Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/6.3.2
6.3.2 Het Duitse recht
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90969:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Hetzelfde geldt voor een leverancier die een Abzahlungskauf sluit met de koper en een eigendomsvoorbehoud bedingt.
Serick 1963, p. 245- 247; Baur/Baur & Stürner 2009, p. 837; Westermann/Westermann, Gursky & Eickmann 2011, p. 364; Staudinger/Beckmann 2013, §449 BGB, nr. 85; MünchKomm/Westermann 2016, §449 BGB, nr. 40; MünchKomm/Oechsler 2017, §929 BGB, nr. 19; Verheul 2018, p. 316-321. Anders: Wieling 2007, p. 250-251.
Hij kan wel beschikken over het Anwartschaftsrecht. Deze rechtsfiguur valt buiten het bestek van dit proefschrift.
Vgl. §366 HGB. Baur/Baur & Stürner 2009, p. 758.
Baur/Baur & Stürner 2009, p. 788. Zie ook hoofdstuk 4, paragraaf 4.3.2.
De koper kan niet goederenrechtelijk beschikken over zaken die de leverancier onder Eigentumsvorbehalt aan hem heeft overgedragen.1 De koper is wel beschikkingsbevoegd ten aanzien van het Anwartschaftsrecht dat hij direct verwerft bij de overdracht van de zaken onder eigendomsvoorbehoud. Over dit recht kan hij onvoorwaardelijk beschikken ten gunste van zijn schuldeisers.2 Hij kan dit recht verpanden of tot zekerheid overdragen. Dit doet echter geen afbreuk aan de voorrangspositie van de leverancier. Ondanks het abstracte stelsel van overdracht in het Duitse recht heeft de ontbinding van de koopovereenkomst en revindicatie van de zaken door de leverancier namelijk tot gevolg dat het Anwartschaftsrecht en daarop rustende rechten van schuldeisers van de koper vervallen.3 Het ontstaan en tenietgaan van het Anwartschaftsrecht is afhankelijk van de overeenkomst die aan de overdracht ten grondslag ligt. De ontbinding van de overeenkomst treft de voorwaarde waaronder de zaken zijn overgedragen. De voorwaarde kan niet meer in vervulling gaan. Het pandrecht of de zekerheidseigendom met betrekking tot dit Anwartschaftsrecht vervalt. De leverancier herkrijgt door ontbinding van de koopovereenkomst met de koper de onvoorwaardelijke eigendom.4 Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse recht waar ontbinding ook tot gevolg heeft dat een pandhouder zijn pandrecht op de voorwaardelijke eigendom van de koper verliest.
De koper is zoals gezegd beschikkingsonbevoegd met betrekking tot de onder eigendomsvoorbehoud overgedragen zaak. Hij kan de zaak bijvoorbeeld niet bezwaren met een vuistpandrecht of tot zekerheid overdragen aan een andere schuldeiser.5 Deze schuldeiser verkrijgt desondanks een pandrecht of zekerheidseigendom indien hij een geslaagd beroep doet op derdenbescherming ex §932 BGB.6 Deze algemene derdenbeschermingsregeling is ingevoerd ter bescherming van de ‘Interesse der Allgemeinheit an der Leichtigkeit des Verkehrs’, vergelijkbaar met de ratio van derdenbescherming in het Nederlandse recht.7
Voor een geslaagd beroep op derdenbescherming gelden eveneens met het Nederlandse recht vergelijkbare vereisten. Ten eerste dient de zekerheidsnemer de zaken te goeder trouw in zijn macht te hebben verkregen. In beginsel betekent dit dat de zekerheidsnemer niet wist en niet behoorde te weten dat de koper beschikkingsonbevoegd was. Hij kan echter ook te goeder trouw zijn als hij wetenschap heeft van het eigendomsvoorbehoud, maar erop mocht vertrouwen dat de zekerheidsgever bevoegd was een pandrecht te vestigen of de zaken in zekerheidseigendom over te dragen.8 Afhankelijk van de omstandigheden van het geval rust op de zekerheidsnemer een onderzoeksplicht.
Ten tweede is vereist dat de zaken zich in zijn macht bevinden. Dit is voor de zekerheidsnemer een obstakel voor een geslaagd op derdenbescherming. In de praktijk wordt namelijk vaak gebruik gemaakt van een zekerheidsoverdracht met een levering cp ex §930 BGB, waardoor de zaken in de feitelijke macht van de koper blijven en derdenbescherming niet mogelijk is.9 Verkrijgt de zekerheidsnemer op een later moment de zaken in zijn macht, dan dient hij op dat moment te goeder trouw te zijn, zo volgt uit §933 BGB. Een latere verpanding of zekerheidsoverdracht doet dus niet snel afbreuk aan de voorrangspositie van de leverancier.
Slaagt een beroep op derdenbescherming wel, dan wordt de schuldeiser zekerheidseigenaar en verliest de leverancier zijn voorbehouden eigendom volledig of heeft de leverancier een pandrecht op zijn eigendom te dulden.