NJB 2016/1763
Faillissement. Aansprakelijkheid. Een vennootschap keert interimdividend uit. Vier maanden later gaat zij failliet. De curator stelt een vordering in, primair wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, subsidiair wegens onrechtmatige daad en meer subsidiair wegens nietigheid of vernietiging van het dividendbesluit en de dividenduitkering. Hoge Raad: 1. Uitleg gedingstukken. Het oordeel van het hof dat de curator zijn standpunt niet heeft toegelicht, is onbegrijpelijk. 2. Tussentijdse uitkering. Financiële ruimte. Bij de beantwoording van de vraag of is voldaan aan het (naar het tot 1 oktober 2012 geldende recht) wettelijk vereiste dat de vennootschap die een tussentijdse uitkering doet, beschikt over de daartoe vereiste financiële ruimte, dienen de vastgestelde jaarrekeningen tot uitgangspunt. Indien geen jaarrekening is of zal worden vastgesteld, moet aan de hand van de wel beschikbare financiële gegevens worden onderzocht of aan het wettelijk voorschrift is voldaan. Ook indien het dividendbesluit aan dat voorschrift voldoet, kan er sprake zijn van onrechtmatige daad van de aandeelhouders en bestuurders, dan wel van kennelijk onbehoorlijk bestuur. 3. Faillissementspauliana. Wetenschap van benadeling. Bijzondere bewijsregels. Het hof had toepassing moeten geven aan de bijzondere regels van bewijslastverdeling betreffende wetenschap van benadeling van de schuldeisers
HR 23-09-2016, ECLI:NL:HR:2016:2172
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 september 2016
- Magistraten
Mr. F.B. Bakels, C.A. Streefkerk, G. de Groot, M.V. Polak, C.E. du Perron
- Zaaknummer
15/02192
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:2172, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑09‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:534, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑05‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑04‑2015
- Wetingang
(art. 2:11, 2:248 lid 1 BW; art. 2:216 lid 2, 3 en 4 (oud) BW; art. 42, 43 lid 1 aanhef en onder 5 onderdelen a en d, art. 45, 47 Fw)
Essentie
Faillissement. Aansprakelijkheid. Een vennootschap keert interimdividend uit. Vier maanden later gaat zij failliet. De curator stelt een vordering in, primair wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, subsidiair wegens onrechtmatige daad en meer subsidiair wegens nietigheid of vernietiging van het dividendbesluit en de dividenduitkering. Hoge Raad: 1. Uitleg gedingstukken. Het oordeel van het hof dat de curator zijn standpunt niet heeft toegelicht, is onbegrijpelijk. 2. Tussentijdse uitkering. Financiële ruimte. Bij de beantwoording van de vraag of is voldaan aan het (naar het tot 1 oktober 2012 geldende recht) wettelijk vereiste dat de vennootschap die een tussentijdse uitkering doet, beschikt over de daartoe ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.