Prg. 2025/180
Punt waarover huurcommissie om uitspraak was verzocht in zin van artikel 7:262 lid 2 BW, betreft niet alleen servicekosten en kosten voor nutsvoorzieningen, maar betreft alle vier categorieën die de wet kent: huurprijzen, nutsvoorzieningen, servicekosten, energieprestatievergoeding.
HR 02-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:701
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 mei 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
24/00589
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Huur van woonruimte
Huurrecht / Huurprijzen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:701, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1259, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑04‑2024
- Wetingang
Essentie
Huurrecht. Ziet punt waarover huurcommissie om uitspraak was verzocht, in zin van artikel 7:262 lid 1 BW, alleen op servicekosten en kosten voor nutsvoorzieningen met individuele meter?
Nee. Dit punt slaat op vier categorieën vergoedingen die wet kent: huurprijzen, nutsvoorzieningen, servicekosten, energieprestatievergoeding.
Samenvatting
Huurders van een studio maakten bezwaar bij de huurcommissie tegen de servicekosten 2019. Tegelijk voerde één huurder een procedure bij de kantonrechter over de levering van zogenaamde ‘community-diensten’. De kantonrechter oordeelde dat de dienstenovereenkomst onredelijk is en dat de ‘community-diensten’ servicekosten zijn. Vervolgens ontvingen huurders een herziene eindafrekening servicekosten over 2019 waarin ook ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.