Prg. 2020/98
De rechter in hoger beroep dient op basis van de toestand ten tijde van de beslissing van de kantonrechter te beoordelen of het ontbindingsverzoek van werkgever terecht is toegewezen (‘ex tunc’).
HR 21-02-2020, ECLI:NL:HR:2020:284
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
21 februari 2020
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
19/01978
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:284, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 21‑02‑2020
ECLI:NL:PHR:2019:1383, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑12‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑04‑2019
- Wetingang
Essentie
Arbeidsrecht. Kantonrechter wijst ontbindingsverzoek toe. Dient hof beschikking van de kantonrechter te toetsen op basis van feiten ten tijde van de beslissing in hoger beroep (‘ex nunc’)?
Nee. Hof dient ontbindingsbeschikking te toetsen op basis van feiten ten tijde van de bestreden beschikking (‘ex tunc’).
Samenvatting
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Werknemer gaat in beroep. In hoger beroep komt vast te staan dat werknemer de privacy van werkgever na de ontbindingsbeschikking ernstig heeft geschonden. Het hof bekrachtigt. Werknemer tekent cassatie aan. Volgens hem had het hof de ontbindingsbeschikking ‘ex tunc’ moeten beoordelen.
Volgens de Hoge Raad heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.