JWB 2014/268
Wet Bopz; voorlopige machtiging opname; schending beginsel van hoor en wederhoor
HR 20-06-2014, ECLI:NL:HR:2014:1495
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
20 juni 2014
- Zaaknummer
14/01163
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Gezondheidsrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:1495, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 20‑06‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:577, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑04‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑03‑2014
- Wetingang
Essentie
Wet Bopz; voorlopige machtiging opname; schending beginsel van hoor en wederhoor
Samenvatting
Casus:
Op 1 november 2013 verzoekt de Officier van Justitie de Rechtbank de verlenging van een voorlopige machtiging om betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen en te doen verblijven (art. 2 Wet Bopz). Bij het verzoekschrift was een geneeskundige verklaring gevoegd, opgemaakt en ondertekend door een niet bij de behandeling betrokken psychiater. Op 5 december 2013 hoort de Rechtbank betrokkene, haar advocaat en een begeleidster van Vangnet en Advies. De advocaat van betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling verzocht om bijstand ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.