NJB 2024/2247:Sint Maarten. Het Land Sint Maarten heeft percelen in erfpacht uitgegeven aan een scheepswerf. De erfpachtvoorwaarden bevatten een bouwverbod, maar het Land heeft niettemin een bouwvergunning verleend. De scheepswerf heeft geïnvesteerd door opstallen te bouwen. De erfpachtovereenkomst is beëindigd. Heeft de scheepswerf recht op een vergoeding voor haar investering? Het hof beantwoordt de vraag ontkennend op grond van zijn oordeel dat met het verlenen van de bouwvergunning geen toestemming is gegeven om af te wijken van het bouwverbod in de erfpachtvoorwaarden. Hoge Raad: 1. Vertrouwensbeginsel. Pokopoko-beginsel. De onderdelen nemen tot uitgangspunt dat bij de beantwoording van de vraag of de overheid gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt, niet zonder meer doorslaggevend is het beginsel dat het van verhoogd belang is in een kleinschalige samenleving, waarin persoonlijke verhoudingen een grote rol spelen en een expliciete weigering niet gemakkelijk wordt gegeven, dat regels inzake bevoegdheid en formele besluitvorming strikt in acht worden genomen. Dat uitgangspunt is juist. Bij de beoordeling of het vertrouwen gerechtvaardigd is, zijn alle omstandigheden van het geval van belang. Het hof heeft dit niet miskend. 2. Publiekrechtelijke bouwvergunning. Privaatrechtelijke toestemming. Het oordeel van het hof dat de scheepswerf niet erop mocht vertrouwen dat het Land (ook privaatrechtelijk) akkoord ging met de aanleg van de scheepswerf, is niet onbegrijpelijk. Onjuist is de rechtsopvatting dat een publiekrechtelijke bouwvergunning zonder meer privaatrechtelijke toestemming tot de vergunde bebouwing meebrengt.