HR, 04-02-2025, nr. 23/02484
ECLI:NL:HR:2025:138
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
04-02-2025
- Zaaknummer
23/02484
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:138, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑02‑2025; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHAMS:2023:3777
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1425
ECLI:NL:PHR:2024:1425, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑11‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:138
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0043
Uitspraak 04‑02‑2025
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. schuldheling (art. 417bis.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van e-mailwisselingen tussen raadsman en strafgriffie hof (onder meer grieven tegen vonnis Pr)? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: Gelet op e-mailwisselingen tussen raadsman en strafgriffie hof en correspondentie van griffier hof aan griffie HR heeft hof de verdachte ten onrechte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02484
Datum 4 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 juni 2023, nummer 23-000609-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.M. Pijnenburg, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2025.
Conclusie 26‑11‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. art. 416.2 Sv. Hof heeft verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep, omdat achteraf is gebleken dat de verdediging wel degelijk een appelschriftuur had ingediend. Strekt tot vernietiging.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/02484
Zitting 26 november 2024
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 20 juni 2023 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat in Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in zijn hoger beroep.
Het bestreden arrest houdt het volgende in:
“Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.”
5. Aan de namens de verdachte ingediende cassatieschriftuur zijn onder meer mailwisselingen gehecht tussen mr. Pijnenburg en de strafgriffie van het gerechtshof Amsterdam. Deze mailwisselingen houden – voor zover hier van belang – het volgende in:
(i) een e-mail van maandag 19 juni 2023 om 22:23:50 uur van mr. Pijnenburg aan de strafgriffie van het gerechtshof Amsterdam:
“Grieven tegen vonnis.
Appellant is veroordeeld door een politierechter op 17 januari 2023. Tot een taakstraf van 50 uur. Dit in verband met schuldheling en oplichting van een fiets gepleegd op 4 november 2020.
Appellant kan zich niet verenigen met de inhoud van het vonnis en heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. De verdediging beschikt niet over de bewijsmiddelen. Appellant heeft de fiets te goeder trouw gekocht voor € 500 van iemand van de sportschool, en het enkele gegeven dat hij de personalia van de verkoper niet kan aanleveren, is onvoldoende bewijs, dat hij zelf heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.
Het gegeven dat de fiets beschikte over een originele sleutel, en geen kenmerken van diefstal vertoonde, zoals een onjuist framenummer, is indicatief voor de goede trouw aan de zijde van appellant.
Tevens speelt de onderzoeksplicht aan de zijde van koper een rol. Het is algemeen bekend dat gestolen goederen op stop heling.nl kunnen worden nagetrokken, hetgeen koper niet heeft gedaan.. Hiernaast gold dat appellant de fiets heeft verkocht vanuit een aan hem te traceren locatie.
In het dossier bevinden zich geen andere feiten en omstandigheden die hem aan enig misdrijf linken.
De veroordeling van appellant vond plaats na een geslaagde artikel 12 procedure. Dit neemt niet weg dat de veroordeling van de politierechter ten onrechte is geweest, welke veroordeling appellant in hoger beroep wenst aan te vechten.
In hoger beroep wenst appellant aangever [aangever] als getuige te doen horen.. Het verhoor zal zich toespitsen over de wijze waarop de koper tot stand is gekomen, en de mededelingen die hierbij door zowel aangever, als appellant zijn gedaan.
Raadsman
Maarten Pijnenburg.
Met vriendelijke groet,
Maarten Pijnenburg
Advocaat”
(ii) een e-mail van de strafgriffie van het gerechtshof Amsterdam aan mr. Pijnenburg van dinsdag 20 juni 2023 om 7:43 uur:
“Geachte advocaat,
Ik tref genoemde nummer niet in ons systeem, mag ik van u de juiste gegevens ontvangen?
[betrokkene 1]
Senior medewerker strafgriffie
Strafsector | Gerechtshof Amsterdam
T 088-361 111312
F 088-361 10035
(iii) een e-mail van de strafgriffie van het gerechtshof Amsterdam aan mr. Pijnenburg van dinsdag 20 juni 2023 om 12:34 uur:
“Geachte mr. Pijnenburg,
namens het hof bericht ik u dat de voorzitter van de rolzitting van vandaag de zaak met 2e lijn nummer 23-000609-23 inzake [verdachte] zojuist Niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Benadeelde partij was bij de uitspraak aanwezig.
In afwachting op uw reactie, heeft de griffie op naam in ons systeem gezocht en gevonden en direct het hof uw mail voorgelegd, echter de zaak was al afgedaan. Het 1e lijn parketnummer blijft onbekend in ons systeem om onverklaarbare redenen .
Verdachte zal cassatie moeten instellen.
Hoogachtend ,
[betrokkene 1]
Senior medewerker strafgriffie
Strafsector | Gerechtshof Amsterdam
T 088-361 111312
F 088-361 10035
6. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich verder correspondentie van de griffier van het gerechtshof Amsterdam gedateerd 4 juli 2023 en blijkens de datumstempel op de correspondentie ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 18 juli 2023:
“Edelhoogachtbare Vrouwe/Heer,
Op 20 juni 2023 heeft het gerechtshof Amsterdam arrest (aantekening mondeling arrest) gewezen (VERSTEK) in de zaak van de verdachte [verdachte] (parketnummer:23- 000609-23)
Blijkens de akte rechtsmiddel heeft de raadsman van verdachte, namens de verdachte voornoemd op 27 juni 2023 verklaard beroep in cassatie in te stellen tegen voormeld arrest van 20 juni 2023.
De verdachte is niet- ontvankelijk verklaard door het gerechtshof Amsterdam, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Stafvordering.
Na de zitting is het het hof gebleken dat de verdediging wel degelijk een appelschriftuur had ingediend, zodat het hof de verdachte ten onrechte niet ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep.
Hoogachtend,
[betrokkene 2] ,
griffier,
Gerechtshof Amsterdam”
7. Gelet op het voorgaande heeft het hof de verdachte ten onrechte op de voet van artikel 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
8. Het middel slaagt.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG