NJB 2023/1790
Vormverzuim, art. 359a Sv: herhaling en toepassing HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889. Ook als er in casu van wordt uitgegaan dat sprake is van onrechtmatige doorzoeking van de auto, is daarvan niet het gevolg dat het recht op een eerlijk proces uit art. 6 EVRM is geschonden, en ook niet dat sprake is van een zodanig ernstige schending van een ander strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel dan het recht op een eerlijk proces – waaronder art. 8 EVRM – dat bewijsuitsluiting noodzakelijk is.
HR 27-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:975
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
27 juni 2023
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
21/03255
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:975, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 27‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:507, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑05‑2023
- Wetingang
(art. 359a Sv)
Essentie
Vormverzuim, art. 359a Sv: herhaling en toepassing HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889. Ook als er in casu van wordt uitgegaan dat sprake is van onrechtmatige doorzoeking van de auto, is daarvan niet het gevolg dat het recht op een eerlijk proces uit art. 6 EVRM is geschonden, en ook niet dat sprake is van een zodanig ernstige schending van een ander strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel dan het recht op een eerlijk proces – waaronder art. 8 EVRM – dat bewijsuitsluiting noodzakelijk is.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – (feit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.