NJ 1933, p. 458
Samenloop van de vorderingen wegens bedrog uit art. 1364 jo. 1485 B. W. en uit art. 1401 B. W. Vernietiging der overeenkomst volgens art. 1364 jo. 1485 B. W. en recht om de overeenkomst ontbonden te verklaren.
HR 16-12-1932, [16121932/NJ_1933,_p._458], m.nt. prof. mr. E.M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 december 1932
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Visser, Kosters, van Gelein Vitringa, Kranenburg
- Zaaknummer
[16121932/NJ_1933,_p._458]
- Conclusie
A-G mr. Berger
- Noot
prof. mr. E.M. Meijers
- JCDI
JCDI:ADS74319:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Wetingang
Art. 1302, 1364, 1401 (oud) BW
Essentie
Samenloop van de vorderingen wegens bedrog uit art. 1364 jo. 1485 B. W. en uit art. 1401 B. W. Vernietiging der overeenkomst volgens art. 1364 jo. 1485 B. W. en recht om de overeenkomst ontbonden te verklaren.
Samenvatting
Onder de omstandigheden in art. 1364 B. W. genoemd levert bedrog een grond tot vernietiging der overeenkomst op en, indien daartoe termen zijn, ook tot schadevergoeding aan dengene, wien de rechtsvordering tot vernietiging is toegewezen.
Dit neemt echter niet weg, dat de bedrogen contractant, ook zonder vernietiging van de overeenkomst te vragen, een vordering kan instellen enkel tot schadevergoeding, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.