NJB 2014/1103
Onrechtmatige fouillering in Turks koffiehuis omdat dit niet is te beschouwen als een ‘voor het publiek openstaand gebouw’ in de zin van art. 151b Gemeentewet jo art. 52 lid 3 WWM? Een in een aangewezen veiligheidsrisicogebied gelegen koffiehuis kan worden beschouwd als een voor het publiek openstaand gebouw nu het publiek hiertoe in het algemeen vrij toegang heeft
HR 13-05-2014, ECLI:NL:HR:2014:1101
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13 mei 2014
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, B.C. de Savornin Lohman, Y. Buruma
- Zaaknummer
12/03627
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:1101, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑05‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:365, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑03‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑02‑2013
- Wetingang
Essentie
Onrechtmatige fouillering in Turks koffiehuis omdat dit niet is te beschouwen als een ‘voor het publiek openstaand gebouw’ in de zin van art. 151b Gemeentewet jo art. 52 lid 3 WWM? Een in een aangewezen veiligheidsrisicogebied gelegen koffiehuis kan worden beschouwd als een voor het publiek openstaand gebouw nu het publiek hiertoe in het algemeen vrij toegang heeft
Uitspraak
Inleiding:
Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – 1: Opzettelijk handelen in strijd met het in art. 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, en 2: Witwassen. De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.