AB 2020/311
Handelen in strijd met het vertrouwensbeginsel noodzaakt onder omstandigheden tot schadevergoeding.
RvS 06-05-2020, ECLI:NL:RVS:2020:1185, m.nt. L.M. Koenraad
- Instantie
Raad van State
- Datum
6 mei 2020
- Magistraten
Mrs. D.A.C. Slump, E. Steendijk, A.J.C. de Moor-van Vugt
- Zaaknummer
201903662/1/A1
- Noot
L.M. Koenraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS227744:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Omgevingsrecht / Handhaving
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2020:1185, Uitspraak, Raad van State, 06‑05‑2020
- Wetingang
Art. 8:88 Awb
Essentie
Als het bestuursorgaan gerechtvaardigd vertrouwen niet honoreert, moet het aandacht besteden aan de vraag of de persoon wiens vertrouwen wordt geschonden, recht heeft op vergoeding van schade wegens het besluit dat ‘toch’ wordt genomen.
Samenvatting
Een te nemen handhavingsbesluit heeft tot doel de overtreding ongedaan te maken en zal in dit geval kunnen strekken tot verwijdering van de garage. Daardoor zal appellant sub 1, die de garage heeft gebouwd op basis van de door het college gewekte gerechtvaardigde verwachting dat daarvoor geen omgevingsvergunning was vereist, schade lijden. De rechtbank is er ten onrechte aan voorbijgegaan dat voor het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.