De middelen klagen niet over de bewezenverklaring van feit 7.
HR (P-G), 30-08-2011, nr. 10/02562 A
ECLI:NL:PHR:2011:BS7789
- Instantie
Hoge Raad (Procureur-Generaal)
- Datum
30-08-2011
- Zaaknummer
10/02562 A
- Conclusie
Mr. Vegter
- LJN
BS7789
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2011:BS7789, Conclusie, Hoge Raad (Procureur-Generaal), 30‑08‑2011
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BS7789
Conclusie 30‑08‑2011
Mr. Vegter
Partij(en)
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1.
De verdachte is door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba bij vonnis van 20 mei 2010 wegens 1. ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onderdeel A, van de Opiumlandsverordening 1960, strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze landsverordening in verbinding met artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen’, 2. ‘medeplegen van een feit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel A, van de Opiumlandsverordening 1960, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn en zich of een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, strafbaar gesteld bij artikel 11a, onder a en onder b, van deze landsverordening in verbinding met artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen’, 3. ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onderdeel A, van de Opiumlandsverordening 1960, strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze landsverordening in verbinding met artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen’, 4. ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onderdeel A, van de Opiumlandsverordening 1960, strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze landsverordening in verbinding met artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen’ en 7. ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onderdeel C, van de Opiumlandsverordening 1960, strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze landsverordening in verbinding met artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaren. Voorts bevat het vonnis enige beslissingen over inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander als in het vonnis vermeld.
2.
De verdachte heeft cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur vier middelen van cassatie voorgesteld.
3.1.
Ten laste van de verdachte is, voor zover voor de beoordeling van de middelen van belang,1. bewezenverklaard:
- ‘1.
- 2.
dat hij op of omstreeks 27 november 2008 op het eiland Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk ter voorbereiding van een feit als bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel A, te weten de invoer van cocaïne, een ander heeft getracht te bewegen om bij dat feit behulpzaam te zijn en zich of een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, hebbende hij, verdachte, en zijn mededaders daartoe/daarover telefoongesprekken gevoerd en afspraken gemaakt met en informatie verstrekt aan mededaders;
- 3.
dat hij op of omstreeks 29 november 2008, op het eiland Curaçao, althans in de territoriale zee van de Nederlandse Antillen rond het eiland Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft ingevoerd 114 pakken met een gewicht van ongeveer 109 kg cocaïne;
- 4.
dat hij op of omstreeks 10 of 11 januari 2009, op het eiland Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft ingevoerd ongeveer 148 kg cocaïne.’
3.2.
Daartoe heeft het Hof de volgende bewijsmiddelen gebezigd:
‘Feit 1
Een proces-verbaal van relaas, voor zover inhoudende de weergave van afgetapte telefoongesprekken (pagina's 216–237):
‘(—gesprek d.d. 3-11-2008 te 9.21 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1](genoemd). [Betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] of [verdachte] met [betrokkene 2] heeft gesproken. [Verdachte] zegt nee. [Betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat ze dat morgen zullen doen. [verdachte] zegt dat morgen beter is. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] dat de jongen hem heeft gezegd dat hij ([betrokkene 1]) uiterst half drie daar mag aan komen. [Verdachte] zegt verder tegen [betrokkene 1] dat ze niet meer in de avond binnen mogen gaan(komen). [Betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] of ze wel de volgende ochtend vroeg worden opgehaald. [Verdachte] zegt natuurlijk. [Betrokkene 1] zegt goed. [Betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat ze dan daar dan zullen ontmoeten met Godswil. [Verdachte] zegt goed.
(—gesprek d.d. 3-11-2008 te 14.47 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 3](genoemd). [Betrokkene 3] zegt tegen [verdachte] dat hij [verdachte] heeft gebeld om hem te vragen hoeveel [verdachte] hem vijftien(15) beesten zal betalen voor elke. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 3] dat hij hem vijf(5) gelijk zal geven. [Betrokkene 3] zegt tegen [verdachte] dat ze hem hebben gezegd dat het zeven(7) is. [Verdachte] zegt nee zeven niet.
…
[Verdachte] zegt tegen [betrokkene 3] om de man vijf een half te zeggen. [Betrokkene 3] vraagt vijf vijfhonder (5-500). [Verdachte] zegt ja. [Betrokkene 3] zegt hem dat hij hem zal bellen. [Verdachte] zegt goed
(—gesprek d.d. 3-11-2008 te 15.30 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 3] (genoemd). [Betrokkene 3] zegt tegen [verdachte] dat hij met de vriend heeft gesproken en dat de vriend heeft gezegd dat de prijs niet zo is en dat de vriend zal bellen. … [betrokkene 3] zegt dat de vriend hem([betrokkene 3]) zal bellen zodat [betrokkene 3] het daar(bij [verdachte]) kan brengen en het aan een ander persoon kan leveren. …[verdachte] zegt dat er hier niets is van zeven duizend(7000)… [verdachte] zegt dat het aan de andere kant tot zes(6) zal komen… [verdachte] zegt zeven is 14200 en dat niemand dat zal nemen… [betrokkene 3] zegt dat hij tegen de man heeft gezegd dat mogelijk tot zes. …[betrokkene 3] zegt dat de man heeft gezegd voor vijfduizend(5000) en dat zonder de zeshonderd (600) voor hem zelf. [betrokkene 3] zegt tegen [verdachte] dat hij vanavond wou gaan maar dat hij niet meer kan gaan omdat de man vanavond om acht uur de vlucht neemt, waardoor hij morgen gaat. … [betrokkene 3] zegt tegen [verdachte] dat deze vandaag zal gaan omdat de vlucht vanavond om acht uur zal vertrekken. [Verdachte] zegt goed. Opmerking verbalisant: Ten tijde van dit gesprek zat [betrokkene 3] in Venezuela.
Opmerking verbalisant: [verdachte] belt uit met een Venezolaans nummer. Bij navraag achteraf bij de immigratiedienst op Hato is gebleken, dat [betrokkene 1] ([betrokkene 1] geboren op [geboortedatum]1967 te [geboorteplaats]) op 3 november 2008, om 18.47 met een vlucht vanuit Valencia Venezuela is aangekomen op Curaçao
(—gesprek d.d. 3-11-2008 te 19.29 uur (lijn [001]):
NN man zegt tegen [betrokkene 4] dat dit het nummer is van de man die hen heeft opgehaald [betrokkene 4] zegt goed. De NN man zegt tegen [betrokkene 4] om de nummer [001] te noteren in geval dat zij hem niet kunnen bereiken. [Betrokkene 4] zegt goed en vraagt naar de naam van de meneer. De NN man zegt haar [verdachte]. [Betrokkene 4] zegt goed.
(—gesprek d.d. 4-11-2008 te 9.42 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [Verdachte] vraagt aan [betrokkene 5] of alles goed is. [Betrokkene 5] zegt erg goed en zegt hem dat hij zin heeft om deze avond te beginnen.
(—gesprek d.d. 4-11-2008 te 12.05uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] om het maar te doen. [Betrokkene 5] zegt ja. [verdachte] zegt ja. [Betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] of [verdachte] met de majoor heeft gesproken. [Verdachte] zegt ja
(—gesprek d.d. 4-11-2008 te 12.51 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]. [verdachte] vraag aan [betrokkene 6] hoe het staat voor vandaag. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] half vier en zegt tegen [verdachte] dat [verdachte] moet zorgen, dat [verdachte] daar is. Hierna zegt [betrokkene 6] tegen [verdachte] dat [verdachte] om kwart over drie daar moet zijn zodat ze dat netjes netjes doen. [Verdachte] zegt goed.
(—gesprek d.d. 4-11-2008 te 13.35 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 3]. [Betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 3] hoe de dingen daar zijn. [Betrokkene 3] zegt tegen [betrokkene 1] dat het hier goed is. [Betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 3] of alles al georganiseerd is. [Betrokkene 3] zegt ja.
(—gesprek d.d. 4-11-2008 te 14.35 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]. [Betrokkene 6] vraagt aan [verdachte] of de jongens klaar zijn. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat hij de mannen zo dadelijk zal gaan ophalen en dat hij omstreeks kwart over drie daar zal zijn. [Betrokkene 6] zegt goed.
(—gesprek d.d. 4-11-2008 te 15.13 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat hij over vijf minuten daar zal zijn. [Betrokkene 6] zegt goed en zegt hem dat hij ook over vijf minuten daar zal zijn. [Verdachte] zegt goed.
(—gesprek d.d. 4-11 -2008 te 15.41 uur (lijn [001]):
[Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat hij al hier is. [Betrokkene 6] zegt goed goed.
(—gesprek d.d. 4-11-2008 te 16.47 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6](genoemd). [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat het klaar is. [Verdachte] zegt hem dat hij hem s 'ochtends zal bellen. [Betrokkene 6] zegt goed.
(—gesprek d.d. 5-11-2008 te 0.09 uur (lijn [001] ):
Hierna vraagt [betrokkene 6] of alles wel rustig is. [Verdachte] zegt ja en zegt hem dat hij hem s' ochtends zal bellen. [Betrokkene 6] zegt goed.
(—gesprek d.d. 5 -11-2008 te 1.06 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [Betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat de jongens de meisjes al hebben ontvangen. [Betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat [verdachte] moet proberen om de jongens zo vroeg mogelijk op te halen. [Verdachte] zegt goed. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat de jongens al onderweg zijn met dat. [Verdachte] zegt goed. [Betrokkene 5] zegt goed.
(—gesprek d.d. 5-11-2008 te 5.50 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]. [Verdachte] vraagt aan [betrokkene 6] hoe het gaat. [betrokkene 6] zegt goed. [verdachte] zegt compleet. [Betrokkene 6] zegt ja. [Verdachte] vraagt aan [betrokkene 6] vroeg vroeg. [Betrokkene 6] zegt ja gelijk. [Verdachte] vraagt hoe laat. [betrokkene 6] zegt zeven uur. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] om te herinneren te toeteren tuut, tuut. [betrokkene 6] zegt ja en vraagt [verdachte] bij dezelfde plaats. [verdachte] zegt natuurlijk. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] om hem dan te bellen. [Betrokkene 6] zegt goed. [Verdachte] zegt geef gas. [Betrokkene 6] zegt ja. [Verdachte] zegt goed.
(—gesprek d.d. 5-11-2008 te 6.38 uur (lijn [001] ):
[Verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij met hem ([betrokkene 1]) alleen maar heeft gesproken op de moment dat de jongens hem ([betrokkene 5]) de meisjes hebben gegeven en dat zij ([betrokkene 1] en co) zijn begonnen met lopen. [Verdachte] zegt umhu. [Betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat hij na dat gesprek niet meer met hem heeft gesproken. [Betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat de jongens altijd zeggen dat de plaats waar ze zijn de verbinding erg slecht is. [Verdachte] zegt ja de verbinding erg slecht. [Betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] of [verdachte] de jongen al richting daar heeft gestuurd. [Verdachte] zegt ja ja en zegt dat de jongen omstreeks zeven uur daar zal zijn. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat jongen over een half uur daar zal zijn. [Verdachte] zegt dat jongen zal toeteren en klaar.
(—gesprek d.d. 5-11-2008 te 6.52 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6](genoemd). [Verdachte] vraagt aan [betrokkene 6] waar hij is. [Betrokkene 6] zegt hem bij Rio Canario richting boven. Verder zegt [betrokkene 6] tegen [verdachte] dat hij over vijftien minuten daar zal zijn. [Verdachte] zegt goed.
(—gesprek d.d. 5-11-2008 te 6.58 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [Betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] of hij geen contact heeft gekregen met hen. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij hen belt maar dat niemand de telefoon pakt. [Betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat het bij hem precies hetzelfde is. [Betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat hij niet weet wat er is gebeurd. … [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat hij iets goeds voor hem heeft gestuurd… [verdachte] zegt [betrokkene 5] dat de jongens over vijf minuten daar zullen zijn en dan zullen ze zien,,…[betrokkene 5] zegt dat ze uit komen.
(—gesprek d.d. 5-11-2008 te 7.12 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]. [Verdachte] vraagt aan [betrokkene 6] of de mannen hem een telefoonnummer hebben gegeven. [Betrokkene 6] zegt nee en zegt tegen [verdachte] dat de mannen hem niet hebben gebeld… [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat mogelijkheid bestaat, dat daarbinnen waar zij zijn, ze niet bereikbaar zijn … [verdachte] noemt [betrokkene 6] [betrokkene 6]. [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij nu zijn([betrokkene 6]) poort binnen gaat en dat hij het gelijk zal checken. [Verdachte] zegt goed. [Betrokkene 6] vraagt aan [verdachte] of hij de mannen heeft gezegd om op dezelfde plek te gaan staan. [Verdachte] nee, en zegt omdat hij geen contact heeft met hen. [Betrokkene 6] zegt dat hij het zal checken en zegt dat het geen probleem is.
(—gesprek d.d. 5 -11-2008 te 7.14 uur (lijn [001] ):
… zegt [betrokkene 5] tegen [verdachte] dat [betrokkene 3] samen met hem is en dat [betrokkene 3] hem nu zegt, dat waar de mannen zijn, er geen verbinding is. [Verdachte] zegt ja ja. [Betrokkene 5] zegt maar daar waar de jongens op de jongen die hen in de vrachtwagen ophaalt wacht,…,…[verdachte] onderbreekt [betrokkene 5] en zegt ja ja en zegt hem dat de man over vijf minuten de poort daar binnen gaat, dan zal de man toeteren en klaar. [Verdachte] zegt dat de mannen moeten uitkomen omdat de man nu de poort binnen gaat. [Betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] of de mannen buiten komen als de man toetert. [Verdachte] zegt ja…
( — gesprek d.d. 5 - l1-2008 te 7.25 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6](stemherkenning). [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij de mannen al heeft gevonden. [Verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 5 -11 -2008 te 7.31 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij de mannen heeft gevonden, maar dat er op dat moment een portier voorbij ging, waardoor hij([betrokkene 6]) weg is gereden en waardoor één van de mannen achter is gebleven. [Betrokkene 6] zegt dat hij ergens anders uit moest gaan waardoor hij de mannen ergens anders heeft afgezet zodat ze schuilen. [verdachte] zegt umhu. [Betrokkene 6] zegt dat hij niet weet of de anderen zijn achter gebleven omdat hij zeker eentje achter heeft gelaten. [Betrokkene 6] zegt dat hij nu naar de poort gaat en dat hij daarna terug zal komen met auto om de mannen uit te halen. [Verdachte] vraagt aan [betrokkene 6] of de portier hem heeft gezien. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat portier alleen maar de truck heeft gezien. [Verdachte] zegt aha. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat één van de mannen wel achter is gebleven en dat hij niet weet of die man de spullen bij zich heeft. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] om de mannen te bellen en vragen. [Verdachte] zegt hem dat de mannen niet bereikbaar zijn. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat hij dadelijk richting daar zal komen. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij nu de poort uitgaat. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat hij moet zorgen dat hij ze allemaal kan vinden. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] ja ja en zegt tegen [verdachte] dat hij([betrokkene 6]) de mannen al op een veilige plek heeft laten schuil houden. [Verdachte] zegt goed.
(— gesprek d.d. 5 -11-2008 te 7.33 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1]. [Betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat op het moment dat ze waren aan het instappen verscheen de beveiliging. [Verdachte] zegt ja ja en zegt dat de man hem heeft verteld. [Betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat [verdachte] de man moet zeggen om terug te keren omdat de jongen met de zak is gebleven. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] dat de man hem heeft gezegd dat de man zal zien hoe de man het zal doen, omdat de beveiliging de man heeft gezien en dat de dingen al erg zijn. [Betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] hoe ze het dan zullen doen. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij de man nu gaat bellen om te kijken hoe ze het zullen doen.
( — gesprek d.d. 5 -11-2008 te 7.35 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij buiten is… [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat portiers hem hebben gevraagd wie hij daar achter heeft afgezet. [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij hen heeft gezegd dat hij de werknemers van Hayet heeft afgezet, waardoor de mensen hem hebben gezegd dat het goed is. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij nu enige tijd voorbij zal laten gaan dan zal hij zijn([betrokkene 6]) auto ophalen en,…[verdachte] zegt hem dat zijn([betrokkene 6]) auto die spullen niet kan meenemen. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat het dan tussen in twaalf, één moet zijn. [Verdachte] vraagt hem tot de middag. [Verdachte] zegt dat het zo erg wordt. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij omstreeks negen uur terug binnen zal gaan. [Verdachte] zegt goed. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat ze er wel zijn en dat hij ze op een goede plek heeft afgezet. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat de man hem zonet heeft gebeld. [Verdachte] zegt dat de man niet weet wat hij moet doen. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij de man moet zeggen om daar te blijven omdat hij weet waar hij hen heeft afgezet. [Betrokkene 6] zegt dat de man rustig daar moeten blijven. [betrokkene 6] zegt dat hij terug gaat. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 6] of hij niet terug binnen kan gaan. [Betrokkene 6] zegt natuurlijk maar nu niet omdat het vreemd/raar zal zijn. [Verdachte] zegt ja. [betrokkene 6] zegt negen uur. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 6] of de man aan poort hem heeft gevraagd. [Betrokkene 6] zegt ja… [betrokkene 6] zegt dat de man hem heeft gezegd dat hij geen mensen meer moet afzetten en om lopend te gaan. [Verdachte] zegt aah ja. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij eerst even naar Baranka gaat en dat hij om negen uur terug voor hen zal komen. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij de mannen moet zeggen om rustig te blijven. [Verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 5 -11 -2008 te 7.39 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1]. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] om daar te blijven omdat de man om precies negen uur daar zal komen. Verder zegt [verdachte] tegen [betrokkene 1] dat ze de man hebben gevraagd en dat de man heeft gezegd dat hij mensen heeft afgezet om te gaan werken waardoor ze hem hadden gezegd om het niet meer te doen… [betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat er een andere man daar is gebleven met één koffer. [Betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat ze richting die man gaan om te kijken of hij daar is. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] goed maar dat ze moeten oppassen dat niemand hen ziet.
(— gesprek d.d. 5 -11-2008 te 7.41 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]… [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat [verdachte] zich geen zorgen hoeft te maken omdat die mannen op een goeie plek zijn afgezet. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat de man, die van niets weet achter is gebleven. [Betrokkene 6] zegt goed. [Betrokkene 6] zegt dat hij nu naar de garage gaat. [Betrokkene 6] zegt dat hij zijn auto gaat ophalen. [Verdachte] vraagt [betrokkene 6] of hij denkt dat zijn auto die mensen zo nemen. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij zijn auto gaat nemen en via de weg die hij gisteren binnen is gegaan, zal gaan. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat het probleem is dat de auto te zwaar zal uit zien. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat, om naar buiten te gaan er geen probleem is en zegt hem dat hij vandaar zelf buiten zal gaan maar niet via hier. [verdachte] zegt dat het wel erg wordt. [Betrokkene 6] vraagt aan [verdachte] of [verdachte] een Jeep heeft. [verdachte] zegt hem dat hij nu eentje heeft. [betrokkene 6] zegt goed. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat hij nu bij Caracasbaai is. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat om bij hem bij […] te komen. [Verdachte] zegt goed.
(— gesprek d.d. 5 -11-2008 te 8.03 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1](genoemd). [Betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] vanwaar hij komt. [Verdachte] zegt hem om bij de plaats te gaan staan. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] om bij de plaats te gaan staan omdat hij zelf binnen is gekomen en dat hij hier is. [Betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat ze van daar zijn bewogen. [Betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] of hij alleen is gekomen. [Verdachte] zegt nee en zegt dat hij samen met de man komt. [Betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat die man weet waar ze zijn. [Verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 5 -11-2008 te 8.06 uur (lijn [001] ):
… [Betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] om het snel te doen omdat hij de man is gaan ophalen. [Verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 5 -11-2008 te 8.59 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] hoe de dingen daar zijn. [verdachte] zegt klaar. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat de eerste gedeelte al goed is gegaan en dat hij nu de andere gedeelte goed moet gaan doen. [betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] of ze de vrouwen al hebben opgehaald [verdachte] zegt ja en zegt dat ze alleen nog de jongen van [betrokkene 3] moeten ophalen . [verdachte] zegt die jongen(van [betrokkene 3]) is achter gebleven. ([betrokkene 7] zegt dat die jongen is gebleven met een koffer). [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat die man met een koffer achter is gebleven en dat ze hem zullen ophalen dan is het klaar. [betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] waarom die daar is gebleven. [verdachte] zegt omdat de beveiliging is verschenen en dat de man niet snel genoeg was om in te stappen. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij zelf binnen is gegaan en iedereen is opgehaald en dat hij alleen maar hem moet gaan ophalen.
( — gesprek d.d. 5 -11 -2008 te 9.17 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]. [Betrokkene 6] vraagt aan [verdachte] of de mannen nog op de zelfde plaats zijn. [verdachte] zegt ja. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij de auto ging ophalen omdat toen hij binnen is gegaan met de truck bleef de man hem aankijken. [Betrokkene 6] zegt dat hij daardoor de truck bij de werk van zijn vriendin is gaan parkeren en met de auto is gekomen. [betrokkene 6] zegt verder dat hij nu al weer binnen zit. [Verdachte] zegt goed. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat [verdachte] de man moet zeggen een blauwe auto met beplakte glazen. [Verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 5 -11-2008 te 9.29 uur (lijn [001] ):
[Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat de mannen vandaar zijn bewogen omdat ze geen verbinding konden krijgen op de plaats waar ze zijn. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat de mannen hem hebben gebeld en dat hij de mannen heeft gezegd in welke auto hij([betrokkene 6]) aankomt. [Betrokkene 6] vraagt of ze daar zijn. [Verdachte] zegt dat hij niet weet. [Betrokkene 6] zegt vraagt aan [verdachte] of hij de mensen kan bellen omdat hij al bij de plaats is zodat de mensen bij de plaats kunnen gaan staan. [Verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 5 -11 -2008 te 9.38 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]. [Betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] klaar. [Verdachte] zegt goed. [Betrokkene 6] vraagt aan [verdachte] waar ze kunnen ontmoeten. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat zij bij zijn([betrokkene 6]) woning zijn. [Betrokkene 6] zegt goed.
( — gesprek d.d. 5 - 11-2008 te 9.46 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1](stemherkenning). [Betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat hij uitgeput is. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 1] of ze al buiten zijn. [Betrokkene 1] zegt ja. [Betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat ze nu bij de woning van de vriend gaan. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] dat ze al bij de woning van de vriend zijn. [Betrokkene 1] zegt goed.’
Een proces-verbaal van verhoor verdachte nr. 241/08, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 8], chauffeur bij [A], — zakelijk weergegeven- (pagina's 261–263):
Op 5 november 2008 bevond ik mij thuis toen ik een zwarte blazer van het merk Chevrolet Equinox aan zag komen rijden. Een mede-inzittende gooide iets naar buiten. Deze blazer is weer naar buiten gereden, richting de Hoofdweg. Ik heb een redelijk grote zak naar mijn huis gebracht. Het jachtgeweer had ik sinds 5 november 2008. Ik heb geen vergunning. De zak heb ik in de vuilnis container op mijn adres gegooid.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte nr. 243/08, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 8], chauffeur bij [A], — zakelijk weergegeven— (pagina's 268–271):
In de zak zaten het jachtgeweer en nog enkele andere zakken.
Een proces-verbaal van relaas, voor zover inhoudende als opmerking van de verbalisant, —zakelijk weergegeven— (pagina 238):
De zwarte Chevrolet Equinox voorzien van het kenteken L 62-14 betreft een voertuig dat op naam staat van: van [betrokkene 9]. Uit de opgenomen en beluisterde gesprekken van de telefoon van de verdachte [verdachte] is gebleken dat zij een vriendin is van [verdachte]. Gezien de opgenomen en beluisterde gesprekken via de lijn van [verdachte] heeft hij die dag het voertuig bestuurd.
Een proces-verbaal van bevinding/aanhouding nr. 124/08, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten, —zakelijk weergegeven— (pagina's 251–252):
Dat zij op 6 november 2008 omstreeks 09.15 uur, naar aanleiding van de telefonische meldingen, huiszoeking hebben gedaan op het adres [a-straat 1];
Dat daar een shotgun met serienummer [002] en 5 patronen werden aangetroffen en in beslag genomen;
Dat in de vuilniscontainer bij de ingang van het erf onder andere werden aangetroffen een juten zak.
Een proces-verbaal van relaas, voor zover inhoudende de weergave van afgetapte telefoongesprekken (pagina's 239–241):
‘( — gesprek d.d. 6-11 -2008 te 11:10 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en NN vrouw vriendin van [betrokkene 6]/[betrokkene 6]. De NN vrouw vraagt aan [verdachte] of de kans bestaat dat [betrokkene 6] gisteren iets voor [verdachte] heeft gedaan. [Verdachte] zegt nee. De NN vrouw zegt tegen [verdachte] dat [betrokkene 6] problemen had omdat [betrokkene 6] veel rare dingen heeft gebracht en dat de Politie binnen is gebroken. De NN vrouw zegt tegen [verdachte] dat de mensen haar hadden gezegd dat [betrokkene 6] gisteren hier bij haar woning was met veel mannen en verschillende onbekende auto 's. De NN vrouw zegt tegen [verdachte] dat zij niet weet dat [betrokkene 6] iets voor [verdachte] is gaan doen omdat zij weer een papier heeft gevonden dat [betrokkene 6] weer naar Sta Barbara binnen is gegaan. De NN vrouw zegt tegen [verdachte] dat [betrokkene 6] haar auto helemaal vuil heeft teruggebracht. De NN vrouw zegt dat [betrokkene 6] een rare zak heeft gebracht en dat zij nu de zak niet meer in de prullebak vindt. De NN vrouw zegt dat mensen het ding dat kleine had, hebben meegenomen… De NN vrouw zegt tegen [verdachte] dat [betrokkene 6] haar heeft gezegd om enkele dingen van huis mee te nemen, maar dat toen zij thuis kwam hadden de mensen(Politie) die dingen al weggenomen… De NN vrouw zegt tegen [verdachte] dat [betrokkene 6] dat Truck van [A] had en dat [betrokkene 6] bij haar werk is gekomen en haar auto meegenomen.
(— gesprek d.d. 8-11 -2008 te 10:14 uur (lijn [001] ):
[Verdachte] zegt tegen de NN vrouw dat de auto al klaar is. De NN Vrouw zegt goed. [verdachte] zegt dat in de krant staat de zak in de vuilnisbak was.
( — gesprek d.d. 8-11-2008 te 12.09 uur (lijn [001] ):
Sociaal gesprek tussen [verdachte] en NN vrouw van kleine. De NN vrouw zegt tegen [verdachte] dat de man([betrokkene 8]) heeft gezegd dat de NN vrouw het ding bij [verdachte] moet halen en de dingen betalen voor hem…
( — gesprek d.d. 17-11-2008 te 11:46 uur (lijn [001] ):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 3](genoemd)… vraagt [betrokkene 3] aan [verdachte] hoeveel [betrokkene 1] het voor hem([verdachte]) heeft gezet omdat hij([betrokkene 3]) niet met [betrokkene 1] heeft gesproken. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 3] twee(2) van [betrokkene 2] en dat de rest van hem([betrokkene 3]) is. [Betrokkene 3] vraagt [verdachte] hoeveel van hem. [Verdachte] zegt hem 12-400. [Betrokkene 3] zegt goed het zo wel goed is… [betrokkene 10] zegt van de betaling van hem([verdachte])[betrokkene 3] zegt van de betaling van [verdachte]. [Betrokkene 3] vraagt aan [verdachte] of hij(lvan) [verdachte] 7100 heeft gegeven. [Verdachte] zegt dat hij niet weet en dat hij alleen maar generaal [betrokkene 2]e buiten beschouwing. [Betrokkene 3] vraagt aan [verdachte] hoeveel het helemaal uit is gekomen. [Verdachte] zegt hem 14400. [Betrokkene 3] zegt dat het goed is.’
Feiten 1, 2 en 3
Een proces-verbaal van verhoor,voor zover inhoudende als verklaring d.d. 25 augustus 2009 van verdachte [betrokkene 8], —zakelijk weergegeven— (pagina's 370–372):
[verdachte] heeft mij benaderd voor een vrachtwagenchauffeur. Ik heb hem toen de naam en het telefoonnummer doorgegeven van [betrokkene 11].
Een proces-verbaal van verhoor, voor zover inhoudende als verklaring d.d. 25 augustus 2009 van [betrokkene 11],—zakelijk weergegeven— (pagina's 381–386):
U houdt mij drie telefoongesprekken van 27 november 2008 voor, twee tussen [verdachte] en [betrokkene 6], waarin [betrokkene 6] het telefoonnummer van mij, [betrokkene 11], aan [verdachte] wordt doorgeeft, en een tussen [verdachte] en mij. Ik werd die morgen gebeld door [betrokkene 8] met de vraag of ik hem kon helpen door twee mensen voor hem af te zetten bij Nieuwpoort. Ik zou later door iemand gebeld worden die een en ander zou regelen. Daarna werd ik gebeld door een vriend van [betrokkene 6]([betrokkene 8]). Deze man is kennelijk genaamd [verdachte]. Wij spraken af elkaar te ontmoeten bij een Chinees Restaurant […]. Aldaar zag ik in mijn spiegels dat er twee mannen in de laadbak van mijn truck sprongen en dat zij ook diverse spullen in de laadbak gooiden. Vervolgens zei die [verdachte] tegen mij dat ik naar de Mijnmaatschappij te Nieuwpoort moest rijden. Aldaar aangekomen stopte ik bij de toegangspoort. De bewapende controleur bij de ingang zag kennelijk via het bewakingssysteem dat ik in mijn laadbak twee personen vervoerde en ging met zijn wapen in de hand mijn laadbak controleren. De controleur maande de twee om uit de laadbak te komen en gaf aan dat hij de politie ging waarschuwen.
Later die dag belde [verdachte] mij om de laadbak te controleren, hierin zouden twee pijpen zijn achtergebleven. Ik heb de laadbak gecontroleerd en vond twee pistolen. Later heeft [verdachte] die pistolen zelf uit mijn truck gehaald.
[Verdachte] heeft mij niet benaderd om die mannen later weer op te halen.
Een proces-verbaal van relaas, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant,—zakelijk weergegeven—, en de weergave van afgetapte telefoongesprekken (pagina's 297–319):
Voor 27 november 2008 reisden [betrokkene 1] en zijn broer [betrokkene 12] vanuit Venezuela naar Curaçao.
Op 27 november 2008, omstreeks 15.30 uur, werd door leden van het observatieteam vastgesteld dat er een roodgekleurde dumptruck ter hoogte van de ingang van Santa Barbara naar de Tafelberg, tot stilstand werd gebracht. Tevens werd een politie voertuig waargenomen en politiemensen in uniform, die met de chauffeur van de dumptruck aan het praten waren. Een patrouille van het wijkteam Montagne was via de centrale meldkamer gestuurd naar Mijnmaatschappij, Porta Blancu, omdat aldaar twee mannen werden betrapt bij het onbevoegd betreden van voormeld terrein. Zij hadden zich verstopt in de laadbak van een vrachtauto en waren na ontdekking weggelopen met het achterlaten, van de door hen meegebrachte spullen: een vijftal nieuwe tassen, enkele grote flessen Spa, een rol toiletpapier, kledingstukken en een spuitbus tegen insecten. De vrachtwagen werd bestuurd door [betrokkene 11].
Uit de afgetapte telefoongesprekken bleek dat de twee mannen die achterin de vrachtwagen verborgen lagen, [betrokkene 1] en zijn broer [betrokkene 12] waren.
Uit vervolggesprekken tussen [verdachte] en [betrokkene 1] bleek dat [betrokkene 1] heeft weten te ontkomen, maar dat zijn broer aangehouden en door de politie mee genomen is.
( — gesprek d.d. 25-11-2008 te 8.54uur:
… [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat [betrokkene 1] daar moet zijn, omdat [betrokkene 1] gisteravond is vertrokken. [verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 25-11-2008 te 9.03uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1](stemherkenning). … [betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat ze op een speciale plek zoeken voor het ding dat zo dadelijk gaat gebeuren. [verdachte] zegt aah ja. Hierna vraagt [betrokkene 1] aan [verdachte] of hoe de dingen uitzien en vraagt hem of alles wel goed is. [verdachte] zegt hem dat ze later zullen praten. [betrokkene 1] zegt goed.
(—gesprek d.d. 25-11-2008 te 14.31 uur:
Gesprek tussen [betrokkene 13] en [verdachte]. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 13] dat hij hem nodig heeft. [betrokkene 13] zegt tegen [verdachte] dat hij nu bij de docenten is. [Verdachte] vraagt hem of hij de docenten helpt. [Betrokkene 13] zegt ja. [Verdachte] vraagt aan [betrokkene 13] of de twee(docenten) daar zijn. [Betrokkene 13] zegt ja. [Verdachte] vraagt aan [betrokkene 13] wanneer ze buiten gaan. [Betrokkene 13] zegt hem op de eerste. [Verdachte] vraagt aan [betrokkene 13] of niemand nu les geeft. [Betrokkene 13] zegt hem volgens hem niet. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 13] om hem te bellen omdat hij hem([betrokkene 13]) met spoed nodig heeft. [Betrokkene 13] zegt goed
( — gesprek d.d. 25-11-2008 te 17.21 uur:
Gesprek tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 5]. …[betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 5] of ze nog niets hebben georganiseerd. [Betrokkene 5] … zegt tegen [betrokkene 1] dat alles wel voor vrijdag klaar zal zijn. [Betrokkene 1] zegt omdat de meneer tegen [verdachte] heeft gezegd dat de meneer [verdachte] zal zeggen waardoor ze moeten wachten om te kijken. [Betrokkene 5] vraagt aan [betrokkene 1] of de dingen niet goed zijn. [betrokkene 1] zegt dat de meneer heeft gezegd dat de beesten eigenlijk nu buiten moesten gaan maar dat de meneer hen zal zeggen. [betrokkene 5] zegt daarom en zegt dat [verdachte] daar attent moet zijn. [Betrokkene 1] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij samen met hem([verdachte]) was. [betrokkene 1] zegt dat de beesten binnen zijn maar dat lijkt dat ze naar buiten zullen gaan. [Betrokkene 1] zegt tegen [betrokkene 5] dat die beesten voor donderdag heel ver zullen reizen. [Betrokkene 5] zegt aah ok omdat hij denkt dat het voor de einde van week zal zijn. [Betrokkene 1] zegt goed. [Betrokkene 5] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij hem zal bellen. [Betrokkene 1] zegt goed.
( — gesprek d.d. 26-11-2008 te 10.38 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 13](stemherkenning). [Betrokkene 13] zegt tegen [verdachte] dat hij gisteren op [verdachte] had gewacht maar dat [verdachte] niet was gekomen. [Verdachte] zegt tegen [betrokkene 13] dat hij druk was. [verdachte] zegt [betrokkene 13] dat hij dacht dat die docenten de eerste les zouden geven. [Verdachte] zegt tegen [Betrokkene 13] dat die meneren één voor één achter elkaar zijn uit gegaan. [Betrokkene 13] zegt tegen [verdachte] dat ze iets zijn gaan testen dat defect was…
( — gesprek d.d. 26-11-2008 te 12.38 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1]. [betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] hoe de dingen zijn. [verdachte] zegt tegen hij bezig om kijken hoe ze de dingen zullen doen. Hierna vraagt [betrokkene 1] waar hij is. [verdachte] zegt hem dat hij bij [betrokkene 14] is. [betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] of ze bij de Arepitas kunnen ontmoeten. [verdachte] zegt hem dat hij hem zal bellen…
(— gesprek d.d. 26-11-2008 te 13.43 uur:
[verdachte] zegt tegen een NN man om de man goed te beschermen. De NN man zegt natuurlijk. Hierna komt [betrokkene 6] aan de lijn. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 6] of de man die samen met [betrokkene 6] werkt, welke hem heeft gebeld wel goed is. [betrokkene 6] vraagt wie. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 6] of [betrokkene 6] zich herinnert dat een vriend(collega)van [betrokkene 6], namens [betrokkene 6] heeft gebeld. [betrokkene 6] zegt aah ja ja hij is goed hij is goed. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat hij hem dadelijk terug zal bellen. [betrokkene 6] zegt goed.
( — gesprek d.d. 26-11-2008 te 17.49 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 5] hoe alles gaat. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat hij in afwachting is van [betrokkene 15]. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat [betrokkene 15] hem heeft gezegd dat [betrokkene 15] morgen bij [betrokkene 5] zal zijn. Hierna zegt [verdachte] tegen [betrokkene 5] dat de docenten de eerste december zullen beginnen met het geven les. [verdachte] zegt dat ze nu op vakantie zijn. [betrokkene 5] zegt aaah. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij nu bezig is de dingen te regelen en dat hij denkt dat hij morgen alles klaar heeft en dat hij hem zal bellen. [betrokkene 5] zegt ok.
( — gesprek d.d. 26-11-2008 te 18.22 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij groen licht heeft voor morgen. …
( — gesprek d.d. 26-11-2008 te 20.43 uur:
Gesprek tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 5]. [betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 5] of hij contact heeft gekregen met [betrokkene 16]. [betrokkene 5] zegt [betrokkene 1] dat de man hem heeft gezegd dat hij morgen voor half drie hier bij hem zal zijn. [betrokkene 1] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij nu samen met [verdachte] is en dat [verdachte] zegt dat, ze de kans hebben tot en met zondag. [betrokkene 1] zegt met Godswil uiterlijk zaterdagavond. [betrokkene 5] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij moet wachten tot morgen… [betrokkene 5] zegt tegen [betrokkene 1] dat [betrokkene 16] in ieder geval met 100Bs zal komen waardoor 50 voor [verdachte] zal zijn en 50 voor de andere meneer. [betrokkene 1] zegt goed. [betrokkene 5] zegt dat hij gereed zal zijn. [betrokkene 1] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij hem morgen zal bellen, om hem te zeggen om het morgen of vrijdag te doen. [betrokkene 1] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij morgen beter vindt,…
(— gesprek d.d. 27-11-2008 te 9:26 uur:
Gesprek tussen [betrokkene 1] en [verdachte]. [betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat hij buiten is. [verdachte] zegt hem dat hij daar zal komen. [betrokkene 1] zegt goed.
( — gesprek d.d. 27-11 -2008 te 10:13 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 13]. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 13] of de docenten les geven. [betrokkene 13] zegt tegen [verdachte] dat ze een test zijn gaan doen. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 13] of ze les geven en of ze vakantie zullen hebben. [betrokkene 13] zegt tegen [verdachte] dat de auto defekt is en dat hij hem voor avond zal zeggen hoe het is gegaan met die auto. [verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 27-11-2008 te 10.22 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]. [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat dit zijn nummer is. [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij [verdachte] later de nummer van de man zal geven zodat [verdachte] de man persoonlijk belt. [verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 27-11-2008 te 12.52 uur:
[Verdachte] geeft [betrokkene 6] de nummer van een kaartje door. [Betrokkene 6] zegt goed en vraagt aan [verdachte] of [verdachte] de nummer van de man wilt hebben zodat [verdachte] de man kan bellen. [Verdachte] zegt ja. [Betrokkene 6] geeft [verdachte] de nummer [003] door en zegt tegen [verdachte] dat de naam van de man [betrokkene 11] is. [Verdachte] zegt goed.
Opmerking verbalisant: Het genoemde telefoonnummer [003] is volgens in gebruik bij [betrokkene 11].
( — gesprek d.d. 27-11-2008 te 12.52 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 11] (genoemd). [verdachte] noemt [betrok[betrokkene 11] 11]. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 11] waar hij nu is. [betrokkene 11] zegt op de tafelberg. [verdachte] vraagt hem hoe laat hij klaar zal zijn. [betrokkene 11] zegt dat hij niet precies weet. [verdachte] zegt hem dat hij met de vriend van zijn vriend([betrokkene 6]) spreekt. [verdachte] zegt de vriend van de [betrokkene 6] man. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 11] of de man([betrokkene 6]) hem heeft gebeld. [betrokkene 11] zegt aah ja. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 11] dat hij hem nodig heeft. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 11] wanneer hij kan…
( — gesprek d.d. 27-11-2008 te 13:08 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 13]. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 13] of het nog hetzelfde is. [betrokkene 13] zegt aaha en zegt dat ze na middag terug keren. [verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 27-11-2008 te 13:13 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 11](stemherkenning). [verdachte] zegt tegen [betrokkene 11] dat hij hier buiten staat. [betrokkene 11] zegt tegen [verdachte] dat hij hier op de Tafelberg is om te dumpen maar dat hij dadelijk zal komen. [verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 27-11-2008 te 13.30 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 11](stemherkenning). [verdachte] vraagt aan [betrokkene 11] of het [betrokkene 11] was, die naar buiten is gekomen. [betrokkene 11] zegt ja. [verdachte] vraagt [betrokkene 17]. [betrokkene 11] zegt ja. [verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 27-11-2008 te 13.34 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1]. [betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] wat hij erover denkt. [verdachte] zegt tegen de [betrokkene 1] dat hij bezig is met dat. [betrokkene 1] zegt goed.
( — gesprek d.d. 27-11 -2008 te 14:10 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1]. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] dat het klaar is. [betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] of hij met de andere heeft gesproken. Tevens vraagt [betrokkene 1] of het alles klaar is. [verdachte] zegt hem dat hij de andere nu gaat bellen. [betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] of ze zich nu gereed moeten maken. [verdachte] zegt ja. [betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] om de dingen goed te doen. [betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat hij op hem zal wachten zodat [verdachte] hem daarbinnen brengt. [verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 27-11-2008 te 14:17 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 13]. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 13] wat het zal worden en vraagt [betrokkene 13] of de dingen voordat [betrokkene 13] van het werk vertrekt, komen. [betrokkene 13] vraagt hem of hij hem voordat hij vertrekt moet zeggen. [verdachte] zegt nee nee en vraagt [betrokkene 13] of de dingen voordat [betrokkene 13] van het werk vertrekt, komen. [betrokkene 13] zegt volgens hem wel. [verdachte] vraagt volgens jou. [betrokkene 13] zegt tegen [verdachte] dat hij al heeft gevraagd. [verdachte] vraagt wat. [betrokkene 13] zegt hem dat hij al heeft gevraagd. [verdachte] zegt aah ja goed. [betrokkene 13] zegt dat het zeker is. [verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 27-11-2008 te 14.49 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] om maar op te schieten. [betrokkene 5] zegt goed en zegt tegen [verdachte] dat [betrokkene 16] hem zal bellen omdat [betrokkene 16] iets voor hem([verdachte]) zal sturen. [verdachte] zegt goed en zegt tegen [betrokkene 5] om even te wachten. [betrokkene 1] komt aan de lijn. [betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 5] of [betrokkene 5] een telefoon digicel heeft om de jongens te geven omdat de mobiel van digicel hier slecht zijn. [betrokkene 5] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij met [betrokkene 3] moet gaan praten. [betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 5] hoe hij dan met hen zal communiceren terwijl de digicel hier niet goed is. [betrokkene 1] zegt tegen dat de digicel hier niet goed zijn. Hierna zegt [betrokkene 5] tegen [betrokkene 1] om [betrokkene 18] aan de lijn te zetten omdat [betrokkene 16] hem iets wilt zeggen. [verdachte] komt aan de lijn. [betrokkene 16](genoemd) komt aan de lijn. Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 16]. [betrokkene 16] zegt tegen [verdachte] dat hij een boodschap voor hem zal sturen met een gedeelte voor hem([verdachte]) en dat [verdachte] het andere gedeelte aan een vriend moet geven. [verdachte] zegt goed…
( — gesprek d.d. 27-11-2008 te 15.08 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] om te stoppen, om ermee te stoppen. [betrokkene 5] vraagt en dat. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat de jongens problemen hadden toen ze binnen gingen. [betrokkene 5] vraagt of de feest niet meer voor vandaag zal zijn. [verdachte] zegt nee nee. [betrokkene 5] zegt goed.
( — gesprek d.d. 27-11-2008 te 15:10 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 11]. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 11] dat hij de mensen moet zeggen dat die mannen een lift hebben gevraagd om te gaan vissen. [betrokkene 11] zegt tegen [verdachte] dat mensen een camera boven hebben gezet, maar dat hij dat niet wist. [betrokkene 11] zegt dat de mensen, de mannen in de bak hebben gezien. [betrokkene 11] zegt tegen [verdachte] dat de mensen hem nog vast hebben hier bij de poort. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 11] dat hij de mensen moet zeggen dat hij de mannen een lift heeft gegeven en niets meer. [betrokkene 11] zegt goed.
( — gesprek d.d. 27-11 -2008 te 15:16 uur:
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1]. [betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] om de man te bellen om te kijken wat er is gebeurd omdat ze daar werden gestopt waardoor ze moesten rennen. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij al met de man heeft gesproken en dat hij alles ook al heeft gestopt. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij heeft gezien dat de mensen de ander vriend mee hebben genomen. [betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] of de mensen de wapens hebben gevonden. [verdachte] zegt hem dat hij niet weet.’
Een kustwacht proces-verbaal van relaas, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten, —zakelijk weergegeven— (pagina's 343–347):
Op vrijdag 28 november 2008 omstreeks 22u15 werd de melding ontvangen dat een Go-fast was vertrokken vanuit Venezuela richting Ala Blanku, een plaats waar veelvuldig aanlandingen plaatsvinden tussen Fuikbaai en Oostpunt. Op zaterdag 29 november 2008 omstreeks 00u15 kwam de melding van het Hoofd Rescue & Coördinatie Centrum (RCC) dat de Dash-8 een radarcontact had waargenomen in het verdachte gebied binnen de territoriale wateren van de Nederlandse Antillen. Omstreeks 00u20 kwam het bericht van RCC dat het contact als verdacht kon worden aangemerkt. Wij voeren toen uit met kustwachtpatrouillevaartuig SR-10. Om 01u12 namen wij het verdachte contact visueel waar. Wij maakten ons kenbaar met zwaailicht en sirene. Het verdachte contact verhoogde snelheid en zette koers richting open zee om kennelijk te ontkomen. Wij achtervolgden en kwamen langszij. Tijdens de achtervolging zagen wij met behulp van ons zoeklicht dat de verdachten van het vaartuig handelingen verrichten die leken op het overboord gooien van goederen. Op twee meter afstand zagen wij minimaal vier verdachten en een aantal balen aan boord van het vaartuig. Na waarschuwingsschoten en gerichte schoten op de motoren, die uitvielen, kwam het vaartuig tot stilstand. Wij zagen dat een van de verdachten bezig was met het overboord gooien van de balen. Twee in het water drijvende balen hebben wij later aan boord van de SR-10 gehesen. Aan boord van het vaartuig waren nog vier balen en een aangebroken doos met 42 stuks 9mm volmantelpatronen. Wij hebben de verdachten en het vaartuig naar het steunpunt overgebracht, alwaar wij omstreeks 02u35 arriveerden. Het bruto gewicht van de balen bleek bij weging 148.6 kg.
Een douane proces-verbaal no. 228/2008, voor zover inhoudende, —zakelijk weergegeven—(pagina's 348–349):
dat de door de Kustwacht op 29 november 2008 5 bundels in totaal 114 pakken bevatten, met elk als inhoud een witachtig poeder en daarnaast een pakje pillen; dat het brutogewicht van de 114pakken 109 kilogram was; dat op een test door middel van de Scott Reagent System Modified het poeder als cocaïne reageerde.
Een rapport van het Analytisch Diagnostisch Centrum (ADC), voor zover inhoudende—zakelijk weergegeven— (pagina's 351–352):
dat de monsters van het witachtige poeder bij onderzoek cocaïne in de zin van de Opiumlandsverordening 1960 bleken bevatten.
Feiten 1, 2 en 4
Een douane proces-verbaal, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant,—zakelijk weergegeven— (pagina's 418–419):
dat hij op 11 januari 2009 omstreeks 01u25 opdracht kreeg om met medewerkers naar het privé-terrein van [betrokkene 19] te Oostpunt te gaan waar volgens informatie van de Kustwacht een aanlanding had plaatsgevonden; dat er balen inhoudende vermoedelijk verdovende middelen werden aangetroffen; dat er twee mannen werden aangetroffen in het water onder een rots werden aangetroffen.
Een douane proces-verbaal, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten, ‘zakelijk weergegeven’ (pagina's 421–422):
dat de op 11 januari 2009 door de Douane in beslag genomen vijf bundels 142 pakken met witachtig poeder bevatten; dat het bruto gewicht bij weging werd vastgesteld op 148 kilogram; dat het poeder bij testen door middel van de Scott Reagent System Modified reageerde als cocaïne; dat monsters zijn genomen ter verzending in potjes naar het ADC.
Een rapport van het Analytisch Diagnostisch Centrum (ADC), voor zover inhoudende—zakelijk weergegeven— (pagina's 423–424):
dat de potjes 001/ll-B-1 t/m ll-B-19 bij onderzoek cocaïne als bedoeld in de Opiumlandsverordening 1960 bleken te bevatten.
Een proces-verbaal van relaas, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant betreffende de inhoud van de afgetapte telefoongesprekken,‘zakelijk weergegeven’ (pagina's 387–411):
‘( — gesprek d.d. 9-01-2009 te 18.49 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 5] of er wel of niet geen leven is. [betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] hoe de dingen daar zijn. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] goed. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat ze bijna klaar zijn om met het feest te beginnen. [verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 10-01-2009 te 9.23 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 15]. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 15] hoe het gaat. [betrokkene 15] zegt tegen [verdachte] dat gisteren een motor defekt is geraakt…
( — gesprek d.d. 10-01-2009 te 17.56 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 13]. [betrokkene 13] vraagt aan [verdachte] wat er is. [verdachte] zegt rustig. [betrokkene 13] vraagt stil. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 13] later. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 13] of alles hetzelfde is. [betrokkene 13] zegt tegen [verdachte] dat de straat gisteren rustig was. [betrokkene 13] zegt tegen [verdachte] dat er gisteren bijna geen activiteiten waren, maar vandaag ook wel. [betrokkene 13] zegt tegen [verdachte] dat de bus defect is. [verdachte] zegt aah ja ja. [betrokkene 13] zegt dat hij wel niet weet van de kleine huurauto's, maar dat die tot gisteren binnen waren. [verdachte] zegt goed [betrokkene 13] zegt dat hij niet weet of die kleine huurauto's vandaag op straat gaan. [verdachte] zegt hem vandaag zeker zeker. [betrokkene 13] zegt goed.
( — gesprek d.d. 10-01-2009 te 18.50 uur (lijn [001]):
[betrokkene 15] zegt tegen [verdachte] om niet op te halen. [betrokkene 5] komt aan de lijn. [betrokkene 5] groet [verdachte]. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat hij afscheid heeft genomen van de jongens die nu richting de luchthaven gaan. [verdachte] zegt goed. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] een ander ding. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat hij wilt dat [verdachte] vanavond zelf de jongens afhaalt. [verdachte] zegt kut. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat [verdachte] de telefoon aan moet hebben omdat de meneer hem de dingen vanavond zelf zal leveren, omdat als de meneer het niet vanavond zelf aflevert, zullen ze geld vragen voor het hotel. … [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat [verdachte] attent moet zijn omdat als de jongens bij de luchthaven zijn als hij hen het nummer van [verdachte] geeft zodat ze afspreken waar ze([verdachte] en […]) kunnen ontmoeten. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat het geen probleem is. [betrokkene 5] zegt goed.
( — gesprek d.d. 10-01-2009 te 23.59 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 5] wat er is gebeurd. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] om attent te zijn omdat ze jongens bellen, dat de telefoon rinkelt en dat de jongens het niet opnemen. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat de jongens de telefoon daar verborgen hebben zodat de telefoon niet,…en zegt tegen [verdachte] dat [verdachte] weet hoe de dingen zijn. [verdachte] zegt goed. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] om attent te zijn omdat op het moment dat hij weet dat de jongens het al hebben ontvangen zal hij [verdachte] bellen zodat de mensen de kinderen aan [verdachte] geven. [verdachte] zegt goed.
( gesprek d.d. 11-01-2009 te 0.15 uur (lijn 599 9 5169130):
Gesprek tussen [betrokkene 1](genoemd-stemherkenning) en [betrokkene 19](genoemd). [betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 19] of ze al bij het feest zijn. [betrokkene 19] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij voor de poort staat … [betrokkene 1] zegt tegen [betrokkene 19] dat hij binnen moet gaan omdat het binnen moet zijn.
( — gesprek d.d. 11-01-2009 te 0.42 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [betrokkene 5] zegt verdomme en zegt tegen [verdachte] dat mensen daar zijn maar dat ze de plek niet kunnen vinden. [verdachte] vraagt hoe zo, dat ze de plek niet kunnen vinden. [betrokkene 5] zegt dat [betrokkene 19] zegt dat hij zich niet herinnert waar het hotel is waar hij ([betrokkene 19]) moet aankomen. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat [betrokkene 19] al een tijd een rondje maakt, omdat hij niet weet waar hij binnen moet gaan. [verdachte] zegt verdomme. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 5] of [betrokkene 5] al met [betrokkene 1] al heeft gesproken. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat [betrokkene 1] niet samen met hem([betrokkene 19]) is. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat ze al een tijd met hen spreken en dat [betrokkene 19] zegt dat hij niet weet waar het hotel is. [verdachte] zegt verdomme. [betrokkene 5] zegt dat hij([betrokkene 19]) al een tijd daarmee bezig is. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat hij zonet met hem([betrokkene 19]) heeft gesproken maar dat de verbinding is verbroken. [betrokkene 5] zegt dat [betrokkene 19] zegt dat hij al in het hotel is, maar dat hij tegen [betrokkene 19] heeft gezegd dat [betrokkene 19] niet daar is, omdat de jongens die daar zijn, zeggen dat [betrokkene 19] niet binnen is gekomen. [verdachte] zegt verdomme. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] om attent te zijn, omdat hij niet denkt dat die man([betrokkene 19]) niet weet hoe hij bij het hotel moet komen. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat hij hem zal bellen mocht er iets zijn. [verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 11-01-2009 te 0.44 uur (lijn 599 9 5169130):
Opmerking verbalisant: Op genoemd tijdstip werd er op het nummer van [betrokkene 19] uit gebeld naar het nummer van [verdachte] er kwam echter geen verbinding tot stand.
( — gesprek d.d. 11-01-2009 te 0.44 uur (lijn 599 9 5169130):
Gesprek tussen [betrokkene 19](genoemd) en lvan(stemherkenning). [betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 19] wat er is gebeurd en vraagt hem of hij al binnen is gegaan. [betrokkene 19] vraagt wat. [betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 19] of ze al binnen zijn. [betrokkene 19] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij al binnen is en vraagt aan [betrokkene 1] waar de mensen zijn. [betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 19] of hij zeker is dat hij al binnen is gegaan en exact is bij. [betrokkene 19] zegt ik ben binnen ik ben binnen en zegt tegen [betrokkene 1] dat [betrokkene 1] hem moet zeggen waar hij moet gaan. [betrokkene 19] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij al een tijd ronddraait. [betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 19] of hij niet tot daar moet ,…,. [betrokkene 19] vraagt aan [betrokkene 1] of de mensen wel daar zijn. [betrokkene 1] zegt ja. ja. Verbinding verbroken.
( — gesprek d.d. 11-01-2009 te 0.47 uur (lijn 599 9 5169130):
Opmerking verbalisant: Op genoemd tijdstip werd er op het nummer van [betrokkene 19] uit gebeld naar het nummer van [verdachte] er kwam echter geen verbinding tot stand. Op de achtergrond is de stem van [betrokkene 19] te horen.
( — gesprek d.d. 11-01-2009 te 0.51 uur (lijn 599 9 5169130):
Gesprek tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 19] (genoemd). [betrokkene 1] vraagt aan [betrokkene 19] of ze al hebben geleverd. [betrokkene 19] zegt tegen [betrokkene 1] dat het vliegtuig langs is gegaan waardoor ze met de boot aan de rand moesten gaan. [betrokkene 19] vraagt aan [betrokkene 1] waar hij is. [betrokkene 1] zegt dat het niet met hem is en vraagt aan [betrokkene 19] of hij al exact binnen is gegaan. [betrokkene 19] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij al uren binnen zit en dat de mannen naar buiten zijn gegaan. [betrokkene 1] zegt tegen [betrokkene 19] dat hij de waarheid moet vertellen en vraagt aan [betrokkene 19] of hij binnen is gegaan bij de plek omdat de mensen daar waren aan het wachten. [betrokkene 19] zegt verdomme en zegt tegen [betrokkene 1] dat hij geen leugen vertelt. Verder zegt [betrokkene 19] tegen [betrokkene 1] dat hij de waarheid spreekt. [betrokkene 19] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij de boot zal laten weggaan en kijken hoe hij ([betrokkene 19]) zich zelf en de goederen kan redden…
( — gesprek d.d. 11-01-2009 te 01.26 uur (lijn 599 9 5169130):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 5] en dan. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat de jongens de Taxi waarin ze waren, weg hadden moet gooien waardoor ze daar ergens zijn. [betrokkene 5] zegt verder tegen [verdachte] dat ze moeten wachten zodat de jongens met daglicht kunnen zeggen waar ze zijn. [verdachte] zegt verdomme en vraagt of ze daar zijn gebleven… [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat hij ([betrokkene 19]) hem heeft gezegd dat het beest van boven twee rondjes op hen heeft gedaan. [verdachte] zegt aah ja. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij dan morgen de boot in water gaat brengen. [betrokkene 5] zegt ja en zegt tegen [verdachte] om klaar te staan met dat ding(Boot)…
( — gesprek d.d. 11-01-2009 te 13.18 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 5]. [betrokkene 5] vraag aan [verdachte] hoe de dingen zijn. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat vrachtwagen een botsing had. [betrokkene 5] vraagt helemaal. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat hij het ding heeft gevonden. … [verdachte] vraagt aan [betrokkene 5] of het twee motoren 48 heeft. [betrokkene 5] zegt ja ja. [verdachte] zegt dat hij het heeft gevonden maar dat de mensen niet daar zijn. [betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] niets meer. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat de jongens ook naar de moer zijn gegaan. [betrokkene 5] vraagt hoe zo. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat ze werden gepakt en zegt honderdenzestig(160). [betrokkene 5] zegt verdomme ik wil dat niet horen. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat als hij een half uur eerder was gekomen kon hij de motoren uithalen, maar dat de mensen al zijn gekomen om dat uit te halen. [betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] of de mensen daar waren toen hij daar is aangekomen. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] nee. [betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] of het nog niet uit is gekomen. [verdachte] zegt nee en zegt tegen [betrokkene 5] dat hij daar was. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat in de krant nog niets staat. [betrokkene 5] zegt goed. [verdachte] zegt goed.
( — gesprek d.d. 11-01-2009 te 18.37 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 3]. [betrokkene 3] vraagt aan [verdachte] hoe het gaat. [verdachte] zegt slecht. [betrokkene 3] zegt tegen [verdachte] dat hij hem probeerde te bellen. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 3] dat hij op zee was. [betrokkene 3] vraagt aan [verdachte] wat er is gebeurd. [verdachte] zegt ongeval. [betrokkene 3] zegt ja en zegt dat het hele vliegtuig is gestort. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 3] dat die hoerenzoon niet eens wist waar hij moest aankomen. [betrokkene 3] zegt nee niets. [betrokkene 3] zegt tegen [verdachte] dat hij niet weet wat er is gebeurd met die mannen. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 3] dat de mannen [betrokkene 5] hebben gebeld en hem gezegd dat ze de plek niet konden vinden, maar dat ze wel daar waren. [betrokkene 3] zegt dat [betrokkene 1] hem had gebeld en gezegd dat [betrokkene 1] de mannen had gezegd om met alles ervan af te halen. [betrokkene 3] zegt dat de mannen hadden gezegd dat ze al afzijn en dat ze ergens zijn en dat de carrito(boot) al naar de andere kant is waardoor ze alleen zijn aan de andere kant. [betrokkene 3] zegt dat [betrokkene 1] hem later heeft gebeld en gezegd dat ze een botsing hadden.
[verdachte] zegt tegen [betrokkene 3] dat toen ze de carro hadden achter gelaten waren de mensen al achter hen. [betrokkene 3] zegt aaha. [betrokkene 3] zegt dat ze nu moeten wachten voor een andere kans. [verdachte] zegt dat dit zijn kans was. [betrokkene 3] zegt tegen [verdachte] dat hij tegen [betrokkene 1] heeft gezegd dat hun tweeën het moeten doen dan is er meer kwaliteit. [betrokkene 3] zegt tegen [verdachte] dat hij en [betrokkene 1] meer attent zijn om de dingen beter te doen. [verdachte] zegt dat de mensen wanhopig werden. [betrokkene 3] zegt goed.
(— gesprek d.d. 12-01-2009 te 8.19 uur (lijn [001]):
Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 15]. [betrokkene 15] zegt tegen [verdachte] dat hij de krant nodig heeft. [betrokkene 15] vraagt aan [verdachte] hoe het voor hem gestuurd kan worden. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 15] dat hij het zal scannen en via email voor hem zal sturen. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 15] dat hij wel nog niet van huis is vertrokken. [betrokkene 15] zegt goed.’
Feiten 1, 2, 3, en 4
Een proces-verbaal van verhoor verdachte nr. 276/08, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte, —zakelijk weergegeven— (pagina's 276–279):
dat hij op een aan hem getoonde foto de persoon [betrokkene 13] herkent, met wie hij telefonische contacten heeft; dat hij op een aan hem getoonde foto de persoon [betrokkene 6] herkent, die in een dumptruck rijdt en met wiens vriendin hij achteraf ook telefonisch contact heeft gehad;
dat hij in die periode contact heeft onderhouden met [betrokkene 5], [betrokkene 1] en [betrokkene 3] in Venezuela.
Een proces-verbaal van verhoor, voor zover inhoudende als verklaring d.d. 19 augustus 2009 van [betrokkene 20], ‘zakelijk weergegeven’ (pagina's 287–290):
[betrokkene 13] is mijn roep- of bijnaam. Ik heb [verdachte] informatie verstrekt over vaarbewegingen van de Kustwacht. Ongeveer een jaar geleden ben ik met hem in contact gekomen. Hij zag aan mijn T-shirt dat ik bij [C] werkte. Ik zei hem dat ik als elektromonteur vaak bij de Kustwachtmotoren van boten repareerde en dat ik werkzaam was op de Jaguar, die een defecte motor had. Bij latere ontmoetingen met [verdachte] bij de snack bleef hij mij vragen over de Kustwacht activiteiten en zelfs over de kleine boten. Hij gaf aan dat hij vrienden had die in de verdovende middelen zaten en dat die zeer geïnteresseerd waren in de activiteiten om hun verdovende middelen vrij op Curaçao te krijgen. In ruil voor mijn informatie zou ik geld van hem krijgen. Ik heb meermalen informatie verstrekt over het feit of de Kustwacht actief was. [verdachte] belde mij en ik heb hem dan ook de informatie verstrekt, of de Kustwacht al dan niet actief was. Ik heb hem geholpen bij zijn verdovende middelen handelen. [verdachte] heeft mij verteld dat ik hem verkeerde informatie zou hebben verstrekt, omdat er partijen van hem werden gepakt.
Een proces-verbaal van verhoor, voor zover inhoudende als verklaring d.d. 20 augustus 2009 van [betrokkene 20], —zakelijk weergegeven— (pagina's 291–295):
dat de aan [betrokkene 20] voorgehouden telefoongesprekken van 30 september, 6, 14 en 31 oktober, 2 en 4 november 2008, alle met versluierd taalgebruik, gesprekken zijn tussen hem en [verdachte] en gaan over vaarbewegingen van de Kustwacht.
Een proces-verbaal van verhoor, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 20] — zakelijk weergegeven (pagina's 373–378):
dat hij als [betrokkene 13] in telefoongesprekken van 25 november tot en met 1 december 2008 met [verdachte] met ‘docenten’ de Kustwacht bedoelde en aan hem vaarbewegingen heeft doorgegeven en meldingen over een defect schip van de Kustwacht; dat waar hij doorgaf dat er ‘geen school’ was er geen activiteit van de Kustwacht was.’
3.3.
De bestreden uitspraak houdt voorts het volgende in:
‘Het Hof acht feit 3 (de invoer van ongeveer 109 kilo cocaïne op of omstreeks 29 november 2008) en feit 4 (de invoer van ongeveer 148 kilo cocaïne op of omstreeks 10 of 11 januari 2009) bewezen mede gelet op de tapverslagen van de telefoongesprekken van de verdachte. In beide gevallen is de cocaïne ook in beslag genomen. Naar het oordeel van het Hof kan het niet anders zijn dan dat de verdachte ook betrokken was op of omstreeks 4 en 5 november 2008 bij de invoer van cocaïne (feit 1) en op of omstreeks 27 november 2008 bij de voorbereiding van de invoer van cocaïne (feit 2), waarbij de cocaïne in beide gevallen niet in beslag is genomen. Bij dit oordeel heeft het Hof mede in aanmerking genomen de overeenkomsten naar aard en inhoud tussen de voor het bewijs van feit 3 en feit 4 gebruikte telefoongesprekken van de verdachte en de telefoongesprekken van de verdachte ter zake van feit 1 en feit 2. Van belang is ook dat de gesprekspartners van de verdachte bij deze gesprekken overwegend dezelfde zijn. Voorts gaat het hier om soortgelijke feiten die in een vergelijkbare context plaatsvonden, te weten de (voorbereiding van) invoer van cocaïne door middel van aanlandingen op de kust van Curaçao. Niet aannemelijk is geworden dat de telefoongesprekken van de verdachte niet betrekking hebben op de invoer van cocaïne, maar in plaats daarvan, zoals de verdachte naar voren heeft gebracht, op geldhandel.’
4.1.
Het eerste middel behelst de klacht dat het Hof in de nadere bewijsoverweging heeft overwogen dat feit 1 zou zijn gepleegd door middel van een aanlanding op de kust van Curaçao, terwijl dit niet uit de bewijsmiddelen kan volgen.
4.2.
Indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus — al dan niet in reactie op een bewijsverweer — beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging
- (a)
die feiten of omstandigheden aan te duiden, en
- (b)
het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend.2.
4.3.
Voorts geldt dat, indien uit het geheel van het bewijsmateriaal ter zake van een reeks van delicten een herkenbaar en gelijksoortig (gedrags)patroon kan worden vastgesteld, de rechter gebruik mag maken van zogenaamd schakelbewijs: bewijsmiddelen die op zichzelf beschouwd redengevend zijn voor het bewijs van uitsluitend een bepaald strafbaar feit kunnen bij deze stand van zaken ook de bewezenverklaring van andere strafbare feiten en met name de betrokkenheid van iemand daarbij — bijkomend — ondersteunen.3.
4.4.
Zoals hiervoor onder 3.3 weergegeven, is het Hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte betrokken was bij de invoer van cocaïne op 4 en 5 november 2008 (feit 1), waarbij de cocaïne niet in beslag is genomen. Bij dit oordeel heeft het Hof mede in aanmerking genomen de overeenkomsten naar aard en inhoud tussen de voor het bewijs van feit 3 en feit 4 gebruikte telefoongesprekken van de verdachte en de telefoongesprekken ter zake van feit 1. Het Hof heeft van belang geacht dat de gesprekspartners van de verdachte bij deze gesprekken overwegend dezelfde zijn. Voorts heeft het Hof overwogen dat het hier soortgelijke feiten die in een vergelijkbare context plaatsvonden gaat, te weten de (voorbereiding van) invoer van cocaïne door middel van aanlandingen op de kust van Curaçao. Het Hof vindt het niet aannemelijk geworden dat de telefoongesprekken van de verdachte niet betrekking hebben op de invoer van cocaïne, maar, zoals de verdachte naar voren heeft gebracht, op geldhandel.
4.5.
De voor het bewijs van feit 1 gebezigde telefoongesprekken zijn inderdaad tot op zekere hoogte vergelijkbaar met de voor het bewijs van feit 44. gebezigde telefoongesprekken. Waar in de gesprekken over wordt gesproken blijft vaag, het gaat in ieder geval niet expliciet over de invoer van cocaïne door middel van een aanlanding op de kust van Curaçao.
Een aantal gespreksdeelnemers is inderdaad hetzelfde, maar zoals de steller van het middel terecht opmerkt, ontbreekt bij feit 1 echter wel een belangrijke deelnemer: [betrokkene 20], alias [betrokkene 13], de medewerker van de Kustwacht die vaarbewegingen doorgaf.
De ten aanzien van feit 1 gebezigde bewijsmiddelen bestaan verder uit:
- —
een verklaring van [betrokkene 8], inhoudende dat hij op 5 november 2008 een zwarte blazer van het merk Chevrolet Equinox aan zag komen rijden en dat een inzittende iets naar buiten gooide, dat hij een redelijk grote zak naar zijn huis heeft gebracht, dat hij het jachtgeweer had sinds 5 november 2008, dat hij geen vergunning heeft en dat hij de zak in de vuilniscontainer op zijn adres heeft gegooid;
- —
een verklaring van [betrokkene 8], inhoudende dat in de zak het jachtgeweer en nog enkele andere zakken zaten;
- —
een proces-verbaal van relaas, inhoudende dat de zwarte Chevrolet op naam staat van [betrokkene 9], dat uit opgenomen en beluisterde telefoongesprekken van [verdachte]5. is gebleken dat zij een vriendin is van [verdachte] en dat gezien de opgenomen en beluisterde gesprekken via de lijn van [verdachte] hij degene is die die dag het voertuig heeft bestuurd;
- —
een proces-verbaal van bevinding/aanhouding, inhoudende dat op 6 november 2008 op het adres [a-straat 1] een shotgun en 5 patronen zijn aangetroffen en dat in een vuilniscontainer bij de ingang van het erf een jute zak werd aangetroffen.
4.6.
De klacht betreft de vaststelling van het Hof dat het ook bij feit 1 gaat om invoer van cocaïne door middel van een aanlanding op de kust van Curaçao. Die vaststelling doet het Hof om de betrokkenheid van de verdachte te onderbouwen, maar ik wijs er uitdrukkelijk op dat daarvoor eerst twee andere argumenten worden gegeven (de aard en inhoud van de gesprekken en de gespreksdeelnemers). Dat relativeert tot op zekere hoogte het belang van de vaststelling dat er ook bij feit 1 sprake was van een aanlanding. Uit de voor het bewijs van feit 1 gebruikte bewijsmiddelen blijkt niet met zoveel woorden dat er sprake is geweest van een invoer door middel van een aanlanding en het Hof geeft overigens ook niet aan waaraan het dat ontleend. De vraag is nu vooral of dat wel besloten ligt in de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen. De voor het bewijs gebruikte transcripties van de op 5 november 2008 gevoerde telefoongesprekken houden onder meer het volgende in. Niet in discussie is dat [verdachte] de verdachte is.
- *
(1.06 uur) [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat [verdachte] moet proberen om de jongens zo vroeg mogelijk op te halen. [verdachte] zegt goed. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat de jongens al onderweg zijn met dat.
- *
(5.50 uur) [verdachte] vraagt aan [betrokkene 6] vroeg vroeg. [betrokkene 6] zegt ja gelijk. [verdachte] vraagt hoe laat. [betrokkene 6] zegt zeven uur. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] om te herinneren te toeteren tuut, tuut. [betrokkene 6] zegt ja en vraagt [verdachte] bij dezelfde plaats. [verdachte] zegt natuurlijk.
- *
(7.31 uur) Gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 6]. [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij de mannen heeft gevonden, maar dat er op dat moment een portier voorbij ging, waardoor hij ([betrokkene 6]) weg is gereden en waardoor één van de mannen achter is gebleven. [betrokkene 6] zegt dat hij ergens anders uit moest gaan waardoor hij de mannen ergens anders heeft afgezet zodat ze schuilen. [verdachte] zegt umhu. [betrokkene 6] zegt dat hij niet weet of de anderen zijn achter gebleven omdat hij zeker eentje achter heeft gelaten. [betrokkene 6] zegt dat hij nu naar de poort gaat en dat hij daarna terug zal komen met auto om de mannen uit te halen. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 6] of de portier hem heeft gezien. [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat portier alleen maar de truck heeft gezien. [verdachte] zegt aha. [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat één van de mannen wel achter is gebleven en dat hij niet weet of die man de spullen bij zich heeft. [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] om de mannen te bellen en vragen. [verdachte] zegt hem dat de mannen niet bereikbaar zijn. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat hij dadelijk richting daar zal komen. [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij nu de poort uitgaat. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat hij moet zorgen dat hij ze allemaal kan vinden. [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] ja ja en zegt tegen [verdachte] dat hij ([betrokkene 6]) de mannen al op een veilige plek heeft laten schuil houden. [verdachte] zegt goed.
- *
(7.35 uur) [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat portiers hem hebben gevraagd wie hij daar achter heeft afgezet. [betrokkene 6] zegt tegen [verdachte] dat hij hen heeft gezegd dat hij de werknemers van Hayet heeft afgezet, waardoor de mensen hem hebben gezegd dat het goed is.
- *
(7.41 uur) [verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat hij nu bij Caracasbaai is.
Voorts wijs ik op het voor het bewijs gebruikte zogenoemde kustwacht proces-verbaal van relaas (pagina's 343–347), onder meer inhoudende: Op vrijdag 28 november 2008 omstreeks 22u15 werd de melding ontvangen dat een Go-fast was vertrokken vanuit Venezuela richting Ala Blanku, een plaats waar veelvuldig aanlandingen plaatsvinden tussen Fuikbaai en Oostpunt.
4.7.
Niet zonder betekenis voor het begrip van de gebruikte bewijsmiddelen is de geografische ligging van enkele locaties op Curaçao. Aan Google Earth ontleen ik dat aan de Zuid-Oost kust van Curaçao (van west naar oost) over een afstand van enkele kilometers respectievelijk liggen: de Caracasbaai, het Hyatt Regency Golf Resort, Fuikbaai en Nieuwpoort. Ik wijs er nogmaals op dat het middel niet zo zeer klaagt over het bewijs van invoer van cocaïne, maar over de vaststelling van het Hof dat dit geschied is door middel van een aanlanding. Ik meen dat dit laatste—zij het met enige moeite— wel besloten ligt in de onder 4.6 opgenomen bewijsmiddelen. Er moeten immers vroeg en daarmee op een ongebruikelijk tijdstip en een ongebruikelijke plaats jongens opgehaald worden die al onderweg zijn. Het moet kennelijk gebeuren bij dezelfde plaats; een plaats die kennelijk beide gesprekspartners zonder enige verdere uitleg bekend is. [betrokkene 6] heeft de mannen moeten zoeken, hij heeft ze gevonden en hij heeft de portiers als afdoende verklaring kunnen geven dat het gaat om werknemers van Hayet, waarmee kennelijk wordt bedoeld het Hyatt Golfressort.6. Daaruit heeft het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk afgeleid dat de mannen in die omgeving zijn opgepikt. Dat leid ik overigens ook af uit het gegeven dat de verdachte die even later naar de mannen toegaat, doorgeeft ter hoogte van Caracasbaai te zijn.
Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk zo geredeneerd dat wanneer er vroeg in de ochtend mannen aan of in de directe omgeving van de kust moet worden opgehaald, terwijl dit geschiedt op een plaats waar vaker aanlandingen plaatsvinden, er van kan worden uitgegaan dat hier eveneens sprake is geweest van een aanlanding. De omstandigheden kunnen dat oordeel versterken: er is veel telefooncontact met onduidelijke inhoud en bovendien moet de portiers een (kennelijk onjuiste) verklaring worden gegeven voor de aanwezigheid van de mannen (werknemers).
4.8.
Het middel faalt.
5.1.
Het tweede middel klaagt dat niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat, zoals het Hof heeft gedaan, de verdachte de bestuurder is geweest van de Chevrolet Equinox, zodat de bewezenverklaring van feit 1 niet naar de eis der wet met redenen is omkleed. Het derde middel klaagt dat het Hof voor het bewijs gebruik heeft gemaakt van een getuigenverklaring die meer omvat dan feiten en omstandigheden die de getuige zelf heeft waargenomen of ondervonden, namelijk de conclusie van de verbalisanten dat de verdachte de auto heeft bestuurd. De middelen lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
5.2.
In de eerste plaats merk ik op dat niet is bewezenverklaard dat de verdachte de bestuurder is geweest van de Chevrolet Equinox, zodat dat in beginsel ook niet uit de bewijsmiddelen hoeft te kunnen worden afgeleid. In de tweede plaats merk ik op dat in een van de bewijsmiddelen, te weten het proces-verbaal van relaas (p. 238), zie pagina 6 van de bijlage bij het vonnis, letterlijk is opgenomen dat de verdachte de bestuurder is geweest.
5.3.
De gebezigde bewijsmiddelen houden onder meer het volgende in:
- —
Op 5 november 2008 te 9.38 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen de verdachte ([verdachte]) en [betrokkene 6]: [betrokkene 6] vraagt aan [verdachte] waar ze kunnen ontmoeten. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 6] dat zij bij zijn ([betrokkene 6]) woning zijn.
- —
[betrokkene 8], die ook wel [betrokkene 6] of [betrokkene 6] wordt genoemd, verklaart dat op 5 november 2008 thuis was en toen een zwarte Chevrolet Equinox aan zag komen rijden. Hij zag dat een mede-inzittende iets naar buiten gooide. Hij heeft een redelijke grote zak naar zijn huis gebracht en deze in de vuilniscontainer op zijn adres gegooid. In de zak zaten een jachtgeweer en nog enkele andere zakken.
- —
Op 6 november 2008 zijn bij een huiszoeking op het adres [a-straat 1], kennelijk het adres van [betrokkene 8], een shotgun en patronen aangetroffen. Voorts is in de vuilniscontainer bij de ingang van het erf een juten zak aangetroffen.
- —
De zwarte Chevrolet Equinox met kenteken L 62-14, waarvan dan kennelijk wordt aangenomen dat dat voornoemde Chevrolet Equinox is, staat op naam van [betrokkene 9]. In het voor het bewijs gebruikte proces-verbaal van relaas staat vermeld dat uit opgenomen en beluisterde gesprekken van de telefoon van de verdachte is gebleken dat zij een vriendin van de verdachte is en dat de verdachte die dag het voertuig heeft bestuurd.
5.4.
De klachten komen er in de kern op neer dat
- (i)
de verbalisant niet heeft aangegeven op basis van welke telefoongesprekken hij tot de conclusie is gekomen dat de verdachte de auto heeft bestuurd en
- (ii)
die conclusie ongeoorloofd is voor een getuige.
De eerste klacht faalt reeds omdat de steller van het middel niet aangeeft (en het mij ook niet duidelijk is) op grond waarvan de verbalisant daartoe verplicht zou zijn. Ten aanzien van de tweede klacht geldt dat het Hof die conclusie kennelijk tot de zijne heeft gemaakt. Ik moet de steller van het middel nageven dat, als het proces-verbaal van relaas buiten beschouwing wordt gelaten, uit de bewijsmiddelen niet direct kan worden afgeleid dat de verdachte de auto bestuurde. Uit de hiervoor onder 5.3 genoemde bewijsmiddelen kan wel worden afgeleid dat hij op zijn minst inzittende was. Dat lijkt mij eerlijk gezegd voldoende, want ik zie niet in waarom het voor de bewezenverklaring van belang is of de verdachte die auto wel of niet bestuurd heeft, te meer niet nu het Hof niet uitdrukkelijk aangeeft wat het verband is tussen de auto en het bewezenverklaarde. Daarover klagen de middelen echter niet.
5.5.
De middelen falen.
6.1.
Het vierde middel klaagt dat het Hof voor het bewijs van de feiten 1 en 2 gebruik heeft gemaakt van het bewijs voor de feiten 3 en 4, terwijl uit het arrest niet kan worden afgeleid dat de gang van zaken tussen de feiten 1 en 2 enerzijds en de feiten 3 en 4 anderzijds op essentiële punten overeenstemmen.
6.2.
Voor de bespreking van het middel ten aanzien van feit 1, volsta ik met een verwijzing naar de bespreking van het eerste middel.
6.3.
Ten aanzien van feit 2 geldt het volgende. Ook ten aanzien van dit feit is het Hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte betrokken was bij de voorbereiding van de invoer van cocaïne op 27 november 2008 (feit 2), waarbij de cocaïne niet in beslag is genomen. Bij dit oordeel heeft het Hof mede in aanmerking genomen de overeenkomsten naar aard en inhoud tussen de voor het bewijs van feit 3 en feit 4 gebruikte telefoongesprekken van de verdachte en de telefoongesprekken ter zake van feit 2. Het Hof heeft van belang geacht dat de gesprekspartners van de verdachte bij deze gesprekken overwegend dezelfde zijn. Voorts heeft het Hof overwogen dat het hier soortgelijke feiten die in een vergelijkbare context plaatsvonden gaat, te weten de (voorbereiding van) invoer van cocaïne door middel van aanlandingen op de kust van Curaçao. Het Hof vindt het niet aannemelijk geworden dat de telefoongesprekken van de verdachte niet betrekking hebben op de invoer van cocaïne, maar, zoals de verdachte naar voren heeft gebracht, op geldhandel.
6.4.
Net als bij feit 1 zijn de ten aanzien van feit 2 voor het bewijs gebezigde telefoongesprekken tot op zekere hoogte vergelijkbaar met de voor het bewijs van feit 4 gebezigde telefoongesprekken. Over de invoer van cocaïne door middel van een aanlanding op de kust van Curaçao wordt echter (ook) in deze gesprekken niet direct gesproken.
Een aantal gespreksdeelnemers is wederom hetzelfde. Anders dan bij feit 1, is bij feit 2 ook [betrokkene 20], alias [betrokkene 13], de medewerker van de Kustwacht die vaarbewegingen doorgaf, gespreksdeelnemer. [betrokkene 20] heeft verklaard dat [verdachte] aangaf dat hij vrienden had die in de verdovende middelen zaten en dat die zeer geïnteresseerd waren in de activiteiten van Kustwacht om hun verdovende middelen vrij op Curaçao te krijgen. [betrokkene 20] heeft voorts verklaard dat alle telefoongesprekken tussen hem en [verdachte] gaan over vaarwegingen van de Kustwacht. Uit de voor het bewijs gebezigde tapgesprekken blijkt dat er op 25 november 2008 te 14.31 uur, op 26 november 2008 te 10.38 uur, op 27 november te 10.13 uur, 13.08 uur en 14.17 uur telefonisch contact is geweest tussen [betrokkene 20] en [verdachte].
In een telefoongesprek van 27 november 2008 te 15.08 uur zegt [verdachte] tegen [betrokkene 5] ‘om te stoppen, om ermee te stoppen’ omdat ‘de jongens problemen hadden toen ze binnen gingen’.
In een telefoongesprek van 27 november 2008 te 15.10 uur zegt [verdachte] tegen [betrokkene 11] dat hij de mensen moet zeggen dat die mannen een lift hebben gevraagd om te gaan vissen. [betrokkene 11] zegt dat de mensen de mannen in de bak hebben gezien en dat de mensen hem nog vast hebben. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 11] dat hij de mensen moet zeggen dat hij de mannen een lift heeft gegeven en niet meer.
In een telefoongesprek van 27 november 2008 te 15.16 uur zegt [betrokkene 1] tegen [verdachte] dat om de man te bellen om te kijken wat er is gebeurd omdat ze daar werden gestopt waardoor ze moesten rennen. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij al met de man heeft gesproken en dat hij alles ook al heeft gestopt.
De voor feit 2 gebezigde bewijsmiddelen bestaan voorts uit:
- —
een verklaring van [betrokkene 11], inhoudende dat hij op 27 november 2008 werd gebeld door [betrokkene 8] met de vraag of hij hem kon helpen door twee mensen af te zetten bij Nieuwpoort, dat hij met [verdachte] af had gesproken bij een Chinees restaurant en daar zag dat er twee mannen in de laadbak van zijn truck sprongen, dat zij ook diverse spullen in de laadbak gooiden, dat de bewapende controleur bij de ingang van de Mijnmaatschappij te Nieuwpoort zag dat hij twee personen vervoerde in zijn laadbak, dat hij de twee personen maande uit de laadbak te komen en dat hij aangaf dat hij de politie zou waarschuwen;
- —
een proces-verbaal van relaas, inhoudende dat op 27 november 2008 omstreeks 15.30 uur een truck is aangehouden bij de Mijnmaatschappij, Porta Blancu, dat zich in de laadbak twee mannen hadden verstopt waarvan later bleek dat het [betrokkene 1] en [betrokkene 12] waren, dat de mannen na ontdekking waren weggelopen met achterlating van een vijftal nieuwe tassen, enkele grote flessen Spa, een rol toiletpapier, kledingstukken en een spuitbus.
6.5.
Het kennelijke oordeel van het Hof dat uit het geheel van het bewijsmateriaal ter zake van de feiten 2 en 4 een herkenbaar en gelijksoortig (gedrags)patroon kan worden vastgesteld, is, het voorgaande in aanmerking nemende, niet onbegrijpelijk. Voor het bewijs van feit 2 heeft het Hof dus gebruik mogen maken van de bewijsmiddelen die op zichzelf beschouwd redengevend zijn voor bewijsmiddel 4. Anders dan de steller van het middel kennelijk wil, heeft het Hof de overeenkomst tussen de feiten niet enkel vastgesteld op grond van de omstandigheid dat het in beide gevallen een aanlanding op de kust van Curaçao betrof. Het Hof heeft daarbij tevens de inhoud van de telefoongesprekken en de overeenkomst in deelnemers aan die telefoongesprekken betrokken. Het gebruik van schakelbewijs behoefde het Hof overigens niet nader te motiveren.
6.6.
Het middel faalt.
7.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden.
8.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 30‑08‑2011
Vgl. HR 23 oktober 2007, LJN BA5858, NJ 2008/70 m.nt. Borgers.
Vgl. HR 1 oktober 1991, LJN AB7756, NJ 1992/197 m.nt. Schalken; HR 30 mei 1995, LJN ZD0179, NJ 1995/620, m.nt. 't Hart; HR 11 januari 2000, LJN ZD1146, NJ 2000/194; HR 12 februari 2002, LJN AD7804, NJ 2002/301; HR 29 juni 2004, LJN AO5710, NJ 2004/426 m.nt. De Jong; HR 14 maart 2006, LJN AU5496, NJ 2007/345 m.nt. Mevis (Lucia de B). Zie voorts A. Röttgering, ‘ Schakelbewijs: een spooktrein in het bewijsrecht’, Strafblad 2006, p. 36–37; W.H.B. Dreissen, Bewijsmotivering in strafzaken (diss. Maastricht), Den Haag: BJu 2007, p. 206–212; H.A. Demeersseman, ‘Mogelijkheden voor gebruik van schakelbewijs’, Trema 2009, p. 149 e.v.; B. de Wilde, ‘Schakelconstructies in bewijsmotiveringen’, DD 2009, 42, p. 563 e.v.
Er zijn geen telefoongesprekken met betrekking tot feit 3. Wat betreft feit 3 is er sowieso erg weinig bewijs, zeker wat betreft de bij dat feit betrokken personen, maar daarover klaagt het middel niet.
Met [verdachte] wordt de verdachte bedoeld.
Voor zover ik heb kunnen nagaan bestaat er geen bedrijf met de naam Hayet op Curaçao. Googelen op Hayet geeft als resultaat Hyatt.