Gerechtshof hier in geen enkele wijze op in is gegaan en deze omstandigheid geheel buiten beschouwing heeft gelaten bij de uiteindelijke beoordeling van het Hoger Beroep. Dit maakt dat de bestreden uitspraak derhalve onvoldoende is gemotiveerd.
Cassatiemiddel II:
2.3
Dit cassatiemiddel richt zich tegen rechtsoverweging 3. van de bestreden uitspraak, (arrest) waarin het Gerechtshof te 's‑Gravenhage ten onrechte oordeelt:
2.4
‘Het hof constateert dat [requirant] zich niet tot het uiterste heeft ingespannen en dat valt hem te verwijten. Hoewel het hof aanneemt dat [requirant] psychische problemen heeft, is niet aannemelijk geworden dat [requirant] volledig arbeidsongeschikt is. Er ontbreekt namelijk onder andere een verklaring van een onafhankelijke arts of arbeidsdeskundige ter zake. De verklaring van de behandelende psychiater van 8 juni 2011 is onvoldoende, omdat daar niet uit volgt dat hij in het geheel niet in staat is om enige arbeid te verrichten. Uit het feit dat [requirant] psychische en medische klachten heeft, vloeit immers niet automatisch voort dat [requirant] volledig arbeidsongeschikt is en daarom ontheven zou moeten worden van zijn sollicitatieplicht. Nog afgezien daarvan had [requirant] de rechter-commissaris moeten verzoeken om vrijgesteld te worden van zijn sollicitatieplicht. Dat heeft hij niet gedaan. [requirant] wist dat hij ondanks zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid moest solliciteren.’.
Toelichting:
Communicatie is voor [requirant] moeilijk. Hij praat niet of nauwelijks Nederlands.
In de brief d.d. 8 juni 2011 van De Weledelgeleerde Heer Dr. R.W. Jessurun Psychiater MD DIH is wel degelijk iets geschreven over de periode liggende tussen de jaren 2008–2011.
[requirant] heeft aangetoond zeer ernstige psychische problemen te hebben en een GAF score te hebben van slechts 45. Een GAF score is een maat waarbij een psychisch, sociaal en beroepsmatig functioneren van een persoon wordt aangeduid in de vorm van een score tussen 0 en 100. De term is een afkorting van Global Assessment of Functioning. De GAF-score is een onderdeel van het DSM-IV-systeem, dat gebruikt wordt voor diagnosticeren van psychiatrische aandoeningen. Normale mensen, met gewone alledaagse problemen, scoren in de buurt van de 100. Mensen met psychische en/of sociale problemen scoren lager. De vierde editie van het psychiatrisch handboek Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (kortweg DSM-IV) vermeldt de volgende omschrijving bij de bij de Heer [requirant] vastgestelde GAF-score van 45:
‘41–50 Ernstige symptomen of ernstige beperkingen in sociaal functioneren, op het werk of op school.’.
Van het Gerechtshof mag toch wel enige kennis worden verwacht ter zake de betekenis van GAF sores. Op basis van de GAF-score 45 had het Gerechtshof moeten en kunnen afleiden dat [requirant] niet in staat was om te solliciteren, dan wel de reikwijdte en impact te kunnen inzien van de openbare verslagen en brieven van 18 juni 2008, 6 januari 2009, 10 juli 2009, 18 januari 2010 en 11 augustus 2010. Van de Bewindvoerder had bovendien ook nog enige inzichtelijkheid verwacht kunnen worden met betrekking tot het cognitief en sociaal functioneren van [requirant]. Een en ander leidt wederom tot het standpunt dat het Gerechtshof ter zitting aangedragen feiten onvoldoende heeft onderzocht of hieruit de onjuiste conclusies heeft getrokken welke er toe leiden dat de bestreden uitspraak derhalve onvoldoende is gemotiveerd.
In zijn algemeenheid wenst requirant te betogen dat een onjuiste rechtsopvatting ten grondslag heeft gelegen aan deze uitspraak (arrest) waarvan cassatie, meent hij dat deze uitspraak (arrest) vernietigd dient te worden, aangezien ze in strijd is met de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen en ondeugdelijk is gemotiveerd.
3. Conclusie
Requirant concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
Katwijk aan Zee, 22 november 2011
Advocaat