Hof Den Haag, 31-07-2023, nr. 22-002635-22
ECLI:NL:GHDHA:2023:2971, Cassatie: (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
31-07-2023
- Zaaknummer
22-002635-22
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHDHA:2023:2971, Uitspraak, Hof Den Haag, 31‑07‑2023; (Hoger beroep)
Cassatie: ECLI:NL:HR:2025:620, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Uitspraak 31‑07‑2023
Inhoudsindicatie
het medeplegen van bedrijfsmatige hennepteelt in drie panden in Wassenaar en aan het medeplegen van aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep.
Rolnummer: 22-002635-22
Parketnummer: 09-852185-18
Datum uitspraak: 31 juli 2023
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 september 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
BRP-adres: [woonadres] te [woonplaats], ([land]).
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast is een beslissing genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en omtrent het beslag, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na nadere omschrijving, conform artikel 314a Wetboek van Strafvordering (WvSv), en na wijziging van de tenlastelegging conform artikel 313 WvSv, in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
1.hij in of omstreeks de periode van 15 september 2015 tot en met 30 september 2018 te Wassenaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (in een woning gelegen [adres 1]) (telkens) opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,
en/of (in elk geval) op 30 september 2018 opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1062 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid (van meer dan 30 gram) van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.hij in of omstreeks de periode van 1 december 2017 tot en met 30 september 2018 te Wassenaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (in een woning gelegen [adres 2]) (telkens) opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,
en/of (in elk geval) op 30 september 2018 opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1503 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid (van meer dan 30 gram) van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.hij in of omstreeks de periode van 23 januari 2014 tot en met 30 september 2018 te Wassenaar een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de desbetreffende netbeheerder(s), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 september 2018 te Wassenaar en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) en/of alleen, van een of meer voorwerpen, te weten:
- contante en/of girale geldbedragen en/of
- een Bentley en/of een Fiat 500 en/of
- horloge (merk Patek Philippe Geneve) en/of
- diverse sieraden;
de werkelijke aard en/of de herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld heeft wie de rechthebbende op het voorwerp is en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat (al) die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, van welk handelen hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een gewoonte hebben gemaakt;
5.Hij in of omstreeks de periode van 23 januari 2014 tot en met 2 oktober 2018 te Wassenaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (in een woning gelegen aan de [adres 3]) (telkens) opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,
en/of (in elk geval) op 2 oktober 2018 opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1700 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid (van meer dan 30 gram) van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
6.hij in of omstreeks de periode van 23 januari 2014 tot en met 30 september 2018 te Wassenaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer woningen gelegen aan de [adres 1] en/of de [adres 2] en/of de [adres 3], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak feit 3 (diefstal van elektriciteit)
Uit bijlage A bij het vonnis waarvan beroep volgt dat de rechtbank ervan is uitgegaan dat aan de verdachte het medeplegen van de diefstal van elektriciteit ten laste is gelegd. In de inleidende dagvaarding waarover het hof beschikt, is bij feit 3 het medeplegen echter niet tenlastegelegd en dit is ook niet aangevuld bij de nadere omschrijving of bij de wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg, terwijl zich in hoger beroep geen wijziging heeft voorgedaan.
Derhalve ligt de vraag voor of de handelingen die de verdachte zelf heeft verricht, voldoende zijn om te komen tot een bewezenverklaring van een door hem alleen gepleegde diefstal van elektriciteit. Uit het dossier volgt dat de verdachte een energiecontract voor de henneppanden heeft afgesloten en de elektriciteitsrekeningen betaalde. Ter zitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat het hem bekend is dat hennepteelt dikwijls met elektriciteitsdiefstal gepaard gaat. Dit alles is bij elkaar te weinig om tot een bewezenverklaring te komen van een door de verdachte alleen gepleegde diefstal. In het bijzonder ontbreekt bewijs voor door hemzelf gepleegde handelingen die het ‘zich toe-eigenen’ uitmaken. Om die reden zal de verdachte van het onder 3 tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1. hij in of omstreeks de periode van 15 september 2015 tot en met 30 september 2018 te Wassenaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (in een woning gelegen [adres 1]) (telkens) opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,
en/of (in elk geval) op 30 september 2018 opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1062 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid (van meer dan 30 gram) van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2017 tot en met 30 september 2018 te Wassenaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (in een woning gelegen [adres 2]) (telkens) opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,
en/of (in elk geval) op 30 september 2018 opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1503 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid (van meer dan 30 gram) van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 september 2018 te Wassenaar en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) en/of alleen, van een of meer voorwerpen, te weten:
- contante en/of girale geldbedragen en/of
- horloge (merk Patek Philippe Geneve) en/of
- diverse sieraden;
de werkelijke aard en/of de herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld heeft wie de rechthebbende op het voorwerp is en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat (al) die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, van welk handelen hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een gewoonte hebben gemaakt;
en
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2013 tot en met 30 september 2018 te Wassenaar en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) en/of alleen, van een of meer voorwerpen, te weten:
- een Bentley en/of een Fiat 500 en/of
de werkelijke aard en/of de herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld heeft wie de rechthebbende op het voorwerp is en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat (al) die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, van welk handelen hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een gewoonte hebben gemaakt;
5. Hij in of omstreeks de periode van 23 januari 2014 tot en met 2 oktober 2018 te Wassenaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (in een woning gelegen aan de [adres 3]) (telkens) opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,
en/of (in elk geval) op 2 oktober 2018 opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1700 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid (van meer dan 30 gram) van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
6. hij in of omstreeks de periode van 23 januari 2014 tot en met 30 september 2018 te Wassenaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer woningen gelegen aan de [adres 1] en/of de [adres 2] en/of de [adres 3], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsmotivering
De verdediging heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de hem tenlastegelegde feiten. De raadsman heeft ter onderbouwing van dat standpunt aangevoerd dat het handelen van de verdachte niet kan worden gekwalificeerd als ‘medeplegen’, omdat zijn intellectuele en materiële bijdragen aan de tenlastegelegde feiten van onvoldoende gewicht zijn.
De verdachte is slechts opzettelijk behulpzaam geweest bij het verschaffen van gelegenheid tot de exploitatie van de hennepkwekerijen door de panden te huren waar die kwekerijen zijn ingericht en door hand- en spandiensten te verlenen die niet direct met de hennepteelt zelf te maken hadden. Zijn handelen kan daarmee hoogstens worden gekwalificeerd als ‘medeplichtigheid’, hetgeen niet aan hem is tenlastegelegd.
Het hof overweegt als volgt.
Op grond van de bewijsmiddelen stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast. In drie verschillende woningen in Wassenaar heeft de politie in werking zijnde hennepkwekerijen aangetroffen. In de woning gelegen aan de [adres 1] zijn op 30 september 2018 1062 hennepplanten aangetroffen, op de [adres 2] zijn op 1 oktober 2018 1503 hennepplanten aangetroffen en op de [adres 3] zijn op 2 oktober 2018 1700 hennepplanten aangetroffen. De verdachte is op 30 september 2018 aangehouden bij de woning aan de [adres 1], nadat in dat pand de hennepkwekerij was aangetroffen.
Feiten 1, 2 en 5 (medeplegen van hennepteelt en opzettelijk aanwezig hebben van hennep)
In de Bentley waarin de verdachte vlak voor zijn aanhouding zat, is een hennepgeur waargenomen door de politie. In die auto zijn tevens goederen aangetroffen die kunnen worden gerelateerd aan hennepteelt, namelijk een jerrycan met groeimiddel voor planten en een agenda met aantekeningen die betrekking hebben op hennepteelt. Een soortgelijke jerrycan is gevonden in de woning aan de [adres 1]. In de agenda en op losse vellen papier in de agenda zijn onder meer aan hennepteelt gerelateerde termen “stokken, voeding meenemen, filter, potten vullen, pomp en gif spuiten” gebruikt en werd met de afkortingen “[afkorting 1]”, “[afkorting 2]” en “[afkorting 3]” kennelijk verwezen naar de straatnamen van de bovengenoemde henneppanden.
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte de huurcontracten van de henneppanden heeft afgesloten en dat hij bij zijn aanhouding de afstandsbedieningen van de hekken bij en de sleutels van de voordeuren van de drie henneppanden bij zich had. De verdachte heeft daarnaast contracten voor gas, water en licht voor de panden afgesloten en voorts de borg, de waterrekeningen en de elektriciteitsrekeningen van deze panden betaald. De verdachte is in alle drie de panden meerdere keren aanwezig geweest en in alle panden zijn sporen van hem aangetroffen die aan de hennepteelt zelf te linken zijn. Zo is op een stofjas DNA van de verdachte aangetroffen. Deze stofjas hing in het pand aan de [adres 3] boven aan de trap naar een kelder waarin zich de hennepkwekerij bevond. De trap naar de hennepkwekerij zat achter een deur die was verborgen achter een buffetkast in de woonkamer. Om de deur naar de keldertrap en de hennepkwekerij – en daarmee dus ook naar de betreffende stofjas – te kunnen bereiken, moest de buffetkast eerst weggedraaid worden. Het heeft er dus alle schijn van dat de verdachte deze stofjas, op die specifieke plaats, met daarop zijn DNA, heeft gebruikt ten behoeve van de hennepteelt. Verder is op een Puflex-handschoen die in het pand aan de [adres 1] lag, ook DNA van de verdachte aangetroffen en op een kweekschema dat in het pand aan de [adres 2] lag, zijn vingerafdrukken van de verdachte aangetroffen.
Dat de verdachte in of bij alle henneppanden aanwezig is geweest, blijkt ook uit het volgende. Het mobiele telefoonnummer van de verdachte straalde van 1 juni 2018 tot en met 30 september 2018 nagenoeg dagelijks zendmasten in Wassenaar aan die dekking geven aan de henneppanden. De verdachte is ook vaak gezien door buurtbewoners van de henneppanden. Getuige [getuige 1] heeft de verdachte twee tot vier keer per week in of bij de woning aan de [adres 1] gezien, meestal ’s avonds. De verdachte heeft daarbij gebruik gemaakt van verschillende auto’s, te weten een Bentley, een witte Fiat en een Porsche. Hij was dan gemiddeld een half uur in de woning, aldus [getuige 1]. Dit was een continu patroon. Een bewoonster aan de [adres 2] zag de verdachte in de maanden januari en februari 2018 bijna elke ochtend bij de woning aan de [adres 2]. De verdachte ging dan binnen vijftien minuten weer weg. Deze getuigen hebben verklaard dat zij “ook wel eens” en “een aantal keren” andere mensen bij de woning hebben gezien, met of zonder de verdachte.
Het hof komt met de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte betrokken is geweest bij het telen en aanwezig hebben van de tenlastegelegde hoeveelheden hennep in de drie panden aan de [adres 1], de [adres 2] en de [adres 3] in Wassenaar.
Het hof acht net als de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de begindatum van de pleegperiode van het telen gelijk is aan de ingangsdatum van de huurovereenkomsten van de afzonderlijke panden, mede gelet op het feit dat deze data ook steeds overeenkomen met het moment dat de verdachte naar eigen zeggen door zijn – aanstonds nader te noemen – opdrachtgever is benaderd. Deze opdrachtgever wist van de financiële problemen die de verdachte op dat moment had.
Vervolgens ziet het hof zich voor de vraag gesteld hoe de betrokkenheid van de verdachte moet worden gekwalificeerd.
De betrokkenheid van de verdachte
De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat een klant van zijn restaurant [restaurant 1] in Delft wist van zijn financiële problemen en aan hem heeft voorgesteld om geld te verdienen door middel van hennepkwekerijen. Deze man werd zijn contactpersoon en gaf hem opdracht om panden in Wassenaar te huren, zodat in deze panden hennep kon worden geteeld. De verdachte heeft tijdens het hele strafproces geen enkele verklaring afgelegd over de identiteit van zijn opdrachtgever. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat de opdrachtgever de criteria opgaf waar de panden aan moesten voldoen en dat hij zelf op zoek is gegaan naar geschikte panden. De verdachte heeft vervolgens de huurcontracten afgesloten. De verdachte heeft verklaard dat hij alleen als huurder van de henneppanden betrokken is geweest bij de hennepkwekerijen en zich niet heeft ingelaten met de opbouw van de kwekerij en de hennepteelt zelf. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij één keer per week of één keer per twee weken in de henneppanden aanwezig was. Hij verbleef daar dan vijf tot tien minuten, enkel om zijn gezicht te laten zien zodat de schijn werd opgehouden dat de panden waren bewoond. De verdachte heeft verklaard dat hij alleen in het leefgedeelte van de woningen kwam en niet in de kwekerijen is geweest. De opdrachtgever heeft de verdachte gecompenseerd door hem iedere maand twee keer de maandhuur van de panden te geven. De verdachte betaalde van de helft van het bedrag dat hij ontving de huur van de panden en de andere helft was zijn beloning.
Het hof overweegt als volgt.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de verklaring van de verdachte dat hij slechts als katvanger moet worden gezien, niet geloofwaardig is.
Om te beginnen was de rol van de verdachte bij het sluiten van de huurovereenkomsten al groter dan het enkel als katvanger huurcontracten op zijn naam zetten. De verdachte ging immers zelf op zoek naar panden die aan de criteria van de opdrachtgever voldeden en sloot ook zelf de huurcontracten af. Daarnaast is de verdachte zeer regelmatig bij en in de henneppanden gezien, (veel) vaker dan hij zelf heeft verklaard. De historische gegevens van de mobiele telefoon van de verdachte wijzen hier ook op. Verder is in de auto van de verdachte een jerrycan met groeimiddel en een agenda met aantekeningen die betrekking hebben op het onderhoud van de hennepkwekerijen aangetroffen. In de drie panden zijn sporen van de verdachte gevonden op goederen die worden gebruikt bij hennepteelt, wat erop duidt dat de verdachte meer heeft gedaan dan enkel aanwezig zijn in de leefgedeeltes van de panden, zoals hij heeft verklaard. Tot slot is de verdachte onmisbaar geweest in het ophouden van de schijn dat de henneppanden werden bewoond en als ‘normale’ woningen werden gebruikt. Doordat hij bekend was voor omwonenden en een net voorkomen had en door zijn aanwezigheid bij de woningen heeft de verdachte ervoor gezorgd dat de hennepteelt lange tijd onopgemerkt is gebleven.
Gelet op het hiervoor overwogene is de intellectuele en materiële bijdrage van de verdachte naar het oordeel van het hof van voldoende gewicht om te kunnen spreken van medeplegen. De verdachte heeft samen met – in ieder geval - de opdrachtgever nauw en bewust samengewerkt bij het telen en aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep in drie verschillende panden in Wassenaar.
Het hof acht ten slotte bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedrijfsmatige hennepteelt in de panden aan de [adres 1], de [adres 2] en de [adres 3]. Hierbij neemt het hof in aanmerking de duur van de pleegperiodes, de hoeveelheid hennepplanten die in de panden zijn aangetroffen en de professionele wijze waarop de hennepplanten werden gekweekt.
Met de rechtbank acht het hof aldus wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan.
Feit 6 (medeplegen van beschadiging van de henneppanden)
Namens of door de eigenaren van de verschillende panden is aangifte gedaan van vernieling dan wel beschadiging van de panden, welke schade als gevolg van de opbouw en exploitatie van de hennepkwekerijen is ontstaan.
Zoals hiervoor is overwogen, is het hof met de rechtbank van oordeel dat de verdachte als medepleger actief betrokken is geweest bij de hennepteelt die heeft plaatsgevonden in de drie panden.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat er inderdaad schade is aangericht aan de drie panden, met name aan het pand aan de [adres 1], welk pand volgens de verdachte in goede staat was toen de huurovereenkomst inging. Ook uit de aangiftes en de foto’s in het dossier leidt het hof af dat schade is aangericht door het aanleggen en onderhouden van de hennepkwekerijen in de panden.
Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich met – in ieder geval – de opdrachtgever schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het beschadigen van de drie henneppanden.
Feit 4 (gewoontewitwassen)
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het witwassen van het horloge en de sieraden (derde en vierde gedachtestreepje).
Ten aanzien van het gewoontewitwassen van contante en girale geldbedragen overweegt het hof als volgt.
Uit onderzoek is gebleken dat in de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 september 2018 een bedrag van in totaal € 1.679.979,31 aan contante gelden is gestort op zes verschillende bankrekeningen, namelijk:
- -
in totaal € 43.103,91 op het rekeningnummer [rekeningnummer 1] ten name van [zoon verdachte];
- -
in totaal € 908.493,65 op het rekeningnummer [rekeningnummer 2] ten name van [bedrijf 1];
- -
in totaal € 164.195,00 op het rekeningnummer [rekeningnummer 3] ten name van [bedrijf 1];
- -
in totaal € 86.552,46 op het rekeningnummer [rekeningnummer 4] ten name van [verdachte];
- -
in totaal € 10.242,00 op het rekeningnummer [rekeningnummer 5] ten name van [bedrijf 2] en
- -
in totaal € 467.392,29 op het rekeningnummer [rekeningnummer 6] ten name van [bedrijf 2]
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij van de opdrachtgever per pand één keer het bedrag van de huur kreeg om de huur van te betalen en daar bovenop één keer het bedrag van de huur ter compensatie. Anders gezegd, als de verdachte bijvoorbeeld € 4.000,00 huur moest betalen, kreeg hij € 8.000,00: € 4.000,00 om de huur te betalen en € 4.000,00 voor zichzelf. De verdachte heeft verklaard dat hij wel het vermoeden had dat het geld dat hij kreeg afkomstig was van de hennepplantages. Hij heeft tevens verklaard dat hij dat geld heeft uitgegeven aan de bekostiging van zijn ‘normale leven’, waaronder de betaling van de lease voor zijn auto’s, en dat hij (een deel van) de contante en girale geldbedragen dus op die manier heeft witgewassen.
Het hof is van oordeel dat de verdachte, mede gelet op zijn significante bijdrage aan het gronddelict, niet alleen heeft vermoed dat het geld dat hij van de opdrachtgever kreeg afkomstig was uit de winsten van de hennepteelt, maar dat hij dat ook daadwerkelijk wist. Gelet op de hoogte van het totaalbedrag, de hoeveelheid stortingen en de langdurige periode waarin is witgewassen, is het hof met de rechtbank voorts van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen. In de periode vanaf 1 juli 2016, toen [bestuurder] bestuurder en eigenaar van [bedrijf 1] werd, heeft de verdachte het gewoontewitwassen tezamen en in vereniging met die [bestuurder] gepleegd. [bestuurder] heeft immers vanaf dat moment zeggenschap en beschikkingsmacht gekregen over de bedrijven en de financiën van de holding en met behulp van de zakelijke rekeningen zijn grote geldsommen witgewassen. De verdachte heeft nog, en in zoverre wisselend, verklaard dat het geld - naar het hof begrijpt, ook - afkomstig was uit zijn bedrijven. Het hof legt deze verklaring als ongeloofwaardig terzijde, nu het dossier hiervoor onvoldoende steun biedt en daaruit juist eerder naar voren komt dat de bedrijven van de verdachte slecht draaiden.
Ten aanzien van de Fiat 500 en de Bentley overweegt het hof als volgt.
De Fiat 500 heeft onder meer op naam gestaan van de verdachte en van [bedrijf] Op enig moment heeft de verdachte aan [bestuurder] gevraagd om dit voertuig op zijn naam te zetten, omdat de verdachte failliet was en hij de Fiat per se wilde behouden. [bestuurder] heeft ingestemd met dit voorstel en het voertuig is vervolgens op 9 februari 2018 op zijn naam gezet. Vervolgens is [bedrijf 1] op 31 juli 2018 ook failliet verklaard. [bestuurder] wist, net als de verdachte, dat [bedrijf 1] te kampen had met hoge schulden en op korte termijn failliet zou worden verklaard. De verdachte kon zo gebruik blijven maken van de Fiat en hij bleef dit voertuig voorhanden houden. De verdachte en [bestuurder] verhulden zo wie de rechthebbende was op dit voertuig. Het hof acht, met de rechtbank, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich met [bestuurder] zodoende schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen van de Fiat 500.
Ook ten aanzien van de Bentley acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen. De leaseovereenkomst van de Bentley is op 28 augustus 2018, en derhalve kort na het faillissement van [bedrijf 1], afgesloten tussen [partner verdachte] (hierna: [partner verdachte]) en/of [bedrijf 3] en [bedrijf 4] [partner verdachte] en [bestuurder], als bestuurders van [bedrijf 3], hebben deze leaseovereenkomst ondertekend. Op verzoek van de verdachte heeft [bestuurder] [bedrijf 3] opgericht en sindsdien bestuurd, nadat de directeur van [bedrijf 4] had medegedeeld dat er een nieuwe B.V. moest komen voor de lease van auto’s nadat hij erachter was gekomen dat [bedrijf 1] failliet was verklaard. [bestuurder] heeft verklaard dat de verdachte de feitelijke bestuurder van [bedrijf 3] was.
De leasebedragen werden vanaf de rekening van [partner verdachte] betaald aan [bedrijf 4] [partner verdachte] heeft verklaard dat zij het geld voor deze betalingen contant van de verdachte heeft ontvangen en dat hij aan haar zou hebben gezegd dat dit de opbrengst van zijn restaurant [restaurant 2] in Roosendaal betrof.
Bij de afsluiting van de leaseovereenkomst is de Porsche met het kenteken [kenteken 1] ingebracht. Deze auto stond op naam van [bedrijf 3], terwijl de verdachte de feitelijke gebruiker was van dit voertuig en de leasebedragen ook betaalde. Uit de verklaringen van de verdachte en [bestuurder] bij de rechter-commissaris blijkt dat de verdachte de feitelijke rechthebbende en gebruiker van de Bentley was. Hieruit volgt dat de verdachte (in elk geval) samen met [bestuurder] een constructie heeft bedacht waardoor voor de buitenwereld niet zichtbaar was dat de verdachte de daadwerkelijke eigenaar van - aanvankelijk de Porsche en later - de Bentley was, terwijl de leasebedragen betaald werden met behulp van contante bedragen waarover de verdachte de beschikking had. De verdachte en [bestuurder] verhulden zo wie de rechthebbende was op dit voertuig. Het hof acht, met de rechtbank, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich met [bestuurder] zodoende schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen van de Bentley.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1, 2 en 5 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod
en
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod,
meermalen gepleegd.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van een gewoonte maken van het plegen van witwassen
en
medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.
Het onder 6 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het medeplegen van bedrijfsmatige hennepteelt in drie panden in Wassenaar en aan het medeplegen van aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep. Door zo te handelen heeft de verdachte een significante bijdrage geleverd aan het creëren van aanbod van softdrugs. Het is een feit van algemene bekendheid dat regelmatig gebruik van de uit hennepplanten verkregen stof de gezondheid van – soms jonge, of anderszins kwetsbare – gebruikers kan schaden. Bovendien gaat de teelt van en de handel in dit soort middelen vaak gepaard met vele andere vormen van criminaliteit. Ook in deze zaak is dat het geval. De verdachte heeft zich immers ook schuldig gemaakt aan het medeplegen van het beschadigen van de drie panden waarin de hennep is geteeld. De verdachte heeft op deze manier laten zien geen enkel respect te hebben voor het eigendom van anderen, geen belang te hechten aan de schade die de samenleving lijdt en alleen oog te hebben voor zijn eigen situatie en eigen financiële gewin.
Bij het plegen van deze misdrijven zijn de verdachte en zijn mededader(s) geraffineerd te werk gegaan. Zij hebben door hun werkwijze lange tijd ongestraft door kunnen gaan met de teelt van hennep.
De benadeelde partijen in deze zaak hebben door toedoen van de verdachte grote financiële schade opgelopen.
Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het (gewoonte)witwassen van contante en girale geldbedragen en twee auto’s. Witwassen is een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Opbrengsten van misdrijven worden hierdoor aan het zicht van justitie onttrokken, waardoor witwassen het plegen van andere misdrijven faciliteert en aantrekkelijker maakt.
Het hof neemt in aanmerking dat de verdachte deels zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn aandeel in de bewezen feiten.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 juli 2023, waaruit blijkt dat de verdachte voor het overige en voor zover thans nog relevant niet met politie of justitie in aanraking is geweest.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 1]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 146.395,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 146.395,00.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.
De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet gemotiveerd betwist.
Naar het oordeel van het hof is onvoldoende onderbouwd in hoeverre en voor welk bedrag de boedel van [bedrijf 1] na haar faillissement is getroffen door het bewezenverklaarde. Nadere onderbouwing van de vordering zou te veel tijd in beslag nemen en levert naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.
Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Gelet op het voorgaande dient de benadeelde partij te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de verdachte ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]
In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 6 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 75.278,97.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in haar vordering.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte deels betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond en is uit het dossier gebleken, dat voor een bedrag dat het hof op in ieder geval € 25.000,00 schat, materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 6 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.
Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op, nu de vordering vooralsnog onvoldoende is onderbouwd om een groter gedeelte van de vordering toe te wijzen. Een eventuele nadere onderbouwing van de vordering zou in het strafproces te veel tijd in beslag nemen.
Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 25.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2].
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 3]
In het onderhavige strafproces heeft[slachtoffer 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 6 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 184.000,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in zijn vordering.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte deels betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond en is uit het dossier gebleken, dat voor een bedrag dat het hof op in ieder geval € 25.000,00 schat, materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 6 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.
Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op, nu de vordering vooralsnog onvoldoende is onderbouwd om een groter gedeelte van de vordering toe te wijzen. Een eventuele nadere onderbouwing van de vordering zou in het strafproces te veel tijd in beslag nemen.
Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3]
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 25.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3].
Beslag
De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals deze vermeld zijn onder 2, 60, 65, 66, 68 en 71 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het onder 1, 2, 4 en/of 5 bewezenverklaarde is begaan of voorbereid. Het hof zal daarom deze voorwerpen verbeurdverklaren.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.
Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen en geldbedragen zoals deze vermeld zijn onder 3 t/m 5 en 59 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten, nu zij geheel of grotendeels door middel van het onder 1, 2, 4, en/of 5 bewezenverklaarde zijn verkregen.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.
De op de beslaglijst onder 7 t/m 23 genoemde inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven werden aangetroffen en deze aan de verdachte toebehorende voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. Het gaat bij deze nummers in het bijzonder om namaakhorloges en hun toebehoren zoals bewaardozen en horloge-‘paspoorten’. Met betrekking tot de door de wet vereiste ‘soortgelijkheid’ is het hof van oordeel dat het misdrijf van artikel 337 van het Wetboek van Strafrecht, dat met de genoemde voorwerpen zou kunnen worden begaan of voorbereid, zozeer verwant is met het ten laste van de verdachte bewezenverklaarde witwassen dat van de bedoelde ‘soortgelijkheid’ kan worden gesproken.
Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal het hof de teruggave aan de verdachte als beslagene gelasten van de op de beslaglijst onder 6, 24, 27 t/m 41, 44 t/m 58, 61 t/m 65, 67, 69 t/m 74, 76 t/m 81 en 83 t/m 85 genoemde voorwerpen, voor zover deze voorwerpen nog niet aan hem zijn teruggegeven.
Het hof zal de bewaring ten behoeve van de individuele rechthebbenden gelasten van de op de beslaglijst onder 42, 43, 75, 82 en 87 t/m 91 genoemde voorwerpen, voor zover deze voorwerpen nog niet aan hen zijn teruggegeven.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 31 (eenendertig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
2. 1 STK Personenauto [kenteken 2] FIAT 500 2008 Kl:wit
3. Geld Euro 7625,00 euro, IBN: 30-092018
4. Geld Euro 36000.00, IBN: 02-10-2018
5. Geld Euro 3700.00 euro, IBN: 02-10-2018
59. 1.00 STK Cheque waarde i am Luigi twv 3000,-.
60. 2.00 STK Papier kweekschema's op 2 werktableau's
65. 1.00 STK Agenda Kl:zwart kleine agenda 2018 met papieren
66. 1.00 STK Papier kweekschema's op schrijfblok
68. 1.00 STK Handschoen Kl:wit Latex
71. 1.00 STK Jas overall (jas).
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
7. 16.00 STK Horloge zakhorloge, alle horloges zijn namaak
8. 4.00 STK Paspoort ROLEX namaak hoort bij de namaak horloges
9. 1.00 STK Horloge Kl:zilver PATEK PHILIPPE namaak
10. 4.00 STK Paspoort ROLEX hoort bij de namaak horloges
11. 2.00 STK Horloge ROLEX namaak namaak horloges
12. 1.00 STK Holroge Rolex namaak namaak horloge
13. 12.00 STK Horloge DIVERSE MERKEN namaak namaak horloges
14. 1.00 STK Sieradendoos Kl:zwart
15. 6.00 STK Horloge ROLEX namaak namaak horloges
16. 1.00 STK Sieradendoos RIVERDALE JOY
17. 8.00 STK Horloge DIVERSE MERKEN namaak namaak horloges
18. 1.00 STK Sieradendoos Kl:zwart RIVERDALE JOY
19. 6.00 STK Horloge DIVERSE MERKEN namaak namaak horloges
20 1.00 STK Sieradendoos Kl:zwart RIVERDALE JOY
21. 6.00 STK Horloge DIVERSE MERKEN namaak namaak horloges
22. 1.00 STK Sieradendoos Kl:wit RIVERDALE JOY
23. 6.00 STK Horloge DIVERSE MERKEN namaak namaak horloges.
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
6. 1.00 STK Horloge Kl:goudkl. PATEK PHILIPPE Geneve
24. 1.00 STK Pen Kl:goud MONT BLANC
27. 1.00 STK Telefoontoestel Kl:brons APPLE Iphone
28. 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zilver APPLE Iphone 5s
29. 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart ALCATEL 1016d
30. 1.00 STK Geheugensimm VODAFONE
31. 1.00 STK Telefoontoestel VERTU B-003111
32. 1.00 STK USB stick Kl:wit TRANSCEND
33. 1.00 STK Computer Kl:zwart APPLE ipod
34. 1.00 STK Briefpost
35. 1.00 STK Cd-Rom met het getal 25 erop
36. 1.00 STK USB stick Kl:rood VODAFONE K3772
37. 1.00 STK Bankpas ING houder [verdachte], [rekeningnummer 3]
38. 1.00 STK Bankpas ING houder [verdachte], [rekeningnummer 6]
39. 1.00 STK Paspoort GRIEKS houder [verdachte]
40. 1.00 STK Paspoort NEDERLANDS houder [verdachte]
41. 1.00 STK Identiteitsbewijs GRIEKS houder [verdachte]
44. 1.00 STK Map SCHIPHOL map met papieren
45. 1.00 STK Bonnen en dergelijke OGER op naam [verdachte]
46. 1.00 DS doos Kl:wit APPLE Iphone leeg
47. 1.00 STK Sieradendoos horloge 1 horlogebox groot model
48. 2.00 STK Sieradendoos Kl:zwart RIVERDALE horloge 2 lege Riverdale horlogeboxen
49. 2.00 STK Sieradendoos Kl:wit Riverdale horloge 2 witte Riverdale horlogeboxen
50. 1.00 STK Administratie diverse bonnetjes
51. 1.00 STK Administratie diverse papieren
52. 1.00 STK Administratie diverse papieren
53. 1.00 STK Bakpas RABOBANK wereldpas houder [verdachte], [rekeningnummer 2]
54. 1.00 STK Bakpas RABOBANK wereldpas houder [verdachte], [rekeningnummer 7]
55. 1.00 STK Bankpas Mastercard Viabuy houder [verdachte] [bankpasnummer 1]
56. 1.00 STK Administratie Jumbo tas met diverse administratie
57. 1.00 STK Administratie diverse papieren
58. 1.00 STK Tas Kl:zwart laptoptas met daarin een ordner en diverse papieren
61. 2.00 STK Papier 1 X A4 met tekst, 1 X enveloppe met tekst
62. 1.00 STK Sportkleding Kl:zwart ADIDAS broek
63. 2.00 PR Schoenen K- SWISS
64. 1.00 STK Papier envelop met papieren
67. 1.00 PR Schoenen Kl:blauw 1 paar
69. 2.00 STK Handschoen Kl:grijs
70. 1.00 PR Schoenen Kl:grijs NIKE Gymschoen grijs met zwart
72. 1.00 STK Vest Kl:blauw
73. 1.00 STK Pas STAD HOLLAND zorgpas o.n.v. [verdachte]
74. 1.00 STK Schrijfgerei MONT BLANC pennenset
76. 1.00 STK Map houder pas houder met 2 passen
77. 1.00 STK Portemonnee Kl:Zwart MONT BLANC Lederen portemonnee
78. 5.00 STK Visitekaartjes Kl:Meerkleur 5 stuks verschillende visitekaartjes
79. 1.00 STK waardepapieren Kl:meerkleur CASH GWK TRAVEL [bankpasnummer 2] Euro Cash Passport
80. 1.00 STK waardepapieren Kl:meerkleur CREDITCARD Visa Card [bankpasnummer 3] Griekse creditcard onv [verdachte]
81. 1.00 STK waardepapieren Kl:meerkleur CREDITCARD Visa Card [bankopanummer 4] Piraeus Visa Card onv [verdachte]
83. 1.00 STK waardepapieren Kl:oranje ING BANK [rekeningnummer 4] ING betaalpas onv [verdachte]
84. 1.00 STK Sleutel Kl:blauw KEYCARD 150475 Schiphol privium keycard onv [verdachte]
85. 1.00 STK waardepapieren Kl:meerkleur SNS BANK [rekeningnummer 8] SNS wereldpas inv [verdachte].
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
42. 1.00 STK Afstandsbediening auto met een sleutel eraan met het merk hubo
43. 1.00 STK Papier Kl:wit TENAAMSTELLING RDW aanvraag kenteken [kenteken 3]
75. 1.00 STK Afstandsbediening A.B. met sleutel
82. 1.00 STK waardepapieren Kl:Blauw CREDITCARD Visa Card [bankpasnummer 5] Visa Card onv [bedrijf 1]
87. 1.00 STK Afstandsbediening Kl:zwart NICE 433,92 aangetroffen in de Bentley
88. 11.00 STK Sleutelbos
89. 1.00 STK Afstandsbediening Kl:zwart RDA aangetroffen in de Bentley
90. 1.00 STK Sleutel INBUSSLEUTEL
91. 1.00 STK Sleutel RATELSLEUTEL.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 160 (honderdzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 september 2018.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3], ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 160 (honderdzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 oktober 2018.
Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein, mr. G.C. Haverkate en mr. J.A.M. Jansen, in bijzijn van de griffier mr. L.I. Appels.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 juli 2023.
Mr. J.A.M. Jansen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.