RBP 2026/32
Bevrijdende verjaring. Oordeel dat eiser het gestelde bezit onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, is onbegrijpelijk in het licht van hetgeen eiser heeft aangevoerd.
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:240
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Mrs. H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
25/00099
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- JCDI
JCDI:BSD104845:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:240, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1238, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑11‑2024
- Wetingang
Art. 3:105, 3:111, 3:114 BW
Essentie
Bevrijdende verjaring. Bezit/houderschap. Verzwaarde betwistplicht. Oordeel dat eiser het gestelde bezit onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, is onbegrijpelijk in het licht van hetgeen eiser heeft aangevoerd.
Samenvatting
Eiser was van 1990 tot 2020 eigenaar van perceel [a-straat 1]. Tegen de zijgevel van die woning stond een houten aanbouw die al aanwezig was bij aankoop in 1990. Deze aanbouw stond deels (ca. 0,65 × 5,1 m) over de erfgrens met het naastgelegen perceel [a-straat 2]. Eiser kocht vervolgens [a-straat 2] en verkocht [a-straat 1] aan verweerders. Toen verweerders in 2021 te kennen gaven de aanbouw te willen vervangen, sommeerde eiser ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.