Prg. 2025/61
Dat werkgever niet aan haar informatieverplichting heeft voldaan, betekent niet dat de bonusregeling op de door werknemer bepleite wijze moet worden uitgelegd of dat bewijslast op werkgever wordt gelegd.
HR 13-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1871
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 december 2024
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
23/03354
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1871, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:643, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑08‑2023
- Wetingang
Art. 7:655 BW; art. 4 Richtlijn (EU) 2019/1152
Essentie
Arbeidsovereenkomstenrecht. Dient bonusregeling in door werknemer bepleite zin te worden uitgelegd, indien werkgever niet aan informatieverplichting heeft voldaan?
Nee. Juiste uitleg dient aan hand van Haviltex-maatstaf te worden beoordeeld.
Samenvatting
Omdat werkgever niet aan haar informatieverplichting van art. 7:655 BW zou hebben voldaan, heeft het hof volgens werkgever de bewijslast van de wijze waarop de bonusregeling moet worden uitgelegd, omgekeerd en bij haar gelegd. Werkgever tekent cassatie aan.
Volgens de Hoge Raad schept art. 7:655 lid 1 BW een verplichting voor werkgever om werknemer schriftelijk of elektronisch bepaalde gegevens te verschaffen. Niet bestreden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.