NJB 2016/1763:Faillissement. Aansprakelijkheid. Een vennootschap keert interimdividend uit. Vier maanden later gaat zij failliet. De curator stelt een vordering in, primair wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, subsidiair wegens onrechtmatige daad en meer subsidiair wegens nietigheid of vernietiging van het dividendbesluit en de dividenduitkering. Hoge Raad: 1. Uitleg gedingstukken. Het oordeel van het hof dat de curator zijn standpunt niet heeft toegelicht, is onbegrijpelijk. 2. Tussentijdse uitkering. Financiële ruimte. Bij de beantwoording van de vraag of is voldaan aan het (naar het tot 1 oktober 2012 geldende recht) wettelijk vereiste dat de vennootschap die een tussentijdse uitkering doet, beschikt over de daartoe vereiste financiële ruimte, dienen de vastgestelde jaarrekeningen tot uitgangspunt. Indien geen jaarrekening is of zal worden vastgesteld, moet aan de hand van de wel beschikbare financiële gegevens worden onderzocht of aan het wettelijk voorschrift is voldaan. Ook indien het dividendbesluit aan dat voorschrift voldoet, kan er sprake zijn van onrechtmatige daad van de aandeelhouders en bestuurders, dan wel van kennelijk onbehoorlijk bestuur. 3. Faillissementspauliana. Wetenschap van benadeling. Bijzondere bewijsregels. Het hof had toepassing moeten geven aan de bijzondere regels van bewijslastverdeling betreffende wetenschap van benadeling van de schuldeisers