NJB 2024/2387
Gemotiveerde betwisting. Onbegrijpelijk oordeel. In een verdelingszaak betwist de man dat de aandelen in een bepaalde BV tot de huwelijksgemeenschap behoren. Het hof overweegt dat deze betwisting onvoldoende gemotiveerd is. Hoge Raad: In het licht van hetgeen de man in hoger beroep heeft aangevoerd, is het oordeel van het hof onbegrijpelijk.
HR 08-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1601
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 november 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04714
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1601, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:580, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
Gemotiveerde betwisting. Onbegrijpelijk oordeel. In een verdelingszaak betwist de man dat de aandelen in een bepaalde BV tot de huwelijksgemeenschap behoren. Het hof overweegt dat deze betwisting onvoldoende gemotiveerd is. Hoge Raad: In het licht van hetgeen de man in hoger beroep heeft aangevoerd, is het oordeel van het hof onbegrijpelijk.
Partij(en)
De man, adv. mr. J.H.M. van Swaaij, vs. de vrouw, niet verschenen.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
Partijen zijn getrouwd geweest in gemeenschap van goederen. Zij zijn gescheiden.
In deze rechtszaak hebben beiden verzocht de verdeling vast te stellen van de gemeenschap. De rechtbank heeft hierop beslist. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.