Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.1:2.1 Inleiding
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90847:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In hoofdstuk 1, paragraaf 1.4 staan de in dit proefschrift gehanteerde definities van verhaal, voorrang en voorrangspositie.
In hoofdstuk 1, paragraaf 1.5 wordt de keuze voor deze modelwetten beargumenteerd.
Aan elke regel ligt namelijk een keuze ten grondslag. White & Summers 2010, p. 321 verwoorden dit kort en bondig: “Behind each rule is a policy and so a reason.”
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In zowel het Nederlandse, Belgische, Duitse als het Amerikaanse recht heeft de leverancier die voor zijn leveranties krediet verleent een voorrangspositie. Deze wordt telkens op een andere wijze vormgegeven.1 In dit hoofdstuk zet ik uiteen welke rechtsfiguren in elk van de vier rechtsstelsels worden gebruikt om de leverancier deze voorrangspositie te verschaffen. Naast de genoemde rechtsstelsels, komen daarbij ook de UNCITRAL Model Law en Legislative Guide on Secured Transactions en de Draft Common Frame of Reference aan bod.2
Ik beschrijf hoe deze voorrangsposities tot stand zijn gekomen en zich hebben ontwikkeld in de wet of rechtspraak. Daarnaast laat ik zien welke ratio aan deze voorrangspositie ten grondslag wordt gelegd in de rechtsstelsels en modelwetten.3 In dit kader bespreek ik welke argumenten ter rechtvaardiging van deze voorrangspositie worden aangevoerd door de regelgevers en rechters. Dit hoofdstuk vormt daarmee de basis voor de rest van het onderzoek. Telkens zal ik dan ook teruggrijpen op de bevindingen in dit hoofdstuk.
Ik ga in dit hoofdstuk in principe nog niet in detail in op de uitwerking van de verschillende rechtsfiguren die leiden tot voorrang voor leverancierskrediet; dat komt aan bod in de hoofdstukken 3 tot en met 13. Sommige argumenten die ten grondslag liggen aan de voorrangspositie vergen echter dat ik alvast vooruitloop op wat ik later ga bespreken.
Gegeven de doelstelling van dit hoofdstuk onthoud ik mij van stellingnames, een uitzondering daargelaten. Ik heb mij beperkt tot het bieden van een overzicht van de rechtsfiguren die een voorrangspositie creëren en het beschrijven van de ontwikkeling van deze rechtsfiguren en de daaraan ten grondslag liggende argumenten. Ik bespreek achtereenvolgens het Nederlandse recht (paragraaf 2.2), het Duitse recht (paragraaf 2.3), het Belgische recht (paragraaf 2.4), het Amerikaanse recht (paragraaf 2.5), de UNCITRAL Model Law en Legislative Guide on Secured Transactions (paragraaf 2.6) en de Draft Common Frame of Reference (paragraaf 2.7). Vervolgens breng ik de aangevoerde argumenten onder in een drietal categorieën (paragraaf 2.8) en sluit ik af met een conclusie (paragraaf 2.9).