JWB 2016/239
Insolventierecht
HR 24-06-2016, ECLI:NL:HR:2016:1298
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
24 juni 2016
- Zaaknummer
16/01343
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:1298, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑06‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:527, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑04‑2016
- Wetingang
Art. 80a lid 1 RO, 350 lid 3 Fw
Essentie
Insolventierecht
Samenvatting
Casus
Tussentijdse beëindiging door ontstaan nieuwe schulden.
Rechtsvraag
-
Beslissing
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Partij(en)
24 juni 2016
Eerste Kamer
16/01343
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster] ,wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.