Gst. 2020/114
Dienstenrichtlijn. Toetsingsmaatstaf bij omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Bestuursrechter hanteert toets aan het evidentiecriterium bij de beoordeling of de betreffende planregel aan de Dienstenrichtlijn voldoet. (Diemen)
RvS 19-02-2020, ECLI:NL:RVS:2020:520, m.nt. S.T.J. Olierook & F.A.R. van Vlijmen
- Instantie
Raad van State
- Datum
19 februari 2020
- Magistraten
Mrs. C.H.M. van Altena, E.J. Daalder en A.J.C. de Moor-van Vugt
- Zaaknummer
201900706/1/A1
- Noot
S.T.J. Olierook & F.A.R. van Vlijmen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS226325:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
Ruimtelijk bestuursrecht / Procedure bestemmingsplan
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2020:520, Uitspraak, Raad van State, 19‑02‑2020
- Wetingang
(Art. 15 lid 3 Richtlijn 2006/123/EG)
Essentie
Dienstenrichtlijn. Toetsingsmaatstaf bij omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Bestuursrechter hanteert toets aan het evidentiecriterium bij de beoordeling of de betreffende planregel aan de Dienstenrichtlijn voldoet. (Diemen)
Samenvatting
Brancheringsregelingen in bestemmingsplannen dienen in overeenstemming te zijn met de voorwaarden die zijn neergelegd in art. 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn. Dit geldt ook als er bij wijze van exceptie wordt getoetst aan een bestemmingsplan in het kader van een besluit over een omgevingsvergunning. De intensiteit waarmee de bestuursrechter een brancheringsregel toetst aan de Dienstenrichtlijn is dan echter niet hetzelfde als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.