RFR 2026/25
Kinderbescherming. Beantwoording van de door de rechtbank gestelde prejudiciële vragen over toetsingskader art. 3 IVRK bij ontruimingsvorderingen met minderjarige kinderen.
HR 28-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1799
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/04220
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD46595:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
Huurrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1799, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:728, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑06‑2025
- Wetingang
Essentie
Verbintenissenrecht. Personen- en familierecht. Kinderbescherming.
Beantwoording van de door de rechtbank gestelde prejudiciële vragen over toetsingskader art. 3 IVRK bij ontruimingsvorderingen met minderjarige kinderen.
Samenvatting
Bij tussenvonnis van 8 oktober 2024 en vonnis van 14 november 2024 heeft de rechtbank Noord-Nederland diverse prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Het gaat daarbij over de betekenis van art. 3 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna: IVRK) in een geval waarin een verhuurder in verband met criminele activiteiten van de huurder ontruiming vordert van een woning waarin ook ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.