Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/5.1:5.1 Inleiding
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90948:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover hoofdstuk 1, paragraaf 1.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eén van de kernvragen bij de voorrangspositie voor leverancierskrediet is welke vorderingen door het zekerheidsrecht (kunnen) worden gedekt. In een aantal gevallen hanteert de wetgever een strikte reikwijdte van het zekerheidsrecht, terwijl in andere gevallen veel ruimte aan partijen wordt gelaten om zekerheid te bedingen voor vele vorderingen. Dit leidt tot grote verschillen in de omvang van de voorrangspositie. In het Duitse recht kan het eigendomsvoorbehoud bijvoorbeeld bedongen worden voor vorderingen van de leverancier op de koper uit welke hoofde dan ook. Daarentegen kan het eigendomsvoorbehoud in het Belgische recht slechts de koopprijsvordering voor de geleverde zaak secureren.
Dit verschil leidt niet noodzakelijkerwijs tot de conclusie dat het Belgische recht een minder sterke voorrangspositie biedt aan de kredietverstrekkende leverancier dan het Duitse recht op dit punt. Het Duitse recht kent namelijk het leerstuk van Übersicherung dat de ruime omvang beperkt. Bovendien moet de reikwijdte worden bezien in samenhang met andere componenten van de voorrangspositie.1 Dit illustreer ik aan de hand van de relatie tussen het kredieteigendomsvoorbehoud en oneigenlijke vermenging. Naar Nederlands recht is het kredieteigendomsvoorbehoud door de wetgever (mede) toegestaan ter voorkoming van het verlies van zekerheid voor de leverancier door oneigenlijke vermenging. In het Belgische recht kan echter geen kredieteigendomsvoorbehoud worden bedongen door de leverancier. Dit is in het kader van oneigenlijke vermenging echter niet problematisch voor de leverancier, omdat oneigenlijke vermenging naar Belgisch recht niet leidt tot verlies van zekerheid.
In dit hoofdstuk zet ik de reikwijdte van de voorrangspositie voor leverancierskrediet uiteen voor de rechtsfiguren die van rechtswege een voorrangspositie bieden (paragraaf 5.2) en voor de consensuele zekerheidsrechten (paragraaf 5.3). Daarnaast bespreek ik in dit hoofdstuk het verband tussen de reikwijdte van leverancierskrediet en oneigenlijke vermenging, evenals andere verbanden tussen verschillende componenten van de voorrangspositie voor leverancierskrediet.