Einde inhoudsopgave
RvdW 2017/593
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksgoederenrecht. Vervolg van HR 19 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1488, NJ 2007/62. Onrechtmatige daad door zwijgen over juiste omvang van huwelijksvermogen bij verdeling van de gemeenschap? Passeren bewijsaanbod.
HR 19-05-2017, ECLI:NL:HR:2017:940
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
19 mei 2017
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, C.E. du Perron
- Zaaknummer
16/01861
- Conclusie
A-G mr. F.F. Langemeijer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:940, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 19‑05‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:188, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑03‑2017
Essentie
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksgoederenrecht. Vervolg van HR 19 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1488, NJ 2007/62. Onrechtmatige daad door zwijgen over juiste omvang van huwelijksvermogen bij verdeling van de gemeenschap? Passeren bewijsaanbod.
Partij(en)
[de man], Australië, eiser tot cassatie, adv.: mr. J.P. Heering,
tegen
[de vrouw], verweerster in cassatie, adv.: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Conclusie
Conclusie A-G mr. F.F. Langemeijer:
1. Feiten en procesverloop tot de verwijzing
1.1.
Eiser tot cassatie (hierna: de man) en verweerster in cassatie (hierna: de vrouw) zijn in 1967 met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.