Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.4.2:2.4.2 Het voorrecht van de onbetaalde verkoper
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.4.2
2.4.2 Het voorrecht van de onbetaalde verkoper
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90973:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. met het verkopersprivilege in het Nederlandse BW (oud).
Byttebier 2005, p. 417 en verwijzingen aldaar.
Amendement nr. 25 bij het wetsontwerp van 24 oktober 2012 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 53-2463/004, 2.
Zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.5.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast het eigendomsvoorbehoud, heeft de leverancier in het Belgische recht ook een voorrangspositie op grond van het voorrecht van de onbetaalde verkoper (art. 20, 5° 1e zin Hyp.W.).1 De wetgever acht het billijk om aan de leverancier een preferente aanspraak toe te kennen op (de opbrengst van) een zaak die hij heeft geleverd aan de koper. Het vermogen van de koper wordt namelijk vergroot door de prestatie van de leverancier en is nu een verhaalsobject voor alle schuldeisers van de koper. Het is onbillijk als andere schuldeisers eenzelfde aanspraak of zelfs een hoger gerangschikt zekerheidsrecht verkrijgen op deze zaken dan de leverancier.2
Met de toekenning van superprioriteit aan het voorrecht van de onbetaalde verkoper in art. 58 lid 2 Pandwet wordt dit voorkomen. De leverancier verkrijgt voorrang bij het nemen van verhaal op de geleverde zaak, ongeacht het moment van totstandkoming c.q. vestiging van andere zekerheidsrechten op de zaak. In de parlementaire geschiedenis wordt opgemerkt dat het eigendomsvoorbehoud en voorrecht functioneel vergelijkbaar zijn. Daarom dienen zij zoveel als mogelijk hetzelfde behandeld te worden.3 De argumenten die naar voren zijn gebracht ter rechtvaardiging van de voorrangspositie voor leverancierskrediet op grond van het eigendomsvoorbehoud gelden ook voor het voorrecht.4