NJB 2025/432:Het ‘aanwezig hebben’ van hennepplanten, art. 2 aanhef en onder C, en art. 3 aanhef en onder C, Opiumwet: toepassing HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1945. In casu is in de loods van een pand – dat verder uit een aangebouwd kantoorpand bestond – een hennepkwekerij aangetroffen. De sleutel van de loods bevond zich in het aangebouwde kantoor van de verdachte, die daarmee toegang tot de loods had. Het hof kon gelet op verdere omstandigheden oordelen dat de verdachte ten minste de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de loods zou worden gebruikt voor het kweken van hennep en dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de aanwezigheid van de hennepplanten, nu de hennepkwekerij zich ‘zowel formeel als feitelijk in de machtssfeer’ van de verdachte bevond zodat de verdachte feitelijke macht over de hennepplanten kon uitoefenen in de zin dat hij daarover kon beschikken. A-G: anders.